In Ovo kan na investeringsronde van 34 miljoen euro de markt op met ei-screener Ella

0

Wereldwijd worden er jaarlijks zo’n 6,5 miljard pasgeboren haantjes geruimd. De reden: haantjes leggen nu eenmaal geen eieren en zijn dus bedrijfseconomisch niet interessant. Dat moet anders, zo vonden Wouter Bruins en Wil Stutterheim al in 2011. Nog tijdens hun studie aan de Universiteit Leiden gingen beide compagnons aan de slag. In 2013 richtten ze hun bedrijf In Ovo op en kwamen tot Ella: een machine die razendsnel eieren screent en zo tijdig het geslacht bepaalt. Een recente investeringsronde leverde 34 miljoen euro op. En zorgt ervoor dat In Ovo verder kan, onder andere met het omzetten van de volledige Zwitserse pluimveesector.

Wouter Bruins: ‘Met één van onze machines kan een broederij 5 miljoen hennen per jaar produceren, zonder dat er 5 miljoen hanen worden gedood.’ Foto’s: In Ovo

 Nog even, en komen er alleen nog hennetjes uit het ei

Dat er veel vraag is, is volgens Wouter Bruins een understatement: de hoeveelheid aanvragen vanuit de pluimveesector ontploft. En dat terwijl ze daar bij In Ovo, hoe graag het Leidense bedrijf het ook zou willen, nu bij lange na niet aan kunnen voldoen. Dus wordt er met Demcon – technologiepartner en mede-investeerder van In Ovo – gewerkt aan een productiefaciliteit en wordt het eigen team flink uitgebreid. Telt dat nu zo’n dertig mensen, tegen het einde van dit jaar moeten dat er twee keer zoveel zijn. En dat verspreid over alle disciplines, van techneuten en engineers tot een campaigner en salesmensen. ‘Dat laatste is nieuw voor ons’,  vertelt Bruins. ‘We zijn start-up af, gaan ineens onze machines verkopen.’

Het omzetten van bijvoorbeeld de gehele Zwitserse pluimveesector naar de technologie van In Ovo: het kan volgens mede-eigenaar Wouter Bruins voor het hele land met twee exemplaren van In Ovo’s screeningsmachine Ella.

 Zoektocht klaar

Een bedrijf in transitie dus en In Ovo is volgens Bruins toe aan de volgende stap. ‘Onze zoektocht is klaar, we weten nu heel goed wat we willen.’ Kort gezegd is dat ervoor zorgen dat er alleen nog hennetjes uit het ei komen. Klinkt simpel, zegt Bruins, maar er is nog een lange weg te gaan. Alleen al gezien de omvang: wereldwijd worden jaarlijks nog altijd zo’n 6,5 miljard haantjes geruimd, en alleen al in Nederland zo’n 45 miljoen. Ook de pluimveesector zelf ziet het graag anders, benadrukt Bruins. En toont daarom veel interesse in oplossingen die nagaan of er een hen of haan uit het ei komt. Dat kan bijvoorbeeld met lichttechnologie, vertelt Bruins, maar ook zoals In Ovo dat doet met Ella: een machine van zo’n 25 meter lang, met een volautomatisch proces en na ruim tien jaar onderzoek en ontwikkeling klaar voor een snelle en nauwkeurige screening van eieren bij broederijen.

 

Even prikken en weer dicht

Ella prikt heel snel een gaatje in een ei, neemt wat vloeistof af en maakt het ei direct erna weer dicht. Vervolgens screent de machine binnen een seconde de afgenomen vloeistof en bepaalt zo het geslacht van het toekomstige kuiken. Is het een hen, dan wordt het ei uitgebroed. Gaat het om een haan, dan verlaat het ei voortijdig het broedproces. En dat laatste scheelt enorm, omdat er gemiddeld evenveel mannetjes als vrouwtjes uitkomen. Bruins: ‘Met één van onze machines kan een broederij 5 miljoen hennen per jaar produceren, zonder dat er 5 miljoen hanen worden gedood. Daardoor kunnen broederijen hun proces diervriendelijk en efficiënt inrichten. De eieren waar anders haantjes uit zouden komen, worden een ingrediënt voor diervoeder, bovendien kunnen broederijen meer gaan verdienen omdat de eieren in het schap diervriendelijker zijn geproduceerd en dus meer waard zijn.’

