Systeemintegrator in de energietransitie

0

Vijf jaar geleden werd netcongestie nog gezien als een toekomstig risico. Inmiddels is het voor veel industriële bedrijven dagelijkse realiteit. Uitbreiding van productie, elektrificatie van processen en de aanleg van laadpleinen lopen vast op beperkte netcapaciteit. Tegelijk groeit de druk om te verduurzamen. In dat spanningsveld verandert de rol van technische dienstverleners. Zij leveren niet langer alleen installaties, maar worden steeds vaker integrator van complete energiesystemen.

Enorme batterijen maken decentrale energiesystemen mogelijk.
  • Energie wordt een dynamisch systeem in plaats van een vaste aansluiting.
  • Een van de grootste uitdagingen is de communicatie tussen systemen.
  • Als het systeem faalt, liggen bedrijfsprocessen stil. Dat betekent directe schade.
  • ‘De grootste optimalisatie zit vaak in wat er achter de aansluiting gebeurt.’
  • De rol van technische dienstverleners verandert fundamenteel.

Hoppenbrouwers levert techniek en geeft richting

Bij Hoppenbrouwers staat die transitie centraal. Het familiebedrijf ontwikkelt zich van traditioneel installateur tot systeemintegrator, die klanten helpt ondanks een vol elektriciteitsnet toch te blijven groeien. Klanten die actief zijn in onder meer industrie, mkb, kantoren, retail en amusementsindustrie. Nick van Leeuwen, innovatiemanager systeemintegratie en energie, ziet energiebeheer veranderen in een strategisch vraagstuk. ‘Netcongestie raakt direct de bedrijfscontinuïteit. Het is niet meer iets van de facilitaire dienst, maar een onderwerp voor directie en operatie samen.’

Netcongestie als bottleneck

De groei, gecombineerd met de energietransitie en de verduurzaming van bedrijfsprocessen,  botst steeds vaker op de grenzen van het elektriciteitsnet. Bedrijven die willen uitbreiden of elektrificeren, krijgen te horen dat er geen extra vermogen beschikbaar is. Nieuwe productielijnen, warmtepompen of elektrische vrachtwagens vragen meer capaciteit dan het net kan leveren.

“Decentrale energiesystemen kunnen voorkomen dat het hele land verzwaard moet worden”

Daarmee raakt netcongestie aan een bredere afhankelijkheid van het energiesysteem. Traditioneel ingerichte gebouwen en productieprocessen leunen sterk op het openbare net en op externe energieleveranciers. In een wereld waarin energieprijzen en geopolitieke ontwikkelingen steeds sneller veranderen, kan die afhankelijkheid onverwachte kosten en onzekerheden met zich meebrengen.

Volgens Van Leeuwen vraagt dit om een fundamenteel andere benadering. ‘De klassieke oplossing was: een zwaardere aansluiting aanvragen. Die optie is er vaak niet meer. Dan moet je kijken hoe je slimmer kunt omgaan met wat je hebt.’

Die ontwikkeling zet de rol van installateurs onder druk. Alleen zonnepanelen of een batterij plaatsen is niet genoeg. Bedrijven hebben behoefte aan integrale oplossingen die opwek, opslag en verbruik met elkaar verbinden. Dat betekent pieken afvlakken, lokaal opwekken, energie opslaan en verbruik sturen. Energie wordt daarmee een dynamisch systeem in plaats van een vaste aansluiting.

“Naast de distributiehal komt een energieplein dat het energiesysteem van het distributiecentrum ondersteunt”

Door te werken met slimme energiesturing, lokale opwek en opslag – bijvoorbeeld in de vorm van een smart grid of een semi-eilandoplossing – ontstaat meer grip. Bedrijven benutten hun eigen zonnestroom optimaal, slaan energie op wanneer die beschikbaar is en sturen verbruik actief aan. Zo vermindert de afhankelijkheid van het openbare net en ontstaat meer controle over kosten, continuïteit en investeringszekerheid.

Van installateur naar systeemintegrator

Hoppenbrouwers is van oorsprong een technisch dienstverlener in elektrotechniek, werktuigbouwkunde en industriële automatisering. De afgelopen jaren is daar een duidelijke focus op energieoplossingen bijgekomen. Het bedrijf ondersteunt klanten bij ontwerp, installatie, beheer én service van energiesystemen.

