PAL-V uit Raamsdonksveer behoort wereldwijd tot de koplopers op het gebied van advanced air mobility, maar in Nederland wordt deze nieuwe grote industrie van vliegende auto’s nauwelijks serieus genomen. Oprichter Robert Dingemanse ziet daarin een symptoom van een groter probleem. Terwijl andere landen en werelddelen investeren in dit soort industrieën van morgen, blijft Europa hangen in kortetermijndenken en onderschat het zijn eigen economische uitdagingen. ‘De durf om te experimenteren heeft Europa groot gemaakt. Maar die zijn we kwijtgeraakt.’

– ‘Mensen uit een andere industrie hebben vaak geen benul wat certificeren voor de luchtvaart betekent.’
– ‘De PAL-V is een heel nieuw vervoermiddel dat twee werelden combineert.’
– De infrastructuur ligt er al: duizenden kleine vliegveldjes en landingsbanen.
– Europa blijft hangen in de waan van de dag.
‘We hebben een monopolie voor de volgende decennia neergezet’
In Abu Dhabi ligt twee miljoen vierkante meter klaar voor een Nederlands bedrijf dat in eigen land vaak met de nodige scepsis wordt bekeken. PAL-V uit Raamsdonksveer bouwt vliegende auto’s, of beter: voertuigen die volledig zijn toegelaten op de weg én straks gecertificeerd de lucht in kunnen. Volgens oprichter en directeur Robert Dingemanse wordt zijn bedrijf in het buitenland gezien als een van de voorlopers op het gebied van advanced air mobility (AAM), een nieuwe industrie waarin mobiliteit zich deels naar de lucht verplaatst. ‘In de Emiraten worden we groots binnengehaald om daar een complete PAL-V-campus te gaan bouwen. We krijgen orders van over de hele wereld en staan overal in de belangstelling. Iedereen zegt: “Ze zijn er al zo lang mee bezig, dus dat moet wel goed zijn.” Maar in Nederland wordt er vaak een beetje cynisch over gedaan en is de teneur: “Het duurt zo lang, dat kan niks zijn.”’

Dat PAL-V al een lange weg achter de rug heeft, klopt. Het bedrijf werd in 2008 opgericht. Sinds 2020 is het voertuig toegelaten op de openbare weg, niet alleen in Europa, maar ook in vijftig landen daarbuiten. Afgelopen jaar volgde een nieuwe mijlpaal toen de Europese luchtvaartautoriteit EASA de PAL-V technisch groen licht gaf. ‘No technical objections heet dat in ambtelijke termen’, vertelt Dingemanse. Daarmee zijn alle technische bezwaren weggenomen en resteert alleen nog de laatste productiestartfase en de bijbehorende certificering. ‘Mensen uit een andere industrie hebben vaak geen benul wat certificeren voor de luchtvaart betekent. In deze laatste certificeringsfase plannen we nog eens honderd manjaren aan certificeringswerk.’
Juist die lange ontwikkel- en certificeringsperiode maakt de positie van PAL-V uitzonderlijk, zegt Dingemanse. Want wie vandaag een vergelijkbaar voertuig wil ontwikkelen, moet niet alleen de techniek opbouwen, maar ook een luchtvaartgecertificeerd bedrijf optuigen. ‘Als je nu begint en probeert de PAL-V te kopiëren, moet je door een vijftien jaar durend certificeringsprogramma. Daarmee hebben we dus een monopolie voor de volgende decennia neergezet.’
Volgende groeimarkt
Dat de vliegende auto van PAL-V in Nederland regelmatig wordt afgedaan als een speeltje voor de rijken, laat volgens Dingemanse zien hoe weinig aandacht er is voor de industrie die daarachter schuilgaat. Hij vindt dat gebrek aan visie symptomatisch: ‘Met AI waren we ook tien jaar te laat. Bij AAM zie je nu precies hetzelfde gebeuren. China investeert al decennia in wat het de low altitude economy noemt. Terwijl er in Europa een beetje lacherig over wordt gedaan. Je kunt volhouden dat het niets wordt, totdat het je ineens overkomt en je de technologie in het buitenland moet kopen.’
Ook in bijvoorbeeld de Verenigde Arabische Emiraten en India wordt volgens Dingemanse gewerkt aan complete ecosystemen rond deze nieuwe vorm van mobiliteit. ‘Er is daar niet alleen ruimte, maar vooral visie. Ze geloven dat de lagere luchtlagen de volgende economische groeimarkt worden. Als je mensen en goederen sneller van A naar B kunt krijgen en plekken bereikbaar maakt die dat nu niet zijn, verandert dat de economie.’
Dingemanse denkt dat de potentie van AAM wordt onderschat, omdat mensen de technologie vergelijken met bestaande vormen van luchtvaart. ‘De PAL-V is geen vervanger van een vliegtuig of helikopter, maar een heel nieuw vervoermiddel dat twee werelden combineert’, legt hij uit. ‘Gebruikers rijden vanuit huis naar een kleine airstrip, vliegen over files, water of moeilijk begaanbaar terrein en leggen de laatste kilometers weer over de weg af.’
De benodigde infrastructuur ligt er al, in de vorm van duizenden kleine vliegveldjes en landingsbanen. ‘Door rijden en vliegen te combineren in één voertuig, lossen we de basisproblemen op waarom de kleine luchtvaart nog klein is. Want als je alleen kunt vliegen, vertrek je op een punt waar je niet wilt vertrekken, en kom je aan op een punt waar je niet wilt zijn’, schetst Dingemanse, om vervolgens te benadrukken dat mensen pas later beseffen hoe ingrijpend een technologische vernieuwing is. ‘Iedereen is altijd bezig met hoe ze nieuwe techniek kunnen inpassen in de manier waarop ze nu leven. Tien of vijftien jaar later blijkt dan dat wij ons juist hebben aangepast aan de techniek.’
Bedrijfsleven geen pinautomaat
Waarom zien Nederland en Europa deze nieuwe mobiliteitsindustrie niet aankomen? Volgens Dingemanse ontbreekt het niet alleen aan visie en investeringsbereidheid. ‘Het begint met crisisbesef’, zegt hij. ‘Ik kom veel in het Midden-Oosten, de VS, in China en in India. Als je dan terugkomt in Europa, heb je het idee dat je in de middeleeuwen stapt. De meeste mensen hebben niet eens door dat we nieuwe industrieën zoals deze moeten ontwikkelen.’
Dingemanse trekt daarbij een parallel met het bedrijfsleven. In zijn loopbaan hielp hij meerdere bedrijven door moeilijke periodes heen en zag telkens hetzelfde patroon. ‘Elke verandering begint met het besef dat je een probleem hebt. Bedrijven hebben vaak nog niet door dat de crisis al om de hoek is. Ze praten zichzelf liever in slaap. En als de crisis er dan echt is, wordt die onmanagebaar. Zo gaat het in Nederland ook. Wij denken dat de crisis er nog niet is.’

