‘Er is waanzinnig veel geld doorgedraaid’, klinkt het uit de markt. Met name in de periode 2020-2023 is flink veel investeringsgeld losgekomen voor vertical farming. Maar tot grote zakelijke successen heeft het nog niet geleid. Integendeel. Met name in de VS maar ook in Europa zijn grote vertical farm-ondernemingen als Bowery Farming, Fifth Season, Infarm, AeroFarms en Kalera failliet gegaan. Toch zien insiders een veelbelovende toekomst voor dit agrosegment. Mits er nu met veel meer kennis van planten gewerkt wordt.

‘Het heeft ontbroken aan inzet op de werkelijke doorbraakinnovatie.’
- Google, Uber en Amazon voorzagen grote successen, vergelijkbaar met die van hun eigen businessmodellen.
- ‘De bestaande agroketen hoefde niet in één keer op grote schaal te investeren in nieuw equipment.’
- ‘Indoorteelt zal zeker een verdere vlucht nemen gezien de klimaatverandering.’
Eerst weten waarom en hoe een plant groeit
Het businessmodel van vertical farming leest veelbelovend: in gesloten ruimten gestapeld gewassen verbouwen, waarbij de groeiomstandigheden – bepaald door temperatuur, licht en nutriënten – worden geoptimaliseerd. Dat zou dan per vierkante meter meer oogst moeten opleveren van gewassen die ook nog eens voedzamer en gezonder zijn. Omdat die farms midden in de stad gebouwd kunnen worden, zouden de transportkosten veel lager zijn. Ook zouden in de gesloten teelt geen pesticiden en tot 90 procent minder water nodig zijn.
Verklaring falen
Prof. dr. Annemieke Roobeek is, naast hoogleraar Strategy and Transformation Management aan Nyenrode Business Universiteit en tal van andere bestuursfuncties, ook oprichter en ceo van het in Amsterdam gevestigde AI-bedrijf GrwNxt. Met deze start-up is zij sinds 2019 actief in ‘indoor farming’, het agrosegment waar vertical farming onderdeel van is. Ze heeft wel een verklaring voor het falen van die grote ondernemingen: ‘Er is volop geïnvesteerd in plant factories, maar dat waren in feite niets anders dan grootschalige kassen, maar dan gestapeld. En gevestigd ver van de steden met de consumenten, wat hoge investeringen in gebouwen, automatisering en apparatuur vergde. Ook kampten ze met hoge energie- en transportkosten. En omdat de distributie veel tijd vroeg, moest bovendien geïnvesteerd worden in speciale verpakkingen, om producten vers te houden. Het heeft echter ontbroken aan inzet op de werkelijke doorbraakinnovatie.’
Internationale ambities
Bowery Farming, dat in 2024 de deuren moest sluiten, had in 2019 nog de ambitie internationaal toonaangevend te worden. De Amerikaanse onderneming had plannen voor een wereldwijd netwerk van high tech urban farms oftewel stadsboerderijen. Geloof in de start-up was er onder meer vanuit Google, Uber en Amazon. Die voorzagen grote successen, vergelijkbaar met die van hun eigen businessmodellen.

Bij de ambitieuze plannen hoorde een al even ambitieus software- en logistiek systeem, waarvoor vier jaar eerder, in 2015, het Nederlandse Logiqs was gevraagd. Dit bedrijf uit Maasdijk ontwikkelt, integreert en installeert logistieke automatisering, ook voor distributiecentra en tuinbouwkassen. Sindsdien werd met man en macht gewerkt aan het optimaliseren daarvan. Door computers te leren monitoren, konden onder meer de hoeveelheden licht en water aangepast worden en werd het systeem steeds efficiënter.
Onvoldoende monitoren
‘Bij ons hebben ze voor 25 miljoen euro aan spullen gekocht. Maar door een hardnekkige plantziekte halveerde de productie en verloren investeerders vertrouwen’, schetst Logiqs-directeur Gert-Jan Van Staalduinen het echec van Bowery. Dat die schimmel de vertical farm kon binnenkomen, betekende dat er ‘niet schoon genoeg gewerkt werd’.
Eerder, in de beginjaren, werd er onvoldoende gemonitord en data verzameld. ‘Destijds waren ze al tevreden als de planten groeiden. Een van de farms zat in een gebied waar de waterkwaliteit zomer en winter sterk wisselde. In de Nederlandse kassenbouw wordt die kwaliteit continu gemeten, daar deden ze dat pas weer toen de planten niet meer groeiden. En toen ontdekten ze dat er veel te veel chloor en natrium in het water zat. Vervolgens hebben ze zich de teelttechnologie wel eigen gemaakt en konden ze kwaliteit leveren.’