Early adopters gezocht

Momenteel zijn er twee Ella’s actief. De ene staat bij een Nederlandse broederij, de andere bij een broederij in Duitsland. Beide zijn exemplaren van de vierde versie van de machine, die volgens Bruins zeker nog niet perfect is. ‘Maar dat hoeft ook niet. We willen nu de markt op, zoeken early adopters die de machine met ons willen finetunen.’ En dat op basis van een ‘intieme klantrelatie’, zoals Bruins het omschrijft. De constructie Product-as-a-Service (PaaS) helpt daarbij. De machine blijft eigendom van de producent en de broederij betaalt voor een afgesproken termijn voor elke test. Zo wordt Ella een lifecycle product, vertelt Bruins, en dat bespaart een klant een initiële investering van miljoenen euro’s. ‘In plaats daarvan zetten we de machine laagdrempelig in. En nemen wij het beheer en onderhoud voor onze rekening.’

Project voor heel Zwitserland

Met de huidige ontwikkelingen in binnen- en buitenland hebben ze bij In Ovo wel een beeld van waar de machines een plek kunnen krijgen. Allereerst Duitsland, waar sinds begin dit jaar een verbod geldt op het massaal ruimen van pasgeboren haantjes. Frankrijk komt volgend jaar met zo’n verbod, en in Nederland, Spanje en Italië wordt er druk over gesproken. En in Zwitserland schreven de pluimveesector, retailers en dierenwelzijnsorganisaties vorig jaar samen een tender uit, om de komende vijf jaar landelijk over te stappen. In Ovo deed mee en won, zodat Bruins kan spreken van het eerste ‘dream project’. ‘We kunnen voor heel Zwitserland toe met twee machines. Dat lijkt weinig, maar heeft alles te maken met de hoge output. Bovendien gaat het om meer dan leveren alleen. De diagnostiek, de logistiek: er worden twee volledig nieuwe broederijen om onze machines heen gebouwd.’

Jaarlijks 1 miljard testen

Bij In Ovo hebben ze een duidelijke stip op de horizon. Bruins: ‘Jaarlijks zijn 13 miljard testen nodig om het probleem van het massaal ruimen wereldwijd op te lossen. Daarvan willen wij er 1 miljard voor onze rekening nemen. Dat klinkt ver weg, maar is dichterbij dan je denkt. Voor de komende periode zetten we een vliegwiel in gang, dat sneller en sneller gaat.’ En dat na die start in 2011, waarin Bruins en Stutterheim vooral maar gewoon aan de slag gingen. ‘We hebben veel in de auto gezeten, op weg naar mensen uit de sector. Al die gesprekken, al die oriëntatiemomenten: het was een intensieve tijd, maar ik zou het zo weer doen. Want ook toen wisten we al dat we iets naar boven haalden. Dat er iets speelde, waar we nog altijd met z’n allen vanaf moeten. Dat gevoel van toen: het klopt.’

 ‘PaaS vraagt om de best mogelijke machine’

Rob van Willigen: ‘PaaS daagt de producent uit om de best mogelijke machine te ontwikkelen.’’ Foto’s: ABN AMRO

In Ovo haalde begin dit jaar met een investeringsronde 34 miljoen euro op. Een aanzienlijk deel daarvan betreft een financiering door ABN AMRO, dat volgens Wouter Bruins, mede-eigenaar van In Ovo, ‘veruit het beste aanbod had van alle banken die we hebben aangeschreven’. ‘Er was al snel een goede klik, ook qua duurzaamheidsdoelstellingen.’ Zo bleek ABN AMRO net van start te zijn gegaan met een eigen PaaS-desk. ‘Dat sloot perfect aan bij hoe wij onze machine in de markt wilden gaan zetten.’

