De semiconindustrie staat op een kruispunt. Na vele jaren van optimisme raakt de vanzelfsprekendheid er enigszins af. Dat is te zeggen, steeds meer klinkt de vraag hoe toeleveranciers hun afhankelijkheid van ASML en zijn toeleverketen kunnen balanceren met de noodzaak tot diversificatie en internationale expansie. Tegelijkertijd staat het ecosysteem onder druk om sneller op te schalen, terwijl kostenreductie en geopolitieke onzekerheden de bewegingsvrijheid beperken. Tijdens TalkING Industry, georganiseerd door ING, Link Magazine en PwC, bediscussieerden ondernemers de uitdagingen, trends en kansen.

De deelnemers van de TalkING Industry waren te gast in de skybox van ING in het Philips-stadion in Eindhoven. Foto’s: Vincent Knoops
De lokroep uit Veldhoven en de mondiale perfect storm
- – ‘De voorsprong die wij vanzelfsprekend achten, kan zomaar verdwijnen.’
- – ‘Absurd hoeveel meer we kunnen maken met één man vergeleken met tien jaar terug.’
- – ‘Hoe kun je gezamenlijk opschalen als de transparantie in de keten ontbreekt?’
- – ‘Sneller groeien? Je moet net zo goed voorbereid zijn op krimp.’
- – ‘Nog nooit eerder hebben we zo veel eisen tegelijkertijd gehad.’
De hightechindustrie in Nederland is de laatste decennia groot geworden in het kielzog van ASML. Maar de vanzelfsprekende voorspoed die lange tijd het beeld bepaalde, staat momenteel onder druk. ‘We hebben hier in de regio een concentratie die je nergens anders ter wereld aantreft’, zegt industrieveteraan Simon Bambach, actief vanuit zijn eigen adviesbureau Simotec, die het rondetafelgesprek voorzit. ‘Die verwevenheid maakt ons enorm sterk, maar tegelijkertijd ook kwetsbaar. Want het succes van onze groei hangt grotendeels af van de groei van onze klanten. Oftewel: als ASML groeit, groeien wij mee.’ Bambach ziet hoe bedrijven keer op keer worden verleid door de aanzuigende werking van die dominante partij, terwijl het proces van diversificatie steeds wordt uitgesteld. Hij verwoordt het beeldend: ‘Hoe meer doping er in Veldhoven beschikbaar is, hoe kleiner de animo om te diversifiëren. In de praktijk blijkt het gewoon lastig om van die verslaving af te komen zolang de grote motor blijft draaien.’
Prijsdruk
Robert Manders, ceo van systeemtoeleverancier MTA in Helmond, herkent die uitdaging, ook al kiest zijn bedrijf er bewust voor om niet voor de bekende semiconreus te werken. ‘Onlangs zochten we versterking voor ons commerciële team. Tijdens de gesprekken hoorde ik vaak dat zulke functies bij leveranciers vooral draaien om escalatie- en crisismanagement richting die ene dominante klant. Sommigen waren zelfs een beetje ASML-moe. Voor ons biedt dat kansen. Klanten die op het tweede plan komen omdat hun leverancier een groot deel van de capaciteit naar ASML schuift, zoeken partijen die daar niet in meegaan. Dat heeft ons een mooie en duidelijke positie opgeleverd.’
Toch erkent Manders dat ook bedrijven zonder directe ASML-link geraakt worden door de dynamiek. ‘Een piek in de semicon, zoals in de afgelopen jaren, drijft de prijzen voor de hele regio op. De prijsdruk in de machinebouw neemt daardoor verder toe, omdat die kostenstijgingen daar niet of nauwelijks geabsorbeerd kunnen worden. Daardoor komt de concurrentiepositie van niet-semicongerelateerde machinebouw steeds verder onder druk te staan.’
