Het gaat niet goed met Nederland, vindt Herman Molenaar – en hij is niet de enige. Overal klinkt hetzelfde gevoel van onmacht: regels stapelen zich op, plannen blijven in de la liggen en de economie hapert. Samen met Link Magazine doet hij daarom een oproep: het is tijd om de mouwen op te stropen. Niet nog een rapport, maar een beweging die meet, leert en doet. ‘Wie niet goed voor zijn bedrijven zorgt, zorgt niet goed voor zijn welvaart’, zegt Molenaar. ‘Want die staat op het spel.’
Oproep aan ondernemers: doorbreek het verlammende systeem
- ‘Het kan toch niet zo zijn dat we alles weten, alles kunnen en toch stilstaan?’
- ‘De regels zijn een doel op zich geworden.’
- ‘Brede welvaart heeft geen politieke kleur. Het is gewoon fatsoen.’
- ‘Maak de kaders veilig, zodat mensen weer durven bewegen.’
Toen hij een kleine vier jaar geleden stopte als managing director en cfo van Vanderlande, had Herman Molenaar een lange carrière in de industrie achter de rug. Daarin werd het hem steeds duidelijker dat het niet de goede kant op gaat met Nederland. ‘Iedereen zegt van wel, want de terrasjes zitten vol. Maar wat zegt dat over de echte welvaart? Het is perceptie.’ Molenaar ziet hoe de energie uit ondernemers weglekt door een stortvloed aan regels, stijgende kosten en oeverloze discussies. En hoe Nederland langzaam maar zeker zijn positie verliest.
Hij is uitgesproken, soms ronduit fel en trekt zich de problemen ook persoonlijk aan: ‘Ik ben met 62 gestopt, niet omdat ik het werk beu was, maar omdat ik iets wilde doen aan wat me dwarszit. Het kan toch niet zo zijn dat we alles weten, alles kunnen en toch stilstaan?’ De afgelopen jaren gaf hij regelmatig lezingen over duurzaamheid en brede welvaart, waar hij honderden mensen ontmoette. Soms kwam na afloop een vrouw naar hem toe. ‘Die zei dan: “Dat is precies waarom ik geen kinderen wil.”’ Molenaar zweeg de eerste keren. Later begon het te knagen. ‘Ik dacht: dit is niet de bedoeling, dit mag je niet accepteren. Want als de angst regeert, geef je de hoop op en dat is geen optie.’
Drie oorzaken
Molenaar studeerde economie. ‘Dat gaat over de mate waarin mensen in hun materiële en immateriële behoeften kunnen voorzien, binnen de grenzen van de aarde en de menselijke maat. En als dat de definitie is, gaat het niet goed.’ Hij heeft een vergelijking paraat: ‘Toen ik zo’n veertig jaar geleden aan mijn werkzame leven begon, kon je met een modaal inkomen een huis kopen, een autootje rijden, op vakantie. Daarvoor heb je tegenwoordig minimaal twee modale inkomens van 45.000 euro nodig.’

Hans Molenaar vindt dat we optimistisch moeten blijven. ‘Soms lukt dat moeilijk, maar ik zie om me heen ook successen. Mensen die willen, bedrijven die bewegen. Dat geeft hoop. Het gaat een keer groot worden.’
Volgens Molenaar is de verzorgingsstaat vastgelopen in goede bedoelingen. ‘En in wantrouwen. Alles wordt vastgelegd, gecontroleerd, verantwoord. Daardoor is de zorg niet meer doelmatig, het onderwijs bijna niet meer te betalen, de bouw nauwelijks nog uitvoerbaar. De regels zijn een doel op zich geworden.’
Molenaar ziet drie structurele oorzaken waardoor de samenleving verlamt: ‘We hebben geen collectief doel, geen passend besturingsmodel en geen gemeenschappelijk dashboard. Probeer maar eens een bedrijf te besturen zonder strategie, zonder besluitvormingsproces en zonder dashboard. Dat gaat niet. Maar dat proberen we nu als land wel te doen.’
SDG’s…
Dat we geen gemeenschappelijk begrepen en geaccepteerde doelstellingen hebben, is fundamenteel, zegt Molenaar. ‘Als je geen probleem hebt, ga je het ook niet oplossen. En als je aan tien mensen vraagt hoe het met de economie gaat, krijg je tien verschillende antwoorden. Vrijwel niemand baseert zich op een gedeelde definitie van wat we eigenlijk willen of wat goed is.’ Hij vindt de zeventien Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties een mooi vertrekpunt. ‘Daar zit alles in: people, planet, profit, met partnership als verbindende laag. Zeventien doelen in samenhang, precies wat Nederland nodig heeft.’