Bij Product-as-a-Service (PaaS) blijft de fabrikant eigenaar van het eigen product. De producent neemt de service, het beheer en onderhoud voor eigen rekening, waardoor alles is gericht op een zo lang mogelijke levenscyclus van de machine. Bij het streven naar een circulaire economie biedt het concept dan ook een waardevol alternatief, stelt Rob van Willigen, new business manager PaaS bij ABN AMRO. ‘PaaS daagt de producent uit om de best mogelijke machine te ontwikkelen. En daar zo duurzaam mogelijk mee om te gaan, wat bijdraagt aan het hergebruik van primaire grondstoffen.’

Pierre Berntsen: ‘Willen we ons voedselsysteem verduurzamen, dan moeten we als consument allemaal wat mee betalen.’ Foto’s: ABN AMRO

Concept met een eigen dynamiek

Los van het duurzame aspect: hoe kan een bank het PaaS-concept goed onderbouwd financieren? Bij een ‘PaaS-bedrijf’ komt de opbrengst in kleine delen binnen, terwijl de financiering vooraf moet plaatsvinden. Bovendien is de vermogensverhouding doorgaans minder goed dan bij een bedrijf dat al jaren een lineair verdienmodel heeft. Ook heeft een PaaS-bedrijf een langere balans, doordat producten die anders zouden worden verkocht nu op de balans blijven. Wellicht stond In Ovo’s Ella er in eerste instantie dan ook niet al te best op, vertelt Van Willigen. ‘Toch bleek al gauw dat de machine zich snel gaat terugverdienen, doordat hij juist voor broederijen zo besparend is. De prognoses zijn erg goed. Waar we bij andere oplossingen uitkomen op een terugverdientijd van vijf tot acht jaar, ligt dat voor In Ovo een stuk lager. Samen met onze afdeling Asset Based Finance zijn we tot een mooie financieringsoplossing gekomen.’

Zicht op de modellen van straks

Noem het een kwestie van vooruit- in plaats van terugkijken, stelt Pierre Berntsen, specialist voor de agrarische sector bij ABN AMRO en degene die het eerste contact met In Ovo verzorgde. ‘Financieren gebeurt – zeker in de landbouw – vaak voor een periode tot wel twintig jaar. Dus komt het er voor ons als bank op aan te weten welke trends van nu de levensvatbare modellen van straks blijken te zijn.’ Naast alle lof voor In Ovo – ‘Zij zijn hier al meer dan tien jaar mee bezig’ – benadrukt Berntsen dat buiten de duurzaamheidsaspecten ook het verdienmodel moet kloppen. ‘Dan is het goed te beseffen dat het ei in het schap straks iets duurder wordt. In ons voedselsysteem zijn alleen de economische kosten doorgevoerd, de maatschappelijke kosten vind je er niet in terug. Willen we ons voedselsysteem verduurzamen, dan moeten we als consument allemaal wat mee betalen.’

Link magazine editie juni 2022 | jaargang 24 thema: Hoe slaan we de brug tussen de software- en de hardware-engineers? Lees Link digitaal of vraag een exemplaar op: mireille.vanginkel@linkmagazine.nl’

Financieren op cashflow

PaaS vraagt ook van een bank een omslag in denken, stelt Berntsen: In Ovo verkoopt geen machine, maar een dienst. En dan meer specifiek het testen van eieren, waarbij ABN AMRO niet op assets maar juist op cashflow financiert. En daarmee dus op toekomstige inkomsten, waarbij volgens Van Willigen veel afhing van de contracten tussen In Ovo en de broederijen. ‘We hebben die contracten grondig gecheckt, het gaat per slot van rekening om vermogen van spaarders. Banken kijken traditioneel naar in het verleden behaalde resultaten, en moeten over hun modellen verantwoording afleggen aan toezichthouders. Dat maakt het financieren van dit soort innovaties lastig.’

Dat voor In Ovo dan toch alle seinen op groen gingen, doet Berntsen en Van Willigen deugd. Berntsen: ‘We hebben met ABN AMRO drie pijlers voor duurzaamheid bij onze klanten: klimaat, een circulaire economie en sociale impact. In Ovo valt binnen alle drie, en dan is het fijn dat we het bedrijf zo breed kunnen ondersteunen.’

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.