Wila verhuist productie van China naar de VS

0

In 2024 opende Wila een nieuwe fabriek in Louisville, Kentucky. Voor ceo Hans Willemsen een logische stap, passend binnen de strategie van het bedrijf. De productie die eerder in China plaatsvond, draait nu in de Verenigde Staten. Willemsen legt uit hoe die keuze tot stand kwam.

Uitbreiden ja, maar niet in Nederland

Wila produceert gereedschappen en systemen voor kantpersen. Het door Wila ontwikkelde systeem is inmiddels de wereldwijde standaard voor het klemmen van persgereedschappen. In 2015 startte Willemsen een verkooporganisatie in China om klanten lokaal beter te ondersteunen. De capaciteitsuitbreiding die vervolgens nodig werd, realiseerde hij in 2018 in China, met een fabriek qua technologie identiek aan de vestiging in Nederland. ‘Het ging daarbij niet om lage lonen, maar om hoogwaardige productie, dicht bij de klanten. Onze waarde bestaat voor 20 procent uit inkoop, 80 procent is creatie.’

Local for local

Productie dicht bij de klant – local for local – levert voordelen op voor transport, valuta, emissies en time-to-market. Maar vanwege de wereldwijde ontwikkelingen en daardoor veranderende klantvraag werden veel producten niet in China afgezet, maar via de EU naar de VS gestuurd.

In 2022 nam Wila het besluit om de productie van China naar de VS te verplaatsen. In 2023 werden de financiering en vergunningen rondgemaakt en in 2024 opende de fabriek in Kentucky. ‘Onze beste Chinese supervisor ging mee naar de VS om kennis en ervaring over te dragen, zodat de processen snel operationeel konden worden. De Chinese vestiging wordt nu als verkoopkantoor met magazijn gebruikt, maar kan zo nodig weer als fabriek worden ingericht.’

Op volle kracht

Na een uitgebreide zoektocht werd Kentucky gekozen vanwege de nabijheid van Cincinnati, een gebied met veel industriële activiteit. ‘Het ecosysteem moet nog verder opbouwen, maar de omgeving biedt kansen voor groei. En ook hier speelt automatisering een belangrijke rol, net als eerder in China. We houden de processen zo veel mogelijk identiek, ongeacht de productielocatie. Zo kunnen we kwaliteit en efficiëntie waarborgen door onze kennis centraal te ontwikkelen en beheren.’

De fabriek in Kentucky draait inmiddels op volle kracht. ‘Als een tierelier’, zegt Willemsen. Het personeelsbestand groeit, en ook vanuit de Nederlandse fabriek wordt nu geleverd aan de VS. ‘De machines in Nederland zijn op dit moment niet vol benut, dus daar is nog wat capaciteit beschikbaar.’

Positieve sfeer

De VS bieden een andere dynamiek. ‘De sfeer is heel positief. Investeringen in wederopbouw en reshoring creëren optimisme en ruimte voor groei. De aanpak van schuldfinanciering in de VS contrasteert met de Nederlandse focus op begrotingsdiscipline. In veel andere landen, maar helemaal daar, wordt eerst geïnvesteerd en daarna terugverdiend. Hier in Nederland is dat bijna omgekeerd.’

Willemsen steekt zijn kritische mening over hoe Nederland omgaat met industrie niet onder stoelen of banken. Volgens hem leven veel mensen en organisaties in een ‘Nederlandse bubbel’ en wordt onvoldoende rekening gehouden met internationale concurrentie. Hij noemt ASML en de defensie-industrie, waar de groei enorm is. ‘De statistieken raken hierdoor sterk vertekend en geven geen representatief beeld van de bredere industrie. Als ASML krimpt, lijden perifere bedrijven pijn, maar in de statistieken valt dat niet op. Veel bedrijven worden over één kam geschoren.’

In een klem

Ook vakbonden spelen hierin een rol. Volgens Willemsen zijn deze te weinig gericht op concurrentiekracht. ‘Als er in de industrie geld wordt verdiend, wordt meteen geroepen dat er loonruimte is. Maar bij onze klanten buiten Nederland hoeven wij echt niet meer met prijsverhogingen aan te komen, terwijl onze kosten wel blijven stijgen. Tegelijkertijd neemt de concurrentie uit China toe. Daardoor zitten we in een klem.’

‘We houden de processen zo veel mogelijk identiek’

Bij brancheorganisaties zoals FME is volgens de Wila-ceo ook ruimte voor verbetering. Hij benadrukt dat de lobby zich meer moet richten op verdiencapaciteit en behoud van de industrie, en minder op regels en subsidies. ‘Ondernemers worden vaak gezien als pinautomaten, terwijl de werkelijkheid complexer is. Het belang van behoud van industrie moet duidelijker naar voren komen bij beleidsmakers.’

Investeren versus automatiseren

Nederlandse bedrijven wordt vaak geadviseerd te investeren in automatisering en digitalisering om hun voorsprong te behouden. Maar die investeringen moeten wel ergens vandaan komen. Willemsen ziet een levensgroot verschil in financieringsmogelijkheden tussen Nederland en de VS. ‘De Inflation Reduction Act heeft veel geld vrijgemaakt voor reshoring. En daarbovenop is er in de VS meer dan genoeg venture capital beschikbaar, waardoor investeringen makkelijker te financieren zijn. In Nederland zijn subsidies vaak gekoppeld aan bureaucratische procedures.’

Hij pleit voor financiering die groei mogelijk maakt in plaats van subsidies met veel regels. ‘Er is veel turbulentie in de markt. Grote spelers hebben het moeilijk, volumes krimpen en China neemt veel over. Bedrijven moeten adaptief zijn en niet alleen het lef, maar ook de middelen hebben om bij te sturen.’ De investeringsbank die Nederland decennia geleden had, is volgens hem nog steeds, of weer, broodnodig.

‘Regels, loondruk en stroperigheid beperken de concurrentiekracht van de Nederlandse industrie. Bedrijven hebben flexibiliteit nodig om te kunnen opereren in een internationale markt. We moeten kritisch kijken naar beleid en subsidies, zodat de industrie kan investeren en concurreren.’

Verdiencapaciteit bewaken

Het is zaak om met zijn allen de verdiencapaciteit van ons land te bewaken, stelt Willemsen. ‘Als bedrijven hun groei niet in Nederland kunnen realiseren, verdwijnt de productie soms in zijn geheel. Wila gaat niet weg uit Nederland, maar onze verdere capaciteitsgroei realiseren we niet hier. Dat is ook een vorm van weggaan die de verdiencapaciteit van ons land beperkt.’

De fabriek in Kentucky ziet hij niet als eindpunt, maar als start van een nieuwe fase. ‘We beschikken over een sterk team en slimme mensen. Ik wil zelf nog een paar jaar langer doorwerken, met het oog op het honderdjarige bestaan van Wila in 2032. Zodat ik mijn afscheid bij Royal Wila kan vieren’, lacht hij. De overdracht naar de volgende generatie is al voorbereid via een management buy-out door zijn drie directiegenoten.

Internationale inzichten

Willemsen vergelijkt de markten in de VS en China. ‘China blijft belangrijk, maar de VS bieden mogelijkheden om de groei van reshoring te benutten en processen adaptief te organiseren. We moeten continu afwegen waar heffingen worden toegepast en welke bewerkingen waar plaatsvinden tegen de laagste kosten.’ Hij blikt tevreden terug: ‘We waren op tijd met het verplaatsen van onze fabriek van China naar de VS. Het was de juiste beslissing en ik zou het opnieuw doen.’

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Geverifieerd door ExactMetrics