De tweede oorzaak ligt bij het besturingsmodel en het besluitvormingsproces. ‘We hebben in Nederland 342 gemeenten die allemaal hun eigen toekomstvisie schrijven. Duurt drie jaar, kost bakken met geld en als er een nieuwe gemeenteraad wordt gekozen, begint het spel opnieuw. De intentie is goed, maar we zitten vast in een systeem dat ooit goed werkte, maar aan herziening toe is.’ Als voorzitter van de ondernemersvereniging van Meierijstad maakte Molenaar voor de verkiezingen een rondje langs een aantal politieke partijen. ‘Dan vraag ik ze onder meer: maken jullie een verkiezingsprogramma? “Natuurlijk, meneer Molenaar dat doen we altijd.” En dan zeg ik: dat is wel een beetje raar want we hebben met z’n allen net een toekomstvisie geschreven die de gemeenteraad heeft geaccordeerd.’ Hij zucht en trekt de vergelijking met China: ‘Daar hebben ze gezegd dat ze de energietransitie willen realiseren. En dan gebeurt het ook. Wij schrijven rapporten en daar blijft het vervolgens bij.’ Daarmee pleit Molenaar natuurlijk niet voor een dictatoriale samenleving maar wel voor een daadkrachtiger en effectiever besluitvormingsproces.
…en KPI’s
Het derde deel gaat over de KPI’s voor de bv Nederland. ‘We gebruiken vaak het bruto binnenlands product als indicator hoe het met de economie gaat. Maar is dat wel een goede graadmeter? Als er meer mensen in de zorg gaan werken en er meer geld wordt uitgegeven aan tanks, stijgt het bbp. Dat lijkt groei, maar in het bedrijfsleven zouden we ons in zo’n geval zorgen maken over de toenemende overhead.’
Daarom, zegt Molenaar, moet er een nieuw dashboard komen. ‘Een dashboard met simpele, begrijpelijke doelen. Geen CO2 en scope 1, 2 of 3, veel te ingewikkeld. Gewoon hoeveel kuub gas en hoeveel liter benzine gaan we minder gebruiken. Dat begrijpt iedereen. En geen abstracte rapporten over transities, maar concrete resultaten. Bijvoorbeeld: de collectieve lastendruk – als we die eerst goed hebben gedefinieerd – met 25 procent verlagen. En het nationale fossielvrije energieverbruik verhogen van 10 naar 60 procent. Dat zijn resultaatgerichte cijfers waarop je kunt sturen en die mensen als voetbaluitslagen willen volgen.’
Postzegeldenken
Molenaar geeft een heel sprekend voorbeeld. ‘Gemiddeld duurt een bouwvergunning nu acht jaar. Eén jaar gaat verloren aan de ecologische toets, omdat er misschien een vleermuis zit die niet verplaatst mag worden. Prima, natuur is belangrijk. Maar er wonen ook heel wat jongeren nog altijd thuis omdat er te weinig huizen zijn.’
Dan, scherper: ‘We hebben in Nederland 3,4 miljoen katten. Die doden per jaar ongeveer 140 miljoen dieren, waaronder zo’n 18 miljoen vleermuizen. Wij leggen bouwprojecten stil om er twee te beschermen.’ Hij zegt het niet om zaken belachelijk te maken, maar om te illustreren hoe de samenhang is zoekgeraakt. ‘We hebben miljoenen regels in Nederland, allemaal voor dat ene postzegeltje. Individueel zijn ze verdedigbaar, maar ze zijn inconsistent, onsamenhangend en veroorzaken een welhaast onwerkbare complexiteit.’
Regelmoeras
De verlamming is overal. Met de ondernemersvereniging in Meierijstad probeert Molenaar bijvoorbeeld al jaren om een collectieve elektriciteitsaansluiting voor elkaar te krijgen. ‘Na heel veel voorbereiding hebben we samen met bedrijven, gemeente en provincie een intentieverklaring getekend voor een groepstransportovereenkomst. Daarmee kun je meerdere bedrijven op één aansluiting zetten en energie delen. Peak shaving, lokale opslag, alles. Iedereen wilde het. En toen zei Enexis: “Ons systeem kan dat niet aan. We hebben nog geen netcode en toestemming nodig van de ACM.”’
