PTC – producent van software voor 3D-design en product lifecycle management – transformeert van productleverancier naar een aanbieder van Software as a Service (SaaS) voor de maakindustrie. Datagestuurde besluitvorming op schaal is niet alleen voor PTC zelf erg belangrijk, maar ook voor de gebruikersorganisaties. ‘Digitale transformatie moet je eigenlijk wel voor 2030 op orde hebben’, stelt Steve Dertien van PTC.

- PTC ontwikkelt zich van softwarebedrijf tot platformaanbieder.
- Cloud en AI versnellen digitale transformatie in de industrie.
- 3D-modellen vervangen tekeningen en versnellen productieprocessen.
- PLM verbindt ontwerp, productie en onderhoud wereldwijd.
- VS adopteert sneller dan Europa door innovatieklimaat.
PTC startte in de jaren 80 met het ontwerpen met CAD-software voor het maken van 2D-tekeningen. De overstap naar 3D-CAD volgde kort voor de eeuwwisseling. ‘De tekeningen werden in 3D gemaakt, maar de kennis werd nog altijd in 2D overgedragen. Pas de afgelopen vijftien jaar en zeker de laatste vijf jaar hebben we echt vooruitgang geboekt in het creëren van een platformaanpak’, schetst Steve Dertien, executive vice president Technology bij PTC. In deze transitie maken losse tekeningen plaats voor digitale 3D-modellen, verrijkt met metadata, toleranties, materiaaleigenschappen en bewerkingsinstructies. Die informatie is machineleesbaar en herbruikbaar in andere processen, zoals simulatie, productie en onderhoud.
Product lifecycle management steeds belangrijker
Een essentiële rol in de platformaanpak van PTC is weggelegd voor product lifecycle management (PLM). Dit vormt de spil in de informatie-uitwisseling door de hele keten heen, van engineering tot fabriek en klant. ‘Neem Volvo Trucks waar vrachtauto’s in vele duizenden varianten kunnen worden gemaakt. Zo’n aanbod is alleen beheersbaar met behulp van PLM-systemen, zoals ons Windchill-systeem’, zegt Dertien. ‘Het gebruik van PLM faciliteert wereldwijde samenwerking, zodat je hier iets kunt ontwerpen wat ergens anders op de wereld wordt geproduceerd.’
Daarbij is het van belang dat PLM kan samenwerken met een groot aantal systemen, ook van derden, zoals ERP-software, CAD-systemen van andere leveranciers en tools die in de toeleveringsketens worden gebruikt. PTC is dan ook groot voorstander van het gebruik van open standaarden, zoals Open Services for Lifecycle Collaboration (OSLC) en STEP AP242, de internationale ISO-standaard voor het uitwisselen en archiveren van 3D-productdata tussen verschillende ontwerp- en productiesystemen.

Cloudgebaseerd aanbod
Vanwege de veranderingen in de markt, begon PTC zelf ook aan een transitie: het creëren van een Software as a Service (SaaS)-platform bovenop het leveren van traditionele producten. ‘Steeds meer klanten willen de software niet meer zelf bezitten en beheren. Ze willen alleen de waarde die het systeem creëert. Ons PLM-aanbod is daarom cloudgebaseerd en onze CAD-toepassingen, Creo en Onshape, ondersteunen cloudgebaseerde communicatie’, vertelt Dertien. ‘Onshape is zelfs 100% cloudgebaseerd en maakt gebruik van volledig andere uitgangsprincipes dan traditionele CAD-systemen.’ Hij doelt daarmee op de mogelijkheid dat verschillende mensen tegelijk aan een bestand kunnen werken. Tot nog toe is het in de markt gebruikelijk dat een ontwerper steeds exclusief met een model aan de slag is.
Rol digital twins
Het gebruik van digital twins nam de afgelopen jaren ook toe. Klanten van PTC, in bijvoorbeeld de industrie, automotive, luchtvaart & defensie, medische technologie en hightech elektronica, gebruiken de software en dienstverlening om zeer complexe machines te ontwerpen en bouwen. Ze verzorgen ook vaak het onderhoud van hun producten. ‘Digital twins spelen een rol in het simuleren van productieprocessen of het trainen van robotica via virtuele omgevingen’, benadrukt Dertien. ‘Ook zijn ze belangrijk voor het plannen van onderhoud en het toepassen van updates aan de machines.’ Klanten gebruiken digital twins daarnaast in hun eigen productieprocessen. ‘Bijvoorbeeld om na te gaan of de juiste gereedschappen en materialen beschikbaar zijn voor de start van een project. Of om inzicht te krijgen in de beschikbaarheid van personeel met de juiste training voor het bedienen van de constructieapparatuur.’
Om klanten in staat te stellen hun productieprocessen steeds verder te automatiseren, gebruikt PTC onder meer het Nvidia Omniverse-platform. Dit platform faciliteert met API’s en software development kits (SDK’s) de integratie van geavanceerde CAD met OpenUSD (Universal Scene Description) en Nvidia RTX ray tracing-technologieën. Daardoor kan het platform zeer realistische simulaties creëren.