Naar Azië
Joop Essing, ceo van systeemintegrator VHE Industrial Automation in Eindhoven, maakt een vergelijkbare rekensom: ‘In de metalektro zijn de kosten in vier jaar tijd met 25 procent gestegen. Nu een wat simpeler volumeproduct in Nederland maken, is een compleet andere wereld dan toen ik negen jaar geleden bij VHE begon. Dat kan nu gewoon niet meer uit. En dat niet alleen voor de ASML-keten, maar voor de hele breedte van de maakindustrie. Het dwingt ons om naar andere landen uit te wijken.’
Michiel van der Maat, cco van elektronicaontwikkelaar Neways met het hoofdkantoor in Son, bevestigt dat: ‘Je wordt gedwongen om naar low-cost landen te gaan. In de semicon zijn opdrachtgevers wellicht nog bereid wat meer te betalen voor nabijheid, maar in andere sectoren zoals de automotive zeker niet. Wij hebben daarom de stap gezet naar Slowakije en Maleisië. Tegelijkertijd heeft het ons geholpen, want in Azië bedienen we nu ook andere semiconklanten en nieuwe sectoren. De dwang tot mondiale spreiding heeft ons sterker gemaakt.’

Bob Jonker (Tecnotion): ‘Ons bestaansrecht zit ook boven in de piramide. Als je dat verwaarloost en je gaat het gevecht alleen onderin aan, moet je uiteindelijk de handdoek in de ring gooien.’
Blijven ontwikkelen
Voor Tecnotion-ceo Bob Jonker lag de keus voor de hand om het Almelose bedrijf te splitsen: ‘We hebben bewust twee businessunits opgezet: één die draait op ASML en één die daar helemaal los van staat. Ze moeten allebei hun eigen broek ophouden. Als je ASML te veel ruimte geeft, loop je het risico dat het de groei van het andere deel verstikt.’ In Azië concurreert Tecnotion met zijn reguliere lineaire motoren niet meer met Europese bedrijven, maar met lokale partijen die op een totaal ander prijsniveau opereren. Het prijskaartje is zelfs zo bepalend dat het bedrijf recentelijk een productiesite in Vietnam heeft geopend omdat China langzaamaan te duur wordt. ‘Voor de echte hightechcomponenten kunnen we in Nederland nog een premium vragen; die mogen best wat kosten, maar voor mainstreamproducten moet je naar Azië.’
Essing ziet datzelfde onderscheid: ‘Als het gaat over new product introductions (c) kunnen we hier echt het verschil maken. In Zuidoost-Azië zitten ze bij lange na niet op het ontwikkelniveau van West-Europa. We hebben in Nederland en ook Duitsland prachtige bedrijven waarvan de ontwikkeling om de hoek zit en waar je als toeleverancier waarde kunt toevoegen.’
Jonker: ‘Totdat zo’n product in de waardeketen wegzakt. Dan valt de technologische voorsprong weg en gaat het alleen nog om de prijs.’ Essing bevestigt dat: ‘Dan kun je twee dingen doen. Of je bouwt een fabriek in een best-cost country óf je laat het los. En daar is ook niks mis mee. Zeker niet als je klant een technology leader is die blijft ontwikkelen. Daar hebben we met ASML tot nu toe veel geluk mee.’ Jonker weer: ‘Ons bestaansrecht zit ook boven in de piramide. Als je dat verwaarloost en je gaat het gevecht alleen onderin aan, kun je dat best een tijdje volhouden. Maar er komt een moment dat je de handdoek in de ring moet gooien.’
