Staaljournaal: Staalprijzen en staalproductie?

0

De staalproductie van China in de periode jan-apr 2023 fors gestegen en door de achterblijvende vraag is er enorm veel materiaal terechtgekomen op de vrije markt. De export van het land is hierdoor toegenomen met maar liefst 40% (t.o.v. vorig jaar) wat de internationale exportprijzen enorm onder druk heeft gezet. De bodem van deze prijzen lijkt bereikt te zijn met zeer recent een (eenmalige) test prijsstijging die de prijzen gestabiliseerd lijkt te hebben. Door deze interessante prijzen zijn afnemers afgelopen tijd vaker uitgeweken naar Aziatische staal fabrieken. De staal producenten uit de EU konden hierdoor niet achterblijven en na een aanvankelijke aarzeling hebben ook zij hun prijzen moeten verlagen om orders te kunnen boeken. Al met al heerst er een bepaalde onzekerheid in de markt waarbij afnemers op dit moment vaak enkel kopen wat ze echt nodig hebben en niet speculeren. De huidige staalprijs bij de Europese staalfabrieken lijkt nu echter de pijngrens grotendeels te hebben bereikt en plannen zullen ongetwijfeld gesmeed worden om deze situatie zo snel mogelijk te doen keren.

De Chinese staalindustrie heeft in de eerste 4 maanden van het lopende jaar fors meer staal geproduceerd dan in dezelfde periode van 2022, maar het binnenlandse verbruik bleef vanwege de haperende economie achter bij de verwachtingen. Het gevolg was dat China meer materiaal op de exportmarkt aanbood. Met een toename van ca. 40% waren de Chinese staalmakers nadrukkelijk aanwezig en zetten daarmee de internationale exportprijzen onder druk. Ook andere Aziatische producenten roerden zich op de exportmarkt, mede ook omdat China nadrukkelijk minder staal absorbeerde. Maar zoals we in ons vorige StaalJournaal ook al aangaven kan het in de staalwereld erg snel gaan en na alle prijsdalingen in Azië in de afgelopen tijd is er recentelijk juist een (eenmalige) prijsstijging doorgevoerd en hiermee lijken de prijzen op die markt voor nu te stabiliseren.

Onder druk van de steeds goedkoper wordende importen daalden na een aanvankelijke aarzeling ook de Europese staalprijzen, waardoor de verschillen tussen import- en Europese binnenlandse prijzen steeds kleiner werden. Voor sommige afnemers in de EU kan materiaal kopen in Azië interessant zijn, maar het is tegelijkertijd wel risicovoller. De levertijden, die inmiddels worden geschat op september/oktober zijn toch niet altijd even betrouwbaar en daarnaast is er ook de kans dat een deel van de geïmporteerde hoeveelheden onderhevig aan importheffingen zal zijn, wat uiteindelijk het materiaal duurder zal gaan maken. De eerdergenoemde kleiner geworden verschillen zal naar alle waarschijnlijkheid er toe gaan leiden dat Europese afnemers weer meer op het eigen continent zullen gaan kopen. Hierdoor zullen Aziatische fabrieken toch weer meer afhankelijk gaan worden van hun eigen binnenlandse afzetmarkt of van die in hun directe omgeving. Het Chinese binnenlandse verbruik zou op relatief korte termijn zomaar eens kunnen aantrekken, bijvoorbeeld vanwege de effecten van de renteverlaging waartoe de centrale bank in China wil overgaan om de economie te stimuleren en daarmee o.a. de onroerend goed markt uit het slop te halen.

Door alle dalende prijzen afgelopen tijd, zowel wereldwijd als binnen de EU, is er bij afnemers een zekere mate van onzekerheid ontstaan. Veel verbruikers durven geen grote hoeveelheden materiaal te kopen omdat de prijs van vandaag een paar dagen later mogelijk alweer (fors) lager kan zijn. Onder andere het enorme aanbod staal vanuit Azië afgelopen tijd, de tegenvallende economie, de oplopende inflatie en de hoge rentes vergroten deze onzekerheid. De hoge inflatie in combinatie met de oplopende rentes zijn nu niet bepaald stimulerende argumenten voor investeerders en consumenten om grote risico’s te nemen. Beide hebben ertoe geleid dat er grote onzekerheid is ontstaan en daardoor een toch wat kwakkelende economie. In de maand mei 2023 bedroeg de inflatie in ons land 6,1%, wat betekent dat materialen, goederen en diensten weer fors duurder werden vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Dit treft ook de woningbouw die zoals het er nu voorstaat mogelijk niet de ambities van het bouwen van 100.000 woningen in 2023 zal behalen. De stijgende bouwkosten zorgen er onder andere voor dat vermoedelijk maar ca. 60 – 70 % van dit cijfer bereikt zal worden. Waar de totale bouw in ons land afgelopen jaren nog een mooie groei noteerde zal het waarschijnlijk dit jaar wellicht zelfs een daling laten zien en ook wordt intussen behoorlijk sceptisch gekeken naar de ontwikkeling van komend jaar.

