TU/e kan groeien naar 14.600 studenten in de komende jaren.

0

De Brainportregio groeit en groeit en staat voor een enorme schaalsprong: tot 2030 moeten er duizenden vacatures vervuld worden. “Er is een enorme behoefte aan hoogopgeleid talent”, zegt TU/e ’s bestuursvoorzitter Robert-Jan Smits. “De regio heeft ons gevraagd of wij bereid zijn om mee te groeien door meer studenten op te leiden. We zijn heel trots op onze regio, zijn 66 jaar geleden opgericht mede dankzij de industrie hier. Natuurlijk zijn we dan ook bereid te onderzoeken hoe we het voor elkaar krijgen om meer ingenieurs op te leiden.” Smits benadrukt: “Het zou wel een breuk met Strategie 2030 betekenen. Er is echter nog veel onzeker, maar we willen onze gemeenschap nu al informeren over wat er mogelijk gaat spelen.”

Er komt een enorme schaalsprong aan in de Brainportregio. Zo groeit ASML de komende jaren met 15.000 extra werknemers. Waardoor toeleveranciers ook weer moeten groeien en gekwalificeerd personeel nodig hebben. Het gaat om tienduizenden banen extra. Wat betekent dit voor onze universiteit?

Robert-Jan Smits: “De schaalsprong waar onze regio voor staat, wordt door Den Haag erkend. In het regeerakkoord is de Brainportregio dan ook de enige regio die specifiek genoemd wordt. Er is zelfs een speciale groep van ministers in het leven geroepen onder leiding van minister van Economische Zaken en Klimaat Micky Adriaansens die gaat onderzoeken hoe de Brainport-schaalsprong gefaciliteerd kan worden. Denk aan huisvesting, voorzieningen voor de gezondheidszorg en mobiliteit. De hele infrastructuur moet meegroeien.”

“Ook bij ons is de vraag neergelegd door de regio: is de universiteit bereid om mee te groeien met de regio om fors meer studenten op te leiden om deze schaalsprong mede mogelijk te maken? Daarnaast wordt er ook op nationaal niveau aan ons getrokken. Vanwege de transities in klimaat, energie en stikstof staat onze samenleving te springen om system engineers. Dat zijn enorme uitdagingen waar je juist ingenieurs voor nodig hebt.”

Verder wordt er ook in Europees verband naar de TU/e gekeken, zegt Smits. “Europa wil minder afhankelijk zijn van bijvoorbeeld China voor de productie van chips. De totale chipsindustrie in Europa is nu 8,9% op wereldschaal. Dat moet 20% worden. Ook daar kunnen we met onze kennis en kunde een enorme bijdrage leveren.”

Smits weet dat er hiermee veel gevraagd wordt van de universiteit, maar is ervan overtuigd dat het kán: “De afgelopen tien jaar zijn we verdubbeld in studentenaantallen, van 6.500 naar 13.000. We hebben bewezen dat we het kunnen, en we zijn er trots op dat we dat met zijn allen voor elkaar hebben gekregen. Verdere groei is ook een enorme kans voor onze universiteit om onszelf sterker te maken en nog beter op de kaart te zetten.” Bovendien vindt Smits dat onze universiteit de regio waaraan ze zoveel te danken heeft, niet in de kou kan laten staan.

“We hebben hier open en eerlijk over gesproken binnen het College van Bestuur en met de decanen. We zijn bereid onze verantwoordelijkheid te nemen en te groeien, maar wel onder voorwaarden.

Wat zijn die voorwaarden voor groei?

De vier voorwaarden die de universiteit heeft gesteld, zijn:
1. Financiering vooraf vanuit de Rijksoverheid om de groei te faciliteren en om de huidige werkdruk niet verder te laten stijgen.
2. De groei mag niet ten koste gaan van excellentie.
3. De groei moet geleidelijk zijn om de werkdruk beheersbaar te houden.
4. De regio moet ervoor zorgen dat de infrastructuur en voorzieningen op orde zijn.

Smits: “We denken bij het laatste punt natuurlijk als eerste aan extra studentenhuisvesting.” Hij benadrukt dat aan alle vier de voorwaarden voldaan moet worden: “Het zijn voor ons alle vier dealbreakers.”

Trekken we hierin samen op met andere grote Eindhovense onderwijsinstellingen zoals Fontys en Summa?