Vertekend beeld
Essing waarschuwt ook: ‘De eerste aanvragen voor NPI’s in Azië zijn er al. Het gaat sneller dan velen denken. De voorsprong die wij vanzelfsprekend achten, kan zomaar verdwijnen.’ Marcel Slot, vice president bij Frencken Mechatronics in Eindhoven, benadrukt hoe samenwerking met grote klanten daarin doorslaggevend kan zijn. ‘We hebben nu samen met ASML voor een groot project besloten om prototypes vanaf dag één in Azië te laten bouwen. Want als je die industriële footprint in Azië hebt, waarom zet je die dan niet ook vol in voor NPI-trajecten? ASML vond dat spannend, maar het heeft goed gewerkt.’ Er zat wel een uitdaging in de communicatie, merkte Slot: ‘Hier in Nederland zijn we eraan gewend dat we een technische productdocumentatie kunnen krijgen met nog een aantal hiaten erin die later in het traject worden ingevuld of waarin nog wijzigingen kunnen komen. Onze collega’s in Maleisië en Singapore hebben daar wat meer moeite mee.’
Jurre Oorlog vindt dat er soms een vertekend beeld bestaat van de maakindustrie in Azië: ‘We werken al jaren samen met Taiwanese klanten en die overtreffen qua kwaliteitsniveau en hoe ze georganiseerd zijn menig bedrijf hier in de regio’, aldus de commercieel directeur van Teesing in Rijswijk, dat een groot assortiment aan maatwerkoplossingen voor de controle van gassen en vloeistoffen levert. ‘Vanuit Taiwan wordt die cultuur naar China getransporteerd. Daar kunnen wij echt nog veel van leren.’
Voor PwC-consultant Joost Eyck draait het om schaal. China leidt jaarlijks miljoenen engineers op en vult dat aan met buitenlandse expertise. ‘De combinatie van enorme aantallen en ingevlogen ervaring geeft een slagkracht die we in Europa niet kunnen evenaren’, zegt hij. Van der Maat wijst ook naar India, waar de regering met een India semicon-agenda inzet op een vergelijkbare opmars: ‘De vraag is dan of de strategische afhankelijkheid van de regio Eindhoven erg is.’
Spreiden
Bambach oppert diversificatie als oplossing: ‘Ondernemers moeten bepalen of ze hun klanten volgen die hen de afgelopen jaren succesvol hebben gemaakt, en dus de stap naar Azië zetten. Of met hun huidige infrastructuur op zoek gaan naar nieuwe klanten en nieuwe mogelijkheden?’
Rob Lemmens, ceo bij metaalbewerker Wilvo Group in Bergeijk, ziet ook buiten de semicon veel kansen: ‘We hebben twintig jaar geen verkoopafdeling nodig gehad: het werk kwam vanzelf binnen. Nu acquireren we actief, en een Duitse klant staat op het punt een van onze grootste opdrachtgevers te worden. We weten dat we in een high-cost-regio zitten, maar als ik kijk hoeveel meer we kunnen maken met één man vergeleken met vijf à tien jaar terug; dat is absurd. Die automatiseringsslag, de high-mix low-volume aanpak die we nu hebben, was destijds ondenkbaar. We zijn daar in Nederland heel goed in; zelfs in Duitsland zijn ze nog niet zo ver.’
Opschalen…
De tweede grote uitdaging voor het hightech-ecosysteem is de vraag hoe snel bedrijven kunnen opschalen in een steeds grilliger markt. Waar de afhankelijkheid van ASML en de regio Eindhoven vooral strategische vragen oproept, gaat het ook om de operationele wendbaarheid van de keten. Jan Hennipman, ceo van CoreDux in Tilburg, fabrikant van gespecialiseerde slangen, beschrijft hoe zijn bedrijf door de coronaperiode heen is gekomen: ‘Het feit dat we onze productieprocessen zo goed begrepen en ze voor een heel groot deel hebben kunnen automatiseren, heeft ons gered. Dat lukt alleen omdat we de stap hebben gemaakt van know-how naar know-why. Daardoor hebben we handmatig werk kunnen vervangen door robots en kunnen we nu veel sneller op- en afschalen. We hebben bovendien een driecontinentenstrategie, zodat we capaciteit kunnen toevoegen op de plek waar dat nodig is.’
