De Nederlandse industrie sluit 2025 af met gemengde signalen. De groei van nieuwe orders vlakt af en de productie daalt licht, maar het vertrouwen in 2026 neemt toe. Bedrijven rekenen op aantrekkende investeringen, nieuwe producten en een gunstiger beleidsklimaat, terwijl export, ketens en kosten druk blijven uitoefenen. Zie ie ook Cijfers van CBS: Industrie laat voorzichtig herstel zien, Export van machines, elektronica en grondstoffen trekt aan.
De Nevi Inkoopmanagersindex (PMI) voor de Nederlandse industrie daalde in december licht van 51,8 naar 51,1. Daarmee bleef de index boven de grens van 50 — wat duidt op groei — maar was de verbetering van de bedrijfsomstandigheden de kleinste sinds mei. Vooral de productieomvang en het aantal nieuwe orders drukten het cijfer.

Albert Jan Swart: “Het lijkt erop dat de basisindustrie in 2026 onder een gunstiger gesternte staat. ”. Foto ABN AMRO
Vraag vlakt af, export onder druk
Het aantal nieuwe orders nam in december voor de zevende maand op rij toe, maar de stijging was beperkt en de kleinste in de huidige groeifase. De internationale vraag viel daarbij terug: het aantal buitenlandse orders daalde voor het eerst in drie maanden.
Die zwakkere export hangt samen met geopolitieke spanningen, handelsbelemmeringen en logistieke verstoringen. Congestie in de Rotterdamse haven, spanningen tussen China, Nederland en de Verenigde Staten en eerdere voorraadopbouw bij klanten zorgden ervoor dat de internationale verkoop tijdelijk onder druk staat.
Productie daalt licht, investeringsgoederen houden stand
De afvlakking van de ordergroei werkte door in de productie. Het productievolume daalde in december licht, mede door technische problemen in fabrieken en voorzichtigere productieplanning.
Tegelijkertijd waren er duidelijke verschillen tussen subsectoren. Alleen producenten van investeringsgoederen — zoals machines en industriële apparatuur — rapporteerden nog groei. Dat wijst erop dat bedrijven blijven investeren in productiviteit, automatisering en vervanging, ook als expansie wordt uitgesteld.
Ketens blijven kwetsbaar
Aan de aanbodzijde bleef het inkoopvolume vrijwel onveranderd. Toch liepen de levertijden sterk op — de grootste verslechtering in meer dan drie jaar. Die werd veroorzaakt door vertraagd transport, capaciteitsbeperkingen en beperkte beschikbaarheid van materialen.
Het is opvallend dat deze verstoring niet voortkomt uit een vraagpiek, maar uit structurele kwetsbaarheden in logistiek en ketens. De industrie blijft daarmee gevoelig voor geopolitiek, infrastructuur en beschikbaarheid van grondstoffen.
Kosten en prijzen lopen weer op
Na een periode van afkoeling stegen in december de operationele kosten weer in de grootste mate sinds augustus. Hogere energie- en loonkosten speelden daarbij een rol, net als hogere inkoopprijzen van grondstoffen.
Die kosten werden deels doorberekend: de verkoopprijsinflatie was de hoogste in vier maanden en zichtbaar in alle subsectoren, met investeringsgoederen opnieuw aan kop. Dat kan marges onder druk zetten in een fase waarin volumegroei juist afvlakt.
Werkgelegenheid en vertrouwen stijgen
Ondanks de lichte productiedaling breidden bedrijven hun personeelsbestand weer voorzichtig uit — voor het eerst in drie maanden en het sterkst in tien maanden. Tegelijkertijd bleef de hoeveelheid onvoltooid werk dalen, wat erop wijst dat bedrijven voldoende capaciteit hebben om hun orderportefeuille te verwerken.

Link magazine december 2025-januari 2026. Thema: Geld verdienen tijdens de hele lifecycle. Cover Christian Rood Leydenjar. Lees het artikel digital of vraag exemplaar op bij mireille.vanginkel@linkmagazine.nl
Het ondernemersvertrouwen steeg naar het hoogste niveau in tien maanden. Uit de enquête blijkt dat zes keer zoveel bedrijven optimistisch als pessimistisch zijn over hun productie in 2026 (44 procent tegenover 7 procent). Dat optimisme is gebaseerd op verwachte nieuwe orders, productintroducties en verbeterende vooruitzichten in belangrijke markten.
Beleidsklimaat wordt gunstiger
Dat vertrouwen wordt versterkt door beleidsontwikkelingen. Het rapport van voormalig ASML-topman Peter Wennink, waarin hij pleit voor steun aan zowel de hightechindustrie als energie-intensieve sectoren zoals chemie en staal, werd positief ontvangen. Deze sectoren vormen de basis van veel industriële ketens en zijn cruciaal voor energievoorziening, defensie en strategische autonomie.
Ook de agenda van D66 en CDA — gericht op elektrificatie, lagere elektriciteitskosten en afschaffing van de nationale CO₂-heffing — geeft energie-intensieve industrie meer perspectief.
Albert Jan Swart ABN AMRO verwacht dat de Nederlandse industrie in 2026 met ongeveer 3 procent kan groeien, mede dankzij toenemende vraag naar machines en investeringsgoederen.
Tussen afkoeling en herstart
Het beeld eind 2025 is dat van een sector in overgang:
- de vraag groeit nog, maar minder snel,
- de export staat tijdelijk onder druk,
- ketens en kosten blijven kwetsbaar,
- maar vertrouwen, investeringsbereidheid en beleidsklimaat verbeteren.
De industrie beweegt daarmee van een fase van conjunctureel herstel naar een fase van structurele herpositionering. Niet de hoeveelheid groei, maar de kwaliteit ervan — productiviteit, duurzaamheid, ketenrobustheid en strategische autonomie — wordt bepalend.
Voor bedrijven betekent dit dat 2026 geen vanzelfsprekend groeijaar wordt, maar wel een jaar waarin wie voorbereid is, kan versnellen.