Voedingsmiddelenindustrie blijft kwetsbaar: aardgas houdt greep op productie

0

De Nederlandse voedingsmiddelenindustrie blijft volgens onderzoek ABN Amro sterk afhankelijk van aardgas en daarmee gevoelig voor geopolitieke spanningen en prijsschommelingen. Nieuwe onrust in het Midden-Oosten onderstreept hoe kwetsbaar de sector nog altijd is — ondanks stappen richting verduurzaming.

Kostenstijgingen komen in fases

Op korte termijn lijken veel bedrijven de dans nog deels te ontspringen. Dankzij langlopende energiecontracten zijn gas- en elektriciteitsprijzen tijdelijk afgedekt. De eerste klappen vallen daarom vooral elders in de keten: hogere kosten voor transport, containers en luchtvracht drukken direct op marges.

Maar die buffer is tijdelijk. Naar verwachting blijven energieprijzen langdurig hoog, onder meer door schade aan productie- en transportinfrastructuur van fossiele brandstoffen. Zodra contracten aflopen, worden ook producenten zelf geconfronteerd met hogere energiekosten.

Beperkte energiebesparing

Sinds de energiecrisis van 2022 heeft de sector zijn energieverbruik met 5,5 procent teruggebracht — aanzienlijk minder dan het gemiddelde in Nederland (11 procent). Gecorrigeerd voor lagere productie blijft slechts circa 3 procent daadwerkelijke besparing over.

Aardgas blijft dominant en is goed voor ongeveer 70 procent van de energiemix. Tegelijkertijd verschuift de sector langzaam richting elektrificatie: het gasverbruik daalde licht, terwijl het elektriciteitsverbruik juist toenam.

Elektrificatie loont — maar niet voor iedereen

Bedrijven die eerder hebben geïnvesteerd in elektrificatie en energiebesparing profiteren nu. De koppeling tussen gas- en elektriciteitsprijzen is minder sterk dan tijdens de energiecrisis van 2022, mede door investeringen in duurzame energie en LNG-infrastructuur. Elektriciteit is daardoor relatief goedkoper geworden.

Toch is elektrificatie geen universele oplossing. Veel processen in de voedingsindustrie — zoals pasteuriseren, drogen en verdampen — vereisen hoge temperaturen. Juist die toepassingen zijn technisch lastig en kostbaar te elektrificeren.

Alternatieven beperkt beschikbaar

Voor processen met lagere temperaturen zijn alternatieven zoals geothermie of restwarmte kansrijk, maar de beschikbaarheid is beperkt en sterk locatieafhankelijk. Elektrische oplossingen zoals e-boilers en warmtepompen vragen bovendien forse hoeveelheden stroom — en juist daar wringt het.

Netcongestie vormt een groeiend knelpunt. Bedrijven die willen elektrificeren, krijgen vaak geen aansluiting of onvoldoende capaciteit om op te schalen.

Investeren botst met realiteit

Naast techniek speelt ook financiering een rol. Bedrijven in de foodsector investeren doorgaans eens per 10 tot 20 jaar in nieuwe installaties. Duurzame alternatieven hebben vaak langere terugverdientijden dan bestaande gasoplossingen.

Daar komt bij dat afzetcontracten in de sector vaak kortlopend zijn — één tot twee jaar — terwijl duurzame investeringen juist lange termijnzekerheid vragen. Dit belemmert de financierbaarheid van verduurzaming, ondanks de voordelen op termijn.

Technologie, markt en mens

De foodsector bevindt zich in een spanningsveld. Technologisch zijn er alternatieven, maar deze zijn nog niet altijd schaalbaar of economisch haalbaar. De markt vraagt flexibiliteit en lage kosten, terwijl de energietransitie juist vraagt om lange termijninvesteringen.

Voor ondernemers betekent dit balanceren tussen continuïteit en transitie. Voorlopig blijft aardgas een dominante factor — en daarmee ook een bron van onzekerheid. Bron ABNAMRO

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Geverifieerd door ExactMetrics