Voor Oorlog draait het niet alleen om capaciteit, maar ook om samenwerking en informatie: ‘Flexibel blijven en tijdig opschalen kan alleen met transparantie en vertrouwen. Informatie-uitwisseling in de keten gebeurt vaak ad hoc. Sommige klanten geven forecasts, anderen helemaal niet. Hoe beter die afstemming, hoe beter je het tempo van de klant kunt volgen.’

Tijdens de talkshow onder leiding van Marinke Wijngaard (Berenschot) en Richard Verbree gaan we met toonaangevende leiders als Derk te Bokkel (Royal IHC), Gertjan van Ginderen (Gravaa), Erik van Schagen (Simac) en Sofie Cammers (JBT Marel) in gesprek over hoe je écht wendbaar en weerbaar wordt – van engineering tot supplychain. Aanmelden en informatie
Elias van Wijk, sinds dit voorjaar ceo van sensorspecialist Sentech in Nieuwkuijk, onderstreept dat: ‘Ik ben nog relatief nieuw in de sector, maar heb me al wel verbaasd over het gebrek aan planning. Hoe kun je gezamenlijk opschalen als de transparantie in de keten ontbreekt? In ons assortiment hebben we een aantal long-lead items, soms van wel 26 weken. Dan wordt het heel moeilijk opschalen bij een piekvraag zonder dat we een gigantische voorraad aanleggen.’ Hij vindt bovendien dat de term ‘opschalen’ vaak vaag blijft. ‘Moet ik 20 procent binnen twee maanden groeien of 50 procent in vier weken? Alles kan, maar tegen welke kosten? Zonder een gedeelde definitie en transparantie is efficiënt en kosteneffectief opschalen een illusie.’
Maar ook afschalen
Essing brengt een ander perspectief in: flexibiliteit betekent ook dat je moet kunnen afschalen. ‘We hebben het nu steeds over sneller groeien, maar je moet net zo goed voorbereid zijn op krimp. Hoe richt je je organisatie in als je ineens een kwart minder werk hebt? Je kunt niet zomaar r&d schrappen, want dan ondermijn je je toekomst. Flexibiliteit betekent tegenwoordig net zozeer naar beneden als naar boven kunnen bewegen.’
Slot ziet nog een spagaat: ‘Alles moet tegelijk: kosten omlaag, kwaliteit omhoog, flexibiliteit groter en wereldwijd aanwezig zijn. Het is een perfect storm. Nog nooit eerder hebben we zo veel eisen tegelijkertijd gehad.’ De geopolitiek maakt het nog complexer. Slot noemt voorbeelden van Amerikaanse klanten die eisen dat bepaalde producten lokaal worden gemaakt, zelfs als dat duurder is. ‘Aan de andere kant gaat de oude logica niet meer altijd op dat het in Azië per definitie goedkoper is’, zegt hij. ‘Soms is terughalen naar de VS of Europa juist voordeliger. Het vraagt een totaal nieuwe manier van denken.’
ASML zelf speelt een forse rol in de hele dynamiek. Bambach stelt dat het bedrijf na de pandemie te veel capaciteit van de keten is gaan vragen. ‘Daardoor is overal opgeschaald en zijn er voorraden opgebouwd. Nu ze ineens op de rem zijn gaan staan, voelen we dat allemaal.’ Essing vraagt zich af of de omzetcijfers van ASML nog wel representatief zijn voor het werk dat in de regio belandt. ‘Een groot deel van de omzet komt nu uit services en refurbishment, waarvan wij als toeleveranciers veel minder merken’, aldus de VHE-directeur.
Regie nemen
Toch zien de ondernemers aan tafel heel veel kansen. De overtuiging is dat wie nu investeert in flexibiliteit, diversificatie en professionalisering, straks als eerste profiteert als de markt weer aantrekt. Of, zoals Hennipman het zegt: ‘We hebben een enorm mooie kans om te diversifiëren. En dan misschien niet eens zozeer omdat we zo goed zijn in samenwerken; dat is een surplus. Maar wat we geleerd hebben en op het scherpst van de snede hebben geproduceerd, daarmee kunnen we concurreren. We hebben de capaciteit, nu kan het.’