Afstand niet het probleem
De grote afstand van farms tot de consumentenmarkt speelde wat Van Staalduinen betreft geen rol in de neergang. ‘Stel dat je een farm boven een winkelcentrum zou inrichten om alleen de groenteafdeling van de supermarkt eronder te bevoorraden, dan zou dat veel te kleinschalig zijn om rendabel te kunnen automatiseren. Dat vergt dan veel te veel duur handwerk. De schaal waarop Bowery opereerde – 1,2 ha – was gekozen om onder meer de verpakkingsautomaat continu en dus rendabel aan het werk te houden.’
Weer wel een factor was de concurrentie van de kassenbouw en de teelt op de koude grond. ‘Want de bestaande agroketen hoefde niet in één keer op grote schaal te investeren in nieuw equipment.’
Investeringen niet rond

Ook het Bossche Plantlab heeft vorig jaar ‘uit strategische overwegingen’ besloten te stoppen met zijn drie productielocaties – in Amsterdam, de VS en op de Bahama’s. Dat het niet gelopen is zoals Plantlab voor ogen had, heeft allerlei oorzaken, schetst algemeen directeur Marcel Kers. Voor het verder opschalen van die productie was meer geld nodig dan vooraf ingecalculeerd en dat vergde meer tijd. Verder uitbreiden werd in de VS ook vertraagd door de Covid-crisis en de daaropvolgende toeleverknelpunten. ‘Indertijd dachten we: “Dan zoeken we het eerst dichter bij huis, in Europa.” Maar toen brak de oorlog in Oekraïne uit, met torenhoge energieprijzen als gevolg. Dus wilden wij en alle overige betrokkenen een langjarig energiecontract met gegarandeerde prijzen, om afdoende controle te hebben over deze kosten. Maar die garantie is in Europa nog steeds niet te geven.’ Vervolgens verlegde Plantlab de focus naar het Midden-Oosten. ‘We hebben ons een bepaalde termijn gegeven waarbinnen we daar afdoende succesvol moesten zijn. Maar ook daar bleek helaas meer tijd nodig.’
‘Als eerste pioniers hebben we zeventien jaar aan kennis en expertise opgebouwd’
Eerst data vergaren
Vertical farming kan evenwel nog steeds een succes worden, is de overtuiging van Annemieke Roobeek. Mits ondernemers en investeerders zich nu allereerst richten op het vergaren van kennis van de plantfysiologie, van hoe en waarom een plant precies groeit. Dat vergt het verzamelen van heel veel data, gegenereerd met het uitgebreid testen met gewassen. Precies waar GrwNxt zich bij uitstek op toelegt. De start-up werkt daartoe nauw samen met teler Koppert Cress, ledfabrikant Signify, klimaatbeheerssystemenleverancier Ridder en zaadproducent East-West Seed.
In de kassen van Koppert Cress worden met optische sensoren grote hoeveelheden data verzameld en met kunstmatige intelligentiemodellen verwerkt tot digitale recepturen. Die schrijven in detail voor hoeveel water, specifieke voedingstoffen en kleuren licht bij welke temperatuur nodig zijn om uit specifiek zaad een zeer voedzaam gewas te laten groeien met ‘meetbaar veel’ mineralen, proteïnen, vitaminen en smaak. ‘Met onze technologie kan de klant voor nog geen euro per maand per vierkante meter meer dan 250.000 euro winst maken per drie hectare. En dan reken ik nog niet eens de energiekosten mee die door de AI-aansturing ook lager worden.’
Mooie toekomst
Met deze kennis en recepturen is er nog een mooie toekomst voor vertical farming, aldus Roobeek. ‘Indoorteelt – telen in kassen, modules en vertical farming – zal zeker een verdere vlucht nemen gezien de klimaatverandering. In grote steden voorzie ik dat er naast vertical farming juist veel meer ingezet zal worden op modulaire meerlaagse teelt van bescheiden omvang. Die modules zullen hun weg vinden naar de hospitality, ziekenhuizen, campussen en appartementencomplexen. In droge klimaten, zoals op het Arabisch schiereiland, bestaat veel belangstelling voor vertical farming. Daar zijn ook Nederlandse bedrijven actief. Prijs en energiekosten spelen daar minder een rol, versheid des te meer.’
