Brancheorganisaties bepleiten Europese bijmengverplichting in plaats van nationale plastic-belasting

0

‘Een bijmengverplichting van recyclaat is de meest effectieve weg naar de circulaire productie en verbruik van plastics. De aangenomen motie Bontenbal/Dassen roept daartoe op.  Een nationale plastic taks is minder effectief en kent veel nadelen. In Nederland geproduceerd en belast plastic, wordt vervangen door geïmporteerd onbelast virgin plastic. Enkel een verschuiving draagt niets bij aan de circulariteitsdoelen. Het vernietigt wel veel bedrijvigheid en werkgelegenheid in Nederland, oplopend tot 45 %, waarmee duizenden banen in de Nederlandse industrie gemoeid zijn. Dit blijkt uit dit onderzoek van CE Delft.’ Aldus Kees van Oostenrijk en Erik Liebers, duo-voorzitters a.i. van het NRK, en Marcel van der Poel, voorzitter Plastics Europe Nederland, in een oproep aan de Vaste Kamercommissie voor IenW om donderdag 8 december bij het Tweeminutendebat Circulaire Economie niet te kiezen voor een nationale plasticbelasting, maar in te zetten op een versnelling van Europese regels voor een verplichte bijmenging van recyclaat. Dit debat vindt plaats een week na de lancering door de Europese Commissie van de herziening van de EU-wetgeving over verpakking en verpakkingsafval in de Regulation on Packaging and Packaging Waste (PPWR).

 

Plastics Europe en NRK zijn van mening dat het Nationale Programma voor een Circulaire Economie (NPCE) een stevig pakket maatregelen moet bevatten om een versnelling naar circulaire en klimaatneutrale plastics in gang te zetten. Ze zijn betrokken bij door het ministerie georganiseerd overleg over oplossingen en maatregelen die hier in Europees verband aan bijdragen. ‘Met grote en toenemende zorg moeten we echter vaststellen dat het ministerie doorgaat met de voorbereidingen voor een nationale ‘plastic taks’, op de verkeerde gronden en zonder dat we gehoor vinden voor onze fundamentele bezwaren en argumenten tegen een nationale heffing’, zo schrijven de voorzitters.

‘Onbegrijpelijk en onrustbarend’

‘Het is voor ons onbegrijpelijk en onrustbarend dat een dermate ingrijpende maatregel nu boven ons hoofd blijft hangen, slechts gebaseerd op zeer voorlopige en arbitraire uitspraken van CE Delft over een mogelijk grote milieu-impact waarop het ministerie van IenW voortborduurt. Terwijl onderzoekers van CE Delft zelf aangeven dat er eigenlijk geen bewijs voor is en dat vervolgonderzoek nodig is om de werkelijke effecten in beeld te krijgen. CE Delft is wel duidelijk over de economische effecten van een nationale heffing. Die zijn enorm; het verlies aan productie en werkgelegenheid loopt op tot 45% van de afzet en werkgelegenheid. Productie en werkgelegenheid die in een internationaal opererende markt moeiteloos naar het buitenland verschuift, die eventuele milieu- en klimaateffecten weer tenietdoen. We tasten echt in het duister waarom uiterst onzekere en wankele aannames over milieueffecten reden zijn voor het doorzetten van een nationale maatregel waarmee we riskeren een belangrijk stuk van onze economie en onze werkgelegenheid ‘zo maar’ prijs te geven. Hoe willen we de circulaire maakindustrie in Nederland aanjagen wanneer we de ruim 900 bedrijven en 50.000 medewerkers in de kunststofindustrie tegelijkertijd hard gaan raken met extra nationale belasting? Op een moment dat de bedrijven toch al in een hachelijke situatie zitten door de hoge energieprijzen en snel verslechterende internationale marktcondities.’

Alternatieven
De voorzitters vinden dat ‘een platte belasting averechts werkt’ en wijzen in hun brief op de alternatieve mogelijkheden om circulariteit en klimaatneutraliteit te versnellen. ‘We vinden dat veel meer aangesloten moet worden bij kennis en inzichten die hierover in Europees verband zijn ontwikkeld. Over de noodzaak om de transitie naar een volledig duurzaam en klimaatneutraal Europees plastic systeem in 2050 te versnellen verschillen we namelijk niet van mening. De door de industrie geïnitieerde onafhankelijke studie ReShapingPlastics laat zien dat het technologisch ook kan. Maar dan is het wel alle hens aan dek om snel en gezamenlijk die maatregelen te nemen waarmee we de hele keten in beweging brengen. Een nationale plastic taks werkt eerder vertragend, zoals blijkt uit de huidige onduidelijkheden en uitvoeringsproblemen rond eigen nationale varianten van een plastic taks in Italië, Spanje en de UK. Nog voor deze goed en wel zijn ingevoerd is hieraan al veel kostbare tijd en energie verloren gegaan en is duidelijk dat plastic bedrijven met nog veel meer administratieve lasten en kosten rekening moeten houden. In verschillende landen gaan de stemmen dan ook alweer richting uitstel van de maatregel, nu een gefragmenteerde Europese aanpak de positie van de industrie verder ondermijnt.’