Het gesprek laat zien dat opschalen meer is dan extra machines neerzetten of personeel aannemen. Het gaat om inzicht in processen, transparantie in de keten, internationale spreiding en het vermogen om net zo goed af te schalen als op te schalen. De bedrijven die dat weten te combineren, hebben de beste papieren voor de toekomst.

Joost van Eyck PWC: Voor Nederlandse toeleveranciers kansen voor diversificatie binnen de markt voor semiconapparatuur, hoofdzakelijk bij Amerikaanse oem’s.
Maar de huidige periode vraagt om meer dan meebewegen met de golf van een dominante speler. De deelnemers aan de discussie zijn zich daarvan bewust. Er is een mix van trots en zorgen: trots op het ecosysteem en de unieke cultuur van samenwerking, zorgen over kosten, geopolitiek en het tempo van verandering. Maar de rode draad is dat de keten de regie weer naar zich toe kan trekken. Niet afwachten, maar keuzes maken. Niet alleen vertrouwen op de motor van ASML, maar actief bouwen aan diversificatie en nieuwe markten. Jonker: ‘We kunnen meer in onze eigen kracht gaan zitten. Ik denk dat we als keten dan heel sterk uit de strijd komen.’
Mondiale semiconketen ontkoppeld
Joost Eyck, strategieconsultant bij PwC, ziet hoe de mondiale semiconketen in rap tempo verandert. Waar sinds de jaren negentig alles is geoptimaliseerd naar een just-in-time model, is er nu een onomkeerbare beweging richting local-for-local. Handelsrestricties en geopolitieke spanningen versnellen die trend. ‘De ontkoppeling van de keten zorgt voor meer volatiliteit en complexere investeringspatronen. Dat vraagt om flexibiliteit en weerbaarheid, zodat je snel kunt op- en afschalen.’
De Verenigde Staten trekken de kaart van massale investeringen. ‘De verwachting is dat in 2030 14 procent van de wereldwijde fabcapaciteit in de VS zal staan, voor geavanceerde chips mogelijk zelfs 30 procent. Europa laat een gemengd beeld zien: veel projecten zijn afgeblazen, maar er komt bijvoorbeeld wel nog de European Semiconductor Manufacturing Company (ESMC) en een nieuwe fabriek van Infineon. En er wordt veel geïnvesteerd in specialty chips. Azië blijft echter dominant, met 70 procent van de equipmentuitgave en driekwart van de totale fabcapaciteit.’
Voor Nederlandse toeleveranciers betekent dit dat ze keuzes moeten maken, stelt Eyck: ‘China versnelt de eigen innovatie en zet vol in op zelfvoorzienendheid. Voor niet-Chinese bedrijven is dat een ballon die langzaam leegloopt vanwege de push voor lokale uitbesteding. Kijk dus kritisch naar je China-exposure. Taiwan blijft leidend in geavanceerde chips, maar verliest marktaandeel aan de VS en China.’
Toch ziet Eyck ook volop kansen: ‘Adoptie van nieuwere technologieën zoals high-NA EUV, atoomlaagdepositie en advanced packaging creëren ruimte voor Nederlandse spelers, met ASML, ASM en Besi in de voorhoede. Daarnaast zijn er voor Nederlandse toeleveranciers kansen voor diversificatie binnen de markt voor semiconapparatuur, hoofdzakelijk bij Amerikaanse oem’s. De sleutel tot weerbaarheid ligt voor toeleveranciers bij professionalisering, kostenreductie en nieuwe businessmodellen. De groei komt terug, maar alleen degenen die hier nu in investeren, zullen daar maximaal van profiteren.’