Alle eerder genoemde factoren hebben dus geleid tot een dalende trend bij de staalprijzen en dus zijn de Europese staalmakers naarstig op zoek naar opdrachten, maar tegelijkertijd probeerden ze het hogere prijsniveau van het voorjaar overeind te houden in verband met afgesloten contracten en lopende onderhandelingen over kwartaal- of halfjaarcontracten. Maar de hoogovens en de walslijnen moeten immers toch worden gevuld worden want stilstaande productie kost een fabriek vaak meer geld dan tijdelijk lage prijzen aan hun afnemers geven. Bijvoorbeeld om het uitschakelen van hoogovens te voorkomen werden de fabrieken bereid aanzienlijke prijsdalingen te accepteren, maar ook hierbij geldt dat er een bepaalde ondergrens is en deze lage prijs (lees: pijngrens) lijkt nu zo goed als bereikt. Heel veel verder zakken, om maar ten koste van alles orders te kunnen boeken, is voor diverse producenten dan ook geen optie meer. Waarom zouden fabrieken immers materiaal produceren waar ze niks op verdienen en in veel gevallen zelfs geld op toeleggen? Op dit moment zitten we dan ook op een punt waarop de fabrieken hun lijn lijken te trekken en in sommige gevallen geen materiaal meer willen produceren. De meeste orders die nu zelfs worden geboekt zijn voor de staalproducenten al dicht of voorbij hun pijngrens en dus niet winstgevend meer. De fabrieken zullen er dan ook alles aan doen om hier op korte termijn verandering in te brengen om zo geen orders meer te hoeven boeken op of onder een bepaalde basisprijs. Het is dan ook zeker niet onwaarschijnlijk dat fabrieken de vakantieperiode aan zullen grijpen om het onderhoud, zoals meestal in de vakantieperiode, aan hun hoogovens resp. walslijnen verder te verlengen of zelfs hoogovens voor langere tijd te sluiten om hiermee een schaarste of ieder geval een betere balans tussen vraag en aanbod te creëren. Als de productiecapaciteiten inderdaad worden verminderd zullen de levertijden langer worden wat de afnemers kan stimuleren om materiaal te gaan kopen omdat er anders gaten zullen ontstaan in hun voorraad.

Levertijden in Q3 (kwartaal 3) van de EU staalmakers zonder vermelding van exacte maand zijn al geen uitzondering meer. Toch zijn er door de geringe aankopen van afgelopen tijd steeds meer afnemers die binnenkort waarschijnlijk op de spotmarkt hun voorraden moeten gaan aanvullen voor juli/augustus, maar dit wellicht toch nog met de nodige voorzichtigheid zullen doen omdat diverse afnemers verwachten dat prijzen nog verder zullen zakken. Zoals het er nu uitziet verwachten wij op de korte termijn een stabilisatie van de prijzen, maar als de productiecapaciteiten inderdaad worden verminderd en afnemers materiaal gaan kopen voor hun voorraad zou het zo maar eens kunnen zijn dat prijzen juist weer een opwaartse trend zullen laten zien. De grondstofprijzen zijn afgelopen tijd immers ook gestabiliseerd en met voorzichtigheid zien wij een lichte stijging ontstaan.

blank

Link magazine april 2023, Thema: Parijs halen: De energietransitie. Vraag een exemplaar op bij de uitgever van Link magazine: uitgever@linkmagazine.nl

Al met al is de huidige markt onzeker en onrustig, die de afgelopen tijd prijsdalingen heeft laten gekend, maar tevens niet minder interessant te noemen is. Toch zien wij ook aanknopingspunten dat de marktsituatie in de wellicht zeer nabije toekomst, zomaar eens naar een verbetering kan omslaan.

Autoproductie en -verkoop

Op dit moment is er een relatief laag aanbod en mindere vraag naar auto’s. Als de economische situatie in Europa verslechtert, kunnen de prijzen van tweedehandsauto’s meer onder komen druk te staan, waarbij de vraag verder inzakt. Mocht de aanbodsituatie plots aanzienlijk verbeteren, meestal door verbeterde supply chain, dan zou dit de situatie verder verergeren. Mocht de verkoop van consumentenelektronica lager uitvallen dan zullen autofabrikanten naw meer essentiële elektronische onderdelen ter beschikking hebben. Het aanbod zou hierdoor sneller kunnen stijgen zonder dat de vraag naar auto’s direct zal toenemen.

Aan de andere kant, mocht het aanbod nieuwe auto’s verstoord worden, bijvoorbeeld door verdere escalatie in Oekraïne waardoor de supply chain verder verzwakt, zou de tweedehandsmarkt hier mogelijk van kunnen profiteren. Klanten zullen dan waarschijnlijk op zoek gaan naar alternatieven voor nieuwe modellen. Bron Noviostaal

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.