European Spallation Source: PLM in big science

0

Jonas Gejer, CEO TechniaTranscat

In het Zweedse Lund is de European Spallation Source (ESS), een ‘supermicroscoop’ voor materiaalonderzoek, in aanbouw. Aan ESS, een voorbeeld van ‘big science’ zoals ook de deeltjesversneller van CERN dat is, werken vijftien Europese landen en ongeveer 2.000 wetenschappers samen. TechniaTranscat is vanaf het begin betrokken bij het ontwerp, met 3DEXPERIENCE ENOVIA (PLM) voor ontwerpdatabeheer en 3DEXPERIENCE CATIA (3D CAD) voor ontwerp. Het mooie van dit project vindt Jonas Gejer dat PLM ook de gebruiksfase van ESS zal bestrijken. ‘True PLM, from ideation to decommissioning.’ Bovendien is het een ‘greenfield’ project, zodat de nieuwste versies van de software kunnen worden gebruikt, zonder last te hebben van legacy.

Greenfield is mooi, beaamt Henrik Lindblad, groepsleider PLM & Process support bij ESS, maar het roept wel compleet andere vragen op dan bij projecten die migreren vanuit een bestaande software-infrastructuur. Gelukkig kan hij terugvallen op collega’s bij onder meer CERN, op de Dassault-community van PLM- en CAD-gebruikers, en op de support van TechniaTranscat. ESS wilde één supplier voor alle software, om een geïntegreerde oplossing te krijgen en te voorkomen dat bij issues verschillende partijen naar elkaar zouden gaan wijzen, verklaart Lindblad. ‘Het 3DEXPERIENCE platform van Dassault is een goed geïntegreerde combinatie van tools. We proberen maatwerk zoveel mogelijk te vermijden en alleen de ‘need to have’ standaardfunctionaliteit van het platform te gebruiken.’ Waaronder dus PLM. ‘ESS telt nu liefst 1.200 geregistreerde PLM-gebruikers, van wie er 800 regelmatig inloggen. Eerst zag men PLM vooral als een extra belasting en opperden de wetenschappers bezwaren, maar toen ze het nut eenmaal inzagen – al was het maar vanwege de benodigde documentbeheersing voor allerlei regelgeving om überhaupt een vergunning voor ESS te krijgen – kwamen ze juist met allerlei requirements. Ze zijn briljante onderzoekers en engineers, maar velen zijn geen ervaren PLM-gebruikers en hun eisen veranderen nogal eens; dat maakt dit project tot een ‘moving target’. Mede omdat de hardware – gebouwen, wetenschappelijke installaties en instrumenten – en de software parallel worden ontwikkeld.’ Bijkomende uitdaging was dat het platform van Dassault zich snel ontwikkelt. ‘De functionaliteit die er nu bijkomt, hadden we graag twee jaar eerder gehad.’

Lindblad werkt ‘trots’ mee aan ‘een van ’s werelds opwindendste onderzoeksprojecten’, dat in 2023 moet opengaan voor externe onderzoekers en nog altijd op schema ligt, maar heeft er wel zijn handen vol aan. Belangrijke opgaven zijn nog het integreren van maintenance en asset management in het softwareplatform en het hanteerbaar houden van het complete model. Het ESS-ontwerp wordt namelijk compleet modelgebaseerd opgezet, met input vanuit verschillende CAD-bronnen. Dat heeft voordelen, bijvoorbeeld bij designintegratie, maar resulteert wel in een extreem uitgebreid model. Big science vraagt om ‘big PLM’.

https://linkmagazine.nl/link-magazine-3-2017/

Artikel uit Link magazine 3 2017

 

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.