Smits: “We werken uitstekend samen met de bestuursvoorzitters van Fontys en Summa en hebben het natuurlijk over de schaalsprong gehad. De regio snakt namelijk niet alleen naar universitair talent.”

Waar zal de groei van onze studentenaantallen vandaan komen?

“We zullen meer Nederlandse scholieren voor bèta- en techniekstudies moeten interesseren, maar de echte groei zal voornamelijk uit het buitenland komen ”, zegt Robert Jan Smits. “Dat betekent dat we ook van karakter zullen veranderen en meer dan ooit een echte internationale universiteit zullen worden.”

Hoe staat het met de stay-rate van onze internationals? Hoe zorgen we ervoor dat ze hier blijven en dat we niet opleiden voor een braindrain?

“Het absorptievermogen van onze regio is enorm: ASML, NXP, Prodrive Technologies en VDL zijn op zoek naar duizenden nieuwe werknemers. Dat zijn allemaal mooie, hoogbetaalde banen”, zegt Smits. Hij verwijst naar een rapport van internationaliseringsorganisatie NUFFIC over de zogeheten stay-rate van internationale studenten in Nederland, dus hoeveel van hen in ons land blijven. Daaruit blijkt dat de TU Eindhoven de hoogste stay-rate heeft van alle universiteiten in Nederland: 52,1%.

“Om de stay-rate verder te verhogen, kan een intensievere samenwerking met bedrijven in de regio een belangrijk instrument zijn”. Zo zouden meer studenten kunnen afstuderen binnen bedrijven, en zo ook gemakkelijk doorstromen naar een baan.

“Bovendien is ruim 80 procent van de ingenieurs in Brainport afkomstig van de TU/e. Dus investeren in de TU/e is een wijze keuze voor de Rijksoverheid om Brainport te voorzien in de hoogopgeleide ingenieurs die zo hard nodig zijn om de regio een nog sterkere motor van de Nederlandse economie te laten worden.”

Wanneer gaat dit alles spelen?

Smits: “Op 15 juni heeft het eerste overleg plaatsgevonden van de ministersgroep over de schaalsprong van Brainport en wat daarvoor nodig is. We staan dus nog aan het begin. Er zullen waarschijnlijk ambtelijke werkgroepen komen in Den Haag om dingen verder uit te werken.”

In de Voorjaarsnota van de TU/e wordt overigens al voorgesorteerd op de groei: er staat in dat we de  komende jaren naar verwachting gaan groeien naar 14.600 studenten. “We hebben zoveel extra inkomsten gekregen uit onder meer het Groeifonds en de Sectorplannen dat we op basis daarvan nu al op verantwoorde manier en met een gezonde student-staf ratio kunnen groeien naar 14.600”, zegt Smits.

Link magazine editie juni 2022 | jaargang 24 thema: Hoe slaan we de brug tussen de software- en de hardware-engineers? Lees Link digitaal of vraag een exemplaar op: mireille.vanginkel@linkmagazine.nl’

De mogelijke groei zal de gemoederen bezighouden. Welke boodschap wil je onze gemeenschap meegeven?

“Of we daadwerkelijk koersen richting verdubbeling van de studentenaantallen na 2030, is verre van zeker. Natuurlijk zullen we onze gemeenschap zoveel mogelijk meenemen in dit proces. Want als het zover is, dan rekenen we op iedereen om er de schouders onder te zetten: de medezeggenschap, de faculteiten, de diensten, iedereen. Want laten we wel zijn: het is een enorme uitdaging, maar tegelijkertijd ook een enorme kans voor de TU/e.”

Toch kijk je niet gerust.

“En daar is alle reden voor. Kijk naar de problemen met studentenhuisvesting, de huisarts- en tandartspraktijken die geen nieuwe patiënten meer willen aannemen, de tekorten aan docenten en in de zorg. En nu ook nog de noodkreet van de beheerders van de elektriciteitsnetten. Kijk naar het aantal Oekraïense vluchtelingen dat moet worden opgenomen. Het loopt vast in Brainport en niet alleen in Brainport. We hebben in elk geval aangegeven onze verantwoordelijkheid richting onze regio te willen nemen, maar als de randvoorwaarden niet worden gecreëerd, dan houdt het op.” Bron TU/E

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.