Klanten zoeken meer dan inzicht alleen. Een dashboard dat verbruik visualiseert, biedt weinig houvast als capaciteit schaars is. Met een eigen monitoringssysteem maakt Hoppenbrouwers het mogelijk om niet alleen te meten, maar ook gericht te sturen op belasting, pieken en beschikbaar vermogen. ‘Een portaal dat laat zien hoeveel energie je gebruikt, is niet genoeg’, zegt Van Leeuwen. ‘Klanten willen weten hoe ze hun processen kunnen blijven draaien.’

‘Het gaat niet om één batterij of één omvormer. Het gaat om een gebouw en een bedrijfsproces dat tien jaar moet blijven functioneren. We hebben een eigen ecosysteem ontwikkeld waaraan we externe partijen kunnen koppelen. Daarnaast hebben we een energiemonitoringsportaal gebouwd. De focus ligt vooral op het integreren van partners.’

Integraal overzicht

Een van de grootste uitdagingen is de communicatie tussen systemen. Warmtepompen, batterijen, laadpalen en zonnepanelen gebruiken vaak hun eigen protocollen. Dat leidt tot versnippering en beperkte sturing. In de sector is sprake van een wildgroei aan dashboards: installaties hebben vaak ieder hun eigen portaal, waardoor bedrijven soms vijf tot tien verschillende portalen hebben om de prestaties van hun installatie te monitoren. ‘Wij hebben hiervoor een integrale oplossing, die data uit verschillende installaties samenbrengt en zorgt voor integrale samenwerking tussen assets, en natuurlijk één interface.’

Die softwarelaag zorgt ervoor dat slimme assets centraal kunnen worden aangestuurd. Het systeem bepaalt wanneer een batterij wordt geladen, wanneer een laadplein wordt afgeremd en wanneer extra opwek nodig is. ‘Doordat we steeds meer installaties en processen in software krijgen, kunnen we alles op milliseconden op afstand monitoren. Bij uitdagingen geeft dit ons de mogelijkheid om snel te schakelen bij zeer complexe stroomtechnische vraagstukken’, stelt de innovatiemanager.

Praktijkcase logistiek

De logistieke sector laat zien hoe urgent deze ontwikkeling is. Elektrische vrachtwagens vragen enorme laadvermogens en zonder slimme sturing raakt het net direct overbelast. Bij een distributiehal van 50.000 vierkante meter wordt die aanpak concreet toegepast. Naast de distributiehal komt een energieplein dat het energiesysteem van het distributiecentrum ondersteunt. Het gecontracteerd vermogen bedraagt slechts 47 kilowatt. Meer was niet beschikbaar. Toch draait het gebouw straks volledig elektrisch. Het systeem bestaat uit tien batterijen met samen 2,5 megawattuur opslag, twee megawattpiek aan zonnepanelen, een warmtekrachtkoppeling en een noodaggregaat. De restwarmte wordt gebruikt voor verwarming.

‘Zeven tot acht maanden per jaar is er geen extra energie nodig’, zegt Van Leeuwen. ‘In de winter springt een gasgenerator bij. De restwarmte van deze generator wordt hergebruikt door het klimaatsysteem, waardoor we een rendement van rond de 90 procent halen uit gas. De reactietijd moet extreem hoog zijn. Als het systeem faalt, liggen bedrijfsprocessen stil. Dat betekent directe schade.’ Energiebeheer wordt daarmee onderdeel van de operationele continuïteit.

Flexibiliteit in plaats van verzwaring

Volgens Hoppenbrouwers kunnen decentrale energiesystemen voorkomen dat het hele land verzwaard moet worden. Door lokaal op te wekken en op te slaan, ontstaat ruimte op het net. ‘Als bedrijven hun eigen pieken afvlakken, komt er ruimte vrij in wijken en op bedrijventerreinen’, ziet Van Leeuwen. ‘Dat vraagt om slimme sturing op lokaal niveau.’

Voorlopig ligt de focus van Hoppenbrouwers vooral achter de meter. ‘We draaien meerdere pilotprojecten in energiehubs’, zegt Van Leeuwen. ‘De grootste optimalisatie zit vaak in wat er achter de aansluiting gebeurt. Daar kun je direct sturen op verbruik, opwek en opslag.’