AI versnelt productontwikkeling
Kunstmatige intelligentie is essentieel in de snelle ontwikkeling van het PTC-platformaanbod. ‘AI is misschien wel de meest ingrijpende verandering de laatste jaren, maar bij toepassing van de technologie in een industriële context ontstaan ook de meeste uitdagingen’, constateert Dertien. Zo zijn de populaire Large Language Models (LLM’s) sterk in taalverwerking en goed toepasbaar bij het maken van documentatie en analyses. Maar bij een mechanisch ontwerp gaat het om vormen en geometrie; concepten die met taal veel moeilijker exact te beschrijven zijn. ‘Probeer maar eens je monitor in een paar regels tekst te vatten.’ Verder zijn AI-modellen gebaseerd op waarschijnlijkheden, terwijl de maakindustrie juist exact werkt. In kritieke toepassingen is ‘ongeveer goed’ niet acceptabel. ‘Uiteindelijk wil ik echt geen pacemaker die min of meer goed werkt’, lacht Dertien. AI kan wel helpen snel een eerste concept uit te werken. Daarmee wordt het omgaan met complexe CAD-systemen een stuk toegankelijker, ook voor mensen zonder technische achtergrond.
AI biedt volgens de executive vice president vooral veel mogelijkheden om besluitvorming te versnellen. Hij wijst erop dat het nemen van de juiste beslissingen tot nog toe de meeste tijd kost bij productontwikkeling. ‘Denk aan het vervangen van een leverancier in de toeleveringsketen of het aanpassen van een product. Daarvoor moeten vaak tientallen tot honderden vragen worden beantwoord, door verschillende afdelingen. De inzet van AI kan dat proces aanzienlijk versnellen, bijvoorbeeld met AI-agents die geautomatiseerd taken uitvoeren in complexe workflows.’
Tempo adoptie wisselt
Hoe snel dergelijke innovaties worden omarmd, verschilt echter per regio. Het sterk geïntegreerde platformmodel van PTC wordt het snelst opgepikt door klanten in de Verenigde Staten, constateert Michael Jäger. Hij is verantwoordelijk voor de internationale PTC-portfolio bij het Oostenrijkse MAIT, al jarenlang een belangrijke partner van PTC in Europa. ‘Europa kent wel een aantal vooruitstrevende bedrijven, maar als Europese bedrijven in het algemeen succesvol willen zijn in de toekomst, moeten ze echt een stapje harder lopen.’ Volgens Jäger zijn Amerikaanse bedrijven en in mindere mate Aziatische bedrijven meer geneigd disruptief te denken en te experimenteren met nieuwe mogelijkheden. ‘In Europa zitten bedrijven vaak vast in traditionele processen, zelfs wanneer ze nieuwe tools inzetten.’ Dat is jammer, volgens Dertien, omdat er in Europa momenteel veel meer kennisconcentratie is dan in de VS. ‘Wij maken nog altijd dingen in de VS, maar heel veel knowhow van de maakindustrie is naar het buitenland verdwenen.’
Regelgeving groot obstakel
Beiden benadrukken daarom het belang van intensieve internationale samenwerking. Een cloudgebaseerd platform gebaseerd op open standaarden maakt het mogelijk om over grenzen heen efficiënt samen te werken aan productontwikkeling en vervolgens de productie weer aan derden uit te besteden zonder de controle daarover te verliezen. In de maakindustrie is privacy geen groot probleem. Toch ziet Dertien wet- en regelgeving rond data-uitwisseling wel als een groot obstakel voor internationale samenwerking. ‘Zeker in Europa hebben bedrijven te maken met een lappendeken aan landspecifieke regulering’, constateert hij. Met name Duitsland en Frankrijk dwingen bedrijven tot een zeer hoog beveiligingsniveau om gevoelige gegevens te beschermen tegen cyberaanvallen en ongewenste toegang door niet-Europese overheden. In Frankrijk bijvoorbeeld legt de SecNumCloud-beveiligingscertificering strikte technische en organisatorische eisen op aan cloudbedrijven, waarbij data alleen op EU-gebaseerde servers mogen staan en deze bedrijven uitsluitend Europees personeel in dienst mogen hebben.
Om aan die Europese eisen tegemoet te kunnen komen, wijst Dertien op het belang van partners zoals MAIT met brede kennis van de lokale marktomstandigheden. ‘PTC kan de technologie bouwen, maar je moet veel dichter op de klanten zitten om te begrijpen met welke vragen ze worstelen. Het draait om persoonlijk contact als je bedrijven echt wilt ondersteunen bij het opschalen van hun processen.’ Jäger vult aan dat bedrijven niet alleen de internationale samenwerking moeten zoeken en lokale ecosystemen creëren, maar zeker ook moeten werken aan interne samenwerking. ‘Nog veel te vaak staan grenzen tussen verschillende afdelingen en processen binnen een organisatie een transformatie naar een datagedreven en modelgebaseerde bedrijfsvoering in de weg.’
Kleinere aantallen, grotere variëteit
Dertien ziet die transformatie als essentieel voor de toekomst van de maakindustrie. Hij verwacht de komende vijf jaar een verdere integratie van AI in besluitvormingsprocessen. Daarbij ligt het accent op het verminderen van administratieve lasten en het versnellen van innovatie. In de fabrieken verwacht hij een grote verandering door vergaande automatisering bij de productie. ‘Steeds meer klanten bewegen naar de productie van kleinere volumes maar met een grotere mix aan variëteiten. Dat levert een optimalisatievraagstuk op waar veel bedrijven nu mee bezig zijn. Je wilt nog altijd een hoge bezettingsgraad van je productieapparatuur, maar niet steeds opnieuw configureren. Daar moeten wellicht nieuwe maakprocessen voor worden ontworpen. PTC is flexibel genoeg om daarin mee te bewegen.’