Kosten apparatuur omlaag
Ook Logiqs-directeur Van Staalduinen ziet nog genoeg perspectief voor vertical farming. Want de kosten van alle apparatuur die het businessmodel vergt, zullen de komende jaren flink dalen, zo verwacht hij. ‘Kassenbouw vereist ook al gauw 600 euro aan investering per vierkante meter. De investeringen voor vertical farming zitten nu op ongeveer 1.000 euro, en dat zal nog verder omlaag gaan als het aantal farms en daarmee het volume stijgt. Wanneer de voorspelbaarheid van de vraag naar apparatuur toeneemt zullen meer fabrikanten instappen en zal de prijs verder omlaag gaan en de betrouwbaarheid omhoog. En daarmee stijgt dan ook de opbrengst per vierkante meter vertical farm.’
Dé product-marktcombinatie
Het wachten is nu op een rendabele product-marktcombinatie, aldus Van Staalduinen. Een combinatie met potentie bieden tomatenplantjes. ‘Net ontkiemd is één vierkante meter aanplant al gauw 450 euro waard. Maar ze zijn ook kwetsbaar en gebaat bij precies de juiste luchtvochtigheid. In een vertical farm kun je die veel beter beheersen. Als je in die omgeving een paar procent minder uitval hebt dan in de kassenbouw, verdien je de extra investering wel terug.’
‘De kosten van alle apparatuur zullen de komende jaren flink dalen’
Momenteel heeft Logiqs een klant in Singapore waar in hoogbouw spinazie wordt gekweekt. Dat gewas is niet bestand tegen het tropische klimaat. Maar in de stadstaat, waar ruimte schaars is, is er wel vraag naar. Ook woestijngebieden en eilanden die nu al hun verse groenten moeten importeren, zijn goede plekken voor vertical farms, stelt Van Staalduinen. Dus voorziet hij, ondanks alle faillissementen in de sector, toch een gezonde toekomst voor vertical farming. ‘Wij behalen nu 5 à 10 procent van onze omzet uit deze markt. Ik verwacht dat dit de komende vijf tot tien jaar kan groeien naar 30 procent.’
Partneren met afnemers
Ook Marcel Kers van Plantlab ziet nog genoeg kansen, maar dan in het brede segment van indoor farming. De onderneming is namelijk niet alleen actief geweest met productie, maar ook met r&d. ‘Wij waren de eerste pioniers en hebben zeventien jaar aan kennis en expertise opgebouwd. Die kan veel waard zijn voor partijen die door willen met indoor farming.’
Ook wil Plantlab blijven inzetten op ‘nieuwe vormen van partnerschappen’, bijvoorbeeld met grote afnemers als supermarkten en bloemengroothandels. ‘Iedereen in de keten – de afnemers, maar ook de leveranciers van licht, logistiek en automatisering – vonden het geweldig wat we deden. Maar er was nog onvoldoende bereidheid te delen in de risico’s. Nodig is samenwerking met partijen die afname garanderen. Supermarkten, maar ook verbruikers van koffie- en cacaobonen zoals JDE Peet’s, Nestlé en Mars, die gebaat zijn bij de mogelijkheden van de indoor-farming technologie.’ Kers verwacht dat hij die route de komende jaren alsnog kan volgen.
Rol overheid?
Had de Nederlandse overheid of ‘Brussel’ niet moeten instappen met subsidies? Immers, vertical farming bespaart op water en transport en maakt pesticiden overbodig, wat aansluit op de nationale en Europese klimaatdoelstellingen. Kers vindt van niet. ‘Ik denk dat de markt dit nog steeds zonder overheid kan en moet oplossen. Er zijn nieuwe samenwerkingen in nieuwe businessmodellen nodig. Dat gebeurt elders ook. Ja, ook zonder inbreng van Nederlandse kennis en technologie. Zonde, vooral vanwege onze zelf ontwikkelde kennis en expertise.’
‘Elders’ is in de eerste plaats het Midden-Oosten. ‘Omdat daar water het grootste probleem is, ze er voor voedsel niet langer volledig afhankelijk willen zijn van import en omdat energie er in vergelijking met hier niets kost. Dus duikt iedereen nu op die markt, partijen uit de VS, Japan en Italië…’ En eerder dus ook Plantlab. Succes daar vergt wel kennis van hoe de technologie te gebruiken. ‘Wij wilden er een rol als partner en kennisleverancier. Partner van een grote technologieleverancier en opleider van degene die die technologie wil gaan gebruiken. Want het is met indoor- en vertical farmingtechnologie net als met een Ferrari: als je niet weet hoe je die moet besturen, vlieg je er in de eerste bocht al uit.’