Voor Molenaar illustratief hoe iedereen wel wil – ook Enexis – maar goede ideeën toch kunnen stranden in het regelmoeras. ‘Technisch kan het, economisch kan het, alleen organisatorisch en juridisch niet. De ambtenaar, de netbeheerder, de ondernemer; van hoog tot laag, iedereen zit vast. Dat is dramatisch, want zo blijft alles hangen. Energie wordt onbetaalbaar, bedrijven investeren niet meer, productie verdwijnt.’ Hij benadrukt dat het geen aanval is op individuen, maar dat zijn boodschap wel een wake-up call is. ‘Politici en ambtenaren zitten net zo goed gevangen in het bestaande systeem.’
‘Het is kakelen zonder eieren te leggen’
Er is in zijn ogen nog een probleem: ‘Onze meningen zijn vrijwel altijd gebaseerd op eigen percepties, dus zonder gemeenschappelijk begrepen en geaccepteerde definities en doelstellingen, en zonder een feitelijk dashboard. Er wordt gekakeld zonder eieren te leggen’, verwoordt Molenaar het met een glimlach, maar zijn boodschap is serieus. ‘Het is oplosbaar. Laten we beginnen met ons dat te realiseren.’
Terug naar vertrouwen
Om dat laatste te benadrukken, rekent Molenaar voor: ‘Van de 18 miljoen Nederlanders vormen 9,5 miljoen de beroepsbevolking. Van hen werkt ongeveer 17 procent in de zorg, fors meer dan in andere West-Europese landen waar het gemiddeld op 8 procent ligt. In het onderwijs is de verhouding één op drie: één persoon voor de klas, en twee die het werk van die ene coördineren.’
Hij beklemtoont het bewust nog een keer: ‘Zorg en onderwijs zijn belangrijk, natuur ook. Maar er zijn zeker vraagtekens te zetten bij de doelmatigheid. Het ontbreekt aan een norm, waarbij we ook terug moeten naar vertrouwen, naar sturen op output en resultaat. Iedereen wil bouwen om de woningnood op te lossen. Maar het duurt nu gemiddeld acht jaar om een vergunning te krijgen. Als we afspreken dat dit naar drie jaar moet, veránder je iets. Dat begrijpen mensen; daar wil je bij horen. Regels zouden geen doel op zich moeten zijn; het gaat om de samenhang der dingen en de collectieve belangen, boven de individuele.’
Als voorbeeld dat het beter kan, haalt Molenaar de Brainport aan. ‘Daar is het georganiseerd. Ze hebben een collectief doel, een gezamenlijke aanpak, de middelen en meten de voortgang. Er worden bedrijventerreinen, infrastructuur en andere collectieve voorzieningen zoals padelbanen en zwembaden gerealiseerd. Vergelijkbaar met hoe Philips dat vroeger deed. En ja, daar zaten ook individuele en gepercipieerde nadelen aan. Maar niemand gaat meer naar de Raad van State. Er is draagvlak, mandaat en schaal: het werkt.’
Begrijpelijke doelen
Molenaar maakt duidelijk dat zijn boodschap niet links of rechts is. ‘Niemand wil armoede. Niemand wil dat één op de zes kinderen onder de 18 bij jeugdzorg loopt of dat meer dan de helft van de jongeren met een prima opleiding en baan nog bij zijn ouders woont. Brede welvaart heeft geen politieke kleur. Het is gewoon fatsoen. Maar dan wel met meetbare resultaten. Anders blijf je in cirkels praten.’ Want het begint bij begrijpelijke doelen, zegt hij. ‘Geen wollige taal. Geen transitiepacten of versnellingstafels. Geen rapport in de la, maar een levend scorebord.’
Wat die doelen moeten worden, daar heeft Molenaar wel een idee bij, maar we moeten ze toch vooral met z’n allen verzinnen. Hij pleit er daarom voor dat ondernemers het voortouw nemen. ‘We zouden een ondernemersplatform moeten oprichten met echte boegbeelden. Authentieke mensen die iets te verliezen hebben. Je kunt immers geen voetbalwedstrijd winnen met waterpoloërs. En ze zouden moeten zeggen: we maken ons zorgen over onze welvaart en over de toekomst, en wij gaan dit dóen. Niet als lobby, maar als taskforce. Zoals tijdens corona. Toen konden we ook besluiten nemen. Omdat het moest. En het moet nu weer.’