Dat gebrek aan urgentie heeft volgens Dingemanse grote gevolgen. Terwijl andere werelddelen al jaren investeren in technologieën die over tien of twintig jaar bepalend kunnen zijn, blijft Europa hangen in de waan van de dag. ‘Peter Wennink waarschuwt in zijn rapport ook dat we op die manier het verdienvermogen van Nederland kwijtraken. Het bedrijfsleven is geen pinautomaat waar oneindig veel geld in zit. Je moet vandaag nadenken over hoe onze economie er over twintig of vijfentwintig jaar uitziet. Want zo lang duurt het om nieuwe industrieën op te bouwen. De Chinezen zijn daarom al meer dan twintig jaar bezig met de markt waarin wij actief zijn. Maar in Europa hebben we nog niet eens de visie ontwikkeld dat die markt eraan komt.’
Angst om te falen
Dingemanse vindt dat Europa de mentaliteit heeft verloren waarmee het ooit groot werd. Vernieuwing ontstaat volgens hem niet door risico’s uit de weg te gaan, maar juist door ruimte te geven aan experimenten, ook als die mislukken. Daar ziet hij een fundamenteel verschil met landen als China. ‘Daar ontstaan misschien tweeduizend bedrijven rond een nieuwe industrie, waarvan er uiteindelijk tien wereldspelers overblijven. Zo plannen ze dat. Wij worden kopschuw van de eerste mislukking. In China maar ook in de VS zien ze falen als de prijs die je betaalt om de volgende industrie te bouwen.’
Risicobereidheid was eerder juist de basis onder de economische ontwikkeling van Europa, aldus Dingemanse. ‘Wij gingen vroeger met een boot ergens naartoe zonder te weten waar we zouden uitkomen. Tegenwoordig durven we helemaal niks meer. Alles wat ook maar een beetje de indruk wekt dat het op niets uitloopt, is een drama. Terwijl je dat juist moet vieren als een leerervaring. Het feit dat we dat hebben afgeleerd, leidt tot het falen van Europa voor de komende honderd jaar. Om verder te komen, heb je keihard de durf nodig om te experimenteren, fouten te maken en te falen. Als je dat niet meer doet, pluk je daar uiteindelijk de rotte vruchten van.’
De wereld is veranderd
Het gebrek aan langetermijnvisie ziet Dingemanse ook terug in de manier waarop Nederland wordt bestuurd. Politici moeten voortdurend inspelen op de actualiteit, terwijl de ontwikkeling van nieuwe industrieën tientallen jaren vergt. ‘In de politiek draait het om de volgende verkiezingen. Dan is het heel moeilijk om besluiten te nemen waarvan de opbrengst pas over vijftien jaar zichtbaar wordt.’ Social media hebben het kortetermijndenken verder versterkt, vindt hij. ‘Vroeger stonden partijen ergens voor. Nu zijn ze voortdurend aan het kijken wat de grote massa vandaag vindt. Daardoor wordt de politiek steeds kortzichtiger.’
Bijkomend probleem is dat specialistische kennis steeds minder een rol speelt in de besluitvorming. ‘Vroeger hadden politieke partijen stevige partijbureaus die Kamerleden inhoudelijk ondersteunden. Die zijn grotendeels verdwenen’, aldus Dingemanse. ‘Tegelijkertijd is de politiek steeds verder versplinterd geraakt. Per partij zijn er simpelweg te weinig mensen om je echt in onderwerpen als energie, industrie of gezondheidszorg te kunnen verdiepen.’ Hij pleit daarom voor een grotere Tweede Kamer met een hogere kiesdrempel, zodat alle stromingen in de maatschappij wel zijn vertegenwoordigd maar elke partij voldoende specialisten ter beschikking heeft.
‘Ons politieke systeem heeft ons na de Tweede Wereldoorlog enorm veel welvaart gebracht. Maar de wereld is veranderd en wij zijn niet mee veranderd’, gaat Dingemanse verder. ‘China heeft een disruptief systeem ontwikkeld waarmee het planmatig nieuwe industrieën opbouwt. Nederland wordt links en rechts ingehaald en heeft nog niet eens door dat de crisis al begonnen is. Zolang we dat niet onderkennen, verandert er ook niets. Pas als je accepteert dat de wereld is veranderd, ga je investeren in industrieën die onze welvaart over twintig of dertig jaar moeten dragen. Bijvoorbeeld in advanced air mobility.’