De Nederlandse goederenhandel liet in 2025 een bescheiden groei zien, maar onder de oppervlakte voltrekt zich een duidelijke verschuiving. Waar de totale export en import met 1,4 procent toenamen, veranderen de handelsstromen ingrijpend. Vooral de sterke groei van export naar Taiwan en de daling richting de Verenigde Staten en China springen eruit. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

– In 2025 groeide zowel de import- als exportwaarde met 1,4 procent.
– De export naar Taiwan, Italië en Duitsland groeide, die naar België, de VS en China kromp.
– Er werden minder minerale brandstoffen verhandeld en meer gespecialiseerde machines en medicinale en farmaceutische producten.
Groei gedragen door wederuitvoer
De totale exportwaarde kwam in 2025 uit op 655 miljard euro, terwijl de import 582 miljard bedroeg. De groei is grotendeels te danken aan hogere volumes; prijzen stonden juist onder druk. Daarmee blijft de handelswaarde onder het piekniveau van 2022, toen energieprijzen door geopolitieke spanningen historisch hoog waren.
Opvallend is dat de exportgroei vooral voortkomt uit wederuitvoer: goederen die via Nederland worden doorgevoerd. Die nam met 7,9 miljard euro toe, terwijl de export van in Nederland geproduceerde goederen slechts met 1 miljard euro groeide. Dit benadrukt de rol van Nederland als logistieke hub, maar relativeert de groei van de eigen industrie.
aiwan profiteert van chipgolf
De grootste verschuiving zit in de exportbestemmingen. Taiwan noteerde met +2,6 miljard euro de sterkste groei. Nederlandse bedrijven leverden vooral meer gespecialiseerde machines voor de halfgeleiderindustrie. Daarmee profiteert Nederland direct van de wereldwijde investeringsgolf in chips.
Deze ontwikkeling past in een bredere trend: Europa en Azië investeren fors in strategische technologieën, waarbij Nederlandse machinebouwers en toeleveranciers een sleutelpositie innemen.
Ook Italië, Duitsland en Polen lieten groei zien als exportmarkt. Tegelijkertijd daalde de uitvoer naar traditionele handelspartners:
- Verenigde Staten: –2,7 miljard euro
- België: –2,7 miljard euro
- China: –1,6 miljard euro
De daling richting de VS en België hangt vooral samen met een lagere export van geraffineerde aardolieproducten. Naar China werd juist minder hightech apparatuur en halfgeleidergerelateerde technologie geëxporteerd.
Van energie naar technologie
De samenstelling van de handel verandert zichtbaar. De export van minerale brandstoffen daalde met ruim 11 miljard euro — veruit de grootste afname. Daartegenover staat groei in:
- machines en vervoermaterieel
- voeding en agrarische producten
Ook aan de importzijde is deze verschuiving zichtbaar. Nederland importeerde minder brandstoffen, maar juist meer machines en chemische en farmaceutische producten.

Met name de import uit Zuid-Korea groeide sterk (+1,8 miljard euro), vooral dankzij hightech en medische producten. Dit onderstreept de toenemende verwevenheid van Nederland met Aziatische technologieclusters.
Strategische heroriëntatie
De cijfers laten zien dat de Nederlandse economie zich langzaam losmaakt van energiegedreven handel en sterker leunt op technologie en hoogwaardige industrie. Tegelijkertijd verschuiven geopolitieke verhoudingen:
- minder afhankelijkheid van China en de VS
- sterkere koppeling met Europese partners en Aziatische hightechregio’s
- groeiende rol van halfgeleiderketens
Voor de Nederlandse maakindustrie biedt dit kansen, maar ook uitdagingen. De vraag naar gespecialiseerde machines en systemen groeit, maar vraagt om schaalbaarheid, leveringszekerheid en strategische samenwerking in de keten.
Implicaties voor de maakindustrie
Voor bedrijven in de Nederlandse industrie zijn drie ontwikkelingen relevant:
- Versnelling van de chipketen
De groei richting Taiwan bevestigt de centrale rol van Nederlandse technologie in de mondiale halfgeleiderindustrie. - Afname energie-afhankelijkheid
Minder handel in brandstoffen betekent dat waardecreatie verschuift naar kennisintensieve sectoren. - Nieuwe handelsbalans
Minder export naar de VS en China vraagt om herpositionering in internationale ketens.
De cijfers van het CBS laten daarmee niet alleen een lichte groei zien, maar vooral een structurele verschuiving. Nederland beweegt zich steeds duidelijker richting een economie waarin hightech, systemen en ketensamenwerking centraal staan — precies de domeinen waarin de maakindustrie het verschil kan maken.