‘Europese industrie transformeert al volop’

‘Hoe tegenstrijdig het voor critici en tegenstanders van de industrie ook mag klinken’, vervolgen ze voormannen in hun brief, ‘een versnelde transitie naar een circulaire en klimaatneutrale industrie is de kern van een industrie die hier kan blijven produceren. Het is de enige manier waarop de Europese maakindustrie zich internationaal kan en moet onderscheiden. Voor wie het wil zien, die ziet de tekenen van een industrie die al volop bezig is zich te transformeren. Neem de aangekondigde grootschalige investeringen in onder andere mechanische en chemische recycling, in hernieuwbare energieprojecten en in fundamentele doorbraak technologieën nodig voor de elektrificatie van krakers. De Nederlandse plastics industrie wil niets liever dan dat de voorgenomen miljardeninvesteringen hiervoor ook hier gaan landen. Want als de industriële transformatie ergens snel kan, dan kan het hier. Nergens in Europa is alle infra, kennis, chemie en innovatiekracht in een mate en dichtheid aanwezig als hier. Nu nog het realistische, stevige, stabiele en consistente lange termijnbeleid waarmee de industrie de systeemsprong hier ook echt kan gaan maken.
De industrie klopt al langer op de deur om serieus in gesprek te komen over oplossingen en maatregelen waarmee we de circulaire economie voor plastics versnellen. Oplossingen die ook stevig en pijnlijk gaan zijn, zoals zeer ambitieuze targets voor het verplicht bijmengen van recyclaat. Als plastics industrie voeren we hierover stevige maar goede gesprekken met de Europese Commissie, wat ons sterkt in de overtuiging dat we het Nederlandse circulaire beleid in de gewenste versnelling en koploperspositie kunnen krijgen. Mits we de juiste voorwaarden creëren en gebruik maken van de kracht van de EU interne markt, in plaats van dat we onze industrie in die Europese markt op achterstand zetten en bijdragen aan verder fragmentatie met een nationale plasticbelasting.
Haast is geboden om in een NPCE effectief beleid aan te zwengelen. Maar het kan niet zo zijn dat die tijdsdruk leidt tot een maatregel die de onze industrie straks voor een fait-accompli stelt.
Ons voorstel is de staatssecretaris te vragen breder en diepgaander onderzoek te laten doen naar maatregelen die effectief bijdragen aan de gezamenlijke ambitie en opdracht: een ambitieus klimaatdoel voor circulaire plastics, aansluitend bij de Europese doelen voor circulair en net-zero in 2050.’

Liever verplichtende Europese wetgeving dan vrijblijvende richtlijnen

Op 30 november kwam  de Europese Commissie met een voorstel voor herziening van de EU-wetgeving over verpakking en verpakkingsafval. Deze Regulation on Packaging and Packaging Waste kent drie hoofddoelstellingen: het voorkomen van de productie van verpakkingsafval door onnodige verpakkingen beperken en herbruikbare en navulbare verpakkingsoplossingen bevorderen, zorgen dat 100 procent van de verpakkingen op de EU-markt tegen 2030 op economisch verantwoorde wijze recyclable zijn en het verplichten tot het gebruik van gerecycleerde kunststoffen in verpakkingen. In de decemberuitgave van Link Magazine stelt Rob Verhagen, sustainability director van Oerlemans Packaging, blij te zijn met deze regulation, omdat het verplichtende regelgeving betreft en niet langer een directive – een richtlijn. ‘Hier hebben we vanuit de EuPC (European Plastics Converters, red.) waarin wij namens de NRK (Nederlandse Rubber- en Kunststofindustrie, red.) een bestuurszetel hebben, in Brussel op aangedrongen. Want de richtlijnen gaven elk EU-lidstaat de vrijheid met een eigen invulling te komen. Nu krijgen we een level playing field. Niet alleen eerlijker maar ook duidelijker, want dan weet je als sector precies waar je binnen de EU aan gehouden bent.’

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.