Disruptie
Die taskforce moet mandaat krijgen en direct schakelen met de overheid, vindt Molenaar. ‘Geen eenmalig plan, maar een instituut. Een productschap nieuwe stijl. Met een paar duidelijke KPI’s, gekoppeld aan de SDG’s. Met een kleine kern van mensen die kunnen beslissen en doorpakken. En die elke maand rapporteren waar we staan. Dat is geen utopie. Dat is te organiseren.’
Hij noemt het een disruptieve start-up. ‘Het moet buiten het bestaande systeem ontstaan, want dat systeem houdt zichzelf in stand. Maar het is niet anti-overheid. We zeggen niet dat iemand dom is. En ook niet dat we geen regels nodig hebben. We zeggen: dit werkt zo niet meer en we willen helpen om het beter te maken. Als startpunt van een brede dialoog.’
‘En zoek niet naar oplossingen zonder nadelen, want die bestaan niet’, gaat Molenaar verder. ‘Dus durf keuzes te maken. Maak de kaders veilig, zodat mensen weer durven bewegen. Dan kan iemand bij Enexis tegen me zeggen: “Ik weet dat die collectieve aansluiting officieel nog niet mag, maar ik ga de ruimte vinden, want we begrijpen samen dat het moet.” Dát is leiderschap.’

Link magazine november 2025. Thema: Leiderschap in onzekere tijden. Cover Richard van den Brink Global Factories. Lees het artikel digital of vraag exemplaar op bij mireille.vanginkel@linkmagazine.nl
Intrinsieke motivatie
Wel signaleert Molenaar een probleem: er zijn nog maar weinig boegbeelden over. ‘Ik ben op veel plekken in de wereld geweest en was altijd trots op Nederland. De meeste patenten, de meeste r&d, iedereen kende onze bedrijven. In 1995 hadden we twaalf Nederlandse bedrijven in de top 200 van de wereld, waaronder Fokker, DAF, Stork, DSM, Akzo en Shell. Maar daar is niet veel meer van over. De echte Dutch Connection, Nederlandse leiding, Nederlands eigendom, Nederlands hoofdkantoor? Het is bijna verdwenen. Gelukkig hebben we nog altijd mooie en vooraanstaande bedrijven zoals Heineken, De Heus, Royal Swinkels en VDL’, somt hij op. ‘Maar de rest is verkocht of verhuisd.’
Hij zegt het niet cynisch, maar vol spijt. ‘Een vestiging van een grote buitenlandse corporate kan maar moeilijk een rol spelen in deze wedstrijd. Want daar moeten ze naar het hoofdkantoor in Chicago, Shanghai of waar dan ook om te vragen of ze voor 5.000 euro de lokale fietsclub mogen sponsoren.’
‘Nederlandse familiebedrijven moeten de boegbeelden worden’
Daarom, zegt hij, moeten Nederlandse familiebedrijven opstaan. ‘Die zijn hier geworteld, hebben een lange adem en de benodigde intrinsieke motivatie. Zij moeten de boegbeelden worden. Niet om politiek te bedrijven, maar om het systeem te doorbreken. Als zij aan tafel zitten, met mandaat, met doelen die iedereen begrijpt, wíl niemand meer nee zeggen.’
Hoop en urgentie
Daarmee komt hij bij zijn oproep aan de lezers van Link Magazine. ‘We moeten stoppen met duiden en klagen, en beginnen met doen. Laten we gezamenlijk vaststellen wat goed is en dat in een scorebord gieten. Iedereen doet mee: ondernemers, bestuurders, onderzoekers, beleidsmakers, grote brancheverenigingen.’ Molenaar vindt dat we optimistisch moeten blijven. ‘Soms lukt dat moeilijk, maar ik zie om me heen ook successen. Mensen die willen, bedrijven die bewegen. Dat geeft hoop. Het gaat een keer groot worden.’ Hij eindigt met urgentie in zijn stem: ‘Wie niet goed voor zijn bedrijven zorgt, zorgt niet goed voor de welvaart van 18 miljoen Nederlanders. Want die staat op het spel.’
Meedoen? Graag!
Dit artikel is een oproep aan alle ondernemers in de Nederlandse maakindustrie. Wil je je aansluiten bij het initiatief van Link Magazine, om te kijken hoe we met z’n allen vanuit de industrie verandering teweeg kunnen brengen? Stuur dan een bericht naar redactie@linkmagazine.nl