Volgens hem vormt dat de basis voor een volgende stap. ‘Vanuit die lokaal geoptimaliseerde installaties kun je systemen vervolgens koppelen binnen een energiehub. Zo ontstaat niet alleen efficiëntie op gebouwniveau, maar ook op collectief niveau.’

Complexiteit groeit

De technische complexiteit van deze projecten is groot. Batterijen, omvormers, laadinfra en opwek moeten in balans blijven. Daarnaast speelt netkwaliteit een belangrijke rol. Spanningsschommelingen en storingen kunnen complexe oorzaken hebben. ‘Je hebt nieuwe typen engineers nodig’, weet de innovatiemanager. ‘Software-engineers met elektrotechnische kennis. Mensen die zowel kunnen programmeren als begrijpen wat er fysiek in een installatie gebeurt.’

Ook cybersecurity wordt steeds belangrijker. Energiesystemen zijn digitaal verbonden en moeten goed worden beveiligd. Veel verschillende disciplines moeten naadloos op elkaar aansluiten en de commissioning van een dergelijke site moet elektrotechnisch conform specifieke wet- en regelgeving worden gedaan. Dat zijn enorme uitdagingen.

Hoppenbrouwers werkt samen met partners die dezelfde visie delen op open samenwerking, transparantie en het uitwisselen van data tussen systemen. Kwaliteit staat daarbij voorop. Volgens Van Leeuwen gaat het niet om de goedkoopste oplossing, maar om betrouwbaarheid op lange termijn. Alle assets worden opgenomen in één softwarelaag, waardoor systemen op elkaar kunnen reageren en overzicht ontstaat. Inmiddels worden honderden gebouwen gemonitord; die referentiedata helpen bij het ontwerpen van nieuwe projecten en bij het adviseren over de juiste dimensionering van assets.

Organisatie in beweging

De verschuiving naar systeemintegratie vraagt ook intern om een andere mindset. ‘We kijken samen met de klant naar hun plannen voor de komende vijf tot tien jaar en maken inzichtelijk wat dat betekent voor de total cost of ownership van hun energievoorziening.’

Waar Hoppenbrouwers eerst vooral actief was in gebouwgebonden sectoren zoals kantoren en distributiecentra, komt daarbij steeds vaker de vraag naar grotere batterijprojecten en publieke laadinfra. Snelladers voor vrachtwagens vragen vermogens op middenspanningsniveau. Wat volgens Hoppenbrouwers nog ontbreekt in Nederland, is een bovenliggende softwarelaag die energiesystemen met elkaar kan verbinden. Voor grootschalige toepassing van flexibiliteit is een beter functionerende energiemarkt nodig, waarin vraag en aanbod op hoog- en middenspanningsniveau schaalbaar kunnen worden afgestemd.

‘Er moet meer verbinding zijn tussen beleid en praktijk’, vindt Van Leeuwen. ‘Wat is technisch mogelijk en maatschappelijk wenselijk? Netbeheerders, bedrijven en integrators moeten samen bepalen hoe flexibiliteit kan worden ingezet zonder de betrouwbaarheid van het net te ondermijnen.’

Toekomstgericht

Nederland is volgens Van Leeuwen een voorloper voor decentrale energiesystemen. De combinatie van netcongestie, hoge duurzaamheidsambities en een sterke industrie maakt ons land een koploper voor nieuwe oplossingen. ‘Het is complex, maar ook een kans. Als we laten zien dat lokale sturing werkt, kan dat breder worden toegepast.’

De rol van technische dienstverleners verandert daarmee fundamenteel. Niet alleen bouwen, maar verbinden. Niet alleen leveren, maar langdurig beheren. ‘Wij willen systemen jarenlang opereren en optimaliseren’, besluit Van Leeuwen. ‘Het gaat niet om massa, maar om mooie projecten. Kwaliteit en continuïteit staan voorop.’

Zo groeit de installateur uit tot systeemintegrator in een energiesysteem dat steeds slimmer en lokaler wordt georganiseerd. Netcongestie blijft voorlopig een realiteit, maar met decentrale sturing ontstaat ruimte om toch vooruit te blijven bewegen.

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Geverifieerd door ExactMetrics