Volgens velen zitten we middenin de vierde industriële golf, ook wel Industry 4.0 genoemd, wat vele voordelen moet opleveren voor eindklanten én machinebouwers. Toch zijn de verwachte grote transformaties nog geen realiteit geworden, concludeert Sander van Dasselaar van Schneider Electric. Hij pleit voor een fundamentele paradigmaverandering: de overstap naar Software Centric Automation.
Open standaarden bieden uitkomst richting Industry 4.0
- ‘Als je echt naar een nieuwe wereld van automatisering wilt gaan, moet je oude patronen doorbreken.’
- ‘We willen stukken duurzamer worden, waar de juiste data ook bij helpen.’
- ‘Je kunt moeilijk iemand met een pen en kladblokje naast een machine neerzetten en laten opschrijven wat de output is.’
- ‘Hoe mooi zou het zijn als ik gewoon met plug-and-play mijn machine kan connecten in jouw plant.’
Hoe verder de techniek zich ontwikkelt, hoe meer de industrie verandert. Industry 4.0 stoelt op de meest recente ontwikkelingen, zoals cloudtechnologie, sensoren, kunstmatige intelligentie, virtual reality, robotics, 3D-printen en hernieuwbare energie.
Dergelijke disruptieve technologieën brengen tal van nieuwe mogelijkheden met zich mee. Zo kunnen we nu écht iets met alle data die machines produceren tijdens hun dagelijkse werkzaamheden. We kunnen voorspellen wanneer onderhoud nodig is, in één oogopslag zien of de machines nog naar behoren werken en precies volgen wat de output is. Met ontwikkelingen als virtual reality en augmented reality is het bovendien mogelijk om op afstand ondersteuning te bieden.
Deze ontwikkelingen betekenen ook dat IT en OT steeds dichter naar elkaar toe groeien. Een belangrijke ontwikkeling, vindt Van Dasselaar. Hij is vice president Sustainable Industries bij Schneider Electric in België en Nederland. ‘Door verder te digitaliseren en de juiste data te hebben, kun je in mijn beleving sneller acteren’, verklaart hij. Iets wat juist nu belangrijk is, aangezien de wereld snel verandert en onvoorspelbaar is.
Belofte niet waargemaakt
Redenen genoeg dus om naar Industry 4.0 te bewegen. Echt grote transformaties ziet Van Dasselaar nog niet. ‘Industry 4.0 beloofde een hele nieuwe open wereld te gaan geven, met eindeloze mogelijkheden. Dat is in onze beleving nog niet uitgekomen. Er worden toch nog heel veel oude architecturen gebruikt. Dus automatiseringsarchitecturen en ook de technologieën die daarbij horen.’
Bij deze oudere architecturen ligt de focus nog veelal op eigen, gesloten controlesystemen en de hardware zelf. Dergelijke platformen zijn complex, leverancier-specifiek en bij onderhoud of vervanging is al snel sprake van downtime. Bovendien ben je bij dergelijke platformen afhankelijk van sterk gespecialiseerd personeel dat met het platform van deze specifieke leverancier kan omgaan. Iets wat niet meer houdbaar is, nu er sprake is van een tekort aan geschoold personeel.
‘Leveranciers werken graag op hun eigen manier, met hun eigen programmeertalen en programmeringen. Daar zijn ze natuurlijk groot mee geworden en succesvol in geweest’, legt Van Dasselaar uit. ‘Als je echt naar een nieuwe wereld van automatisering wilt gaan, dan moet je die oude patronen doorbreken. Anders gaan we er niet komen. Er is dus een paradigmaverschuiving nodig.’
Software Centric Automation
Die verschuiving gaat van de oude architecturen naar wat Software Centric Automation genoemd wordt. Daarbij ligt de focus niet meer op hardware, maar op software. ‘Het moet open zijn, het moet draagbaar zijn, het moet flexibel zijn’, definieert Van Dasselaar. ‘Als je kijkt naar hoe wij onze toekomst zien, zit daar voor ons echt wel een verschuiving in. Een stukje transformatie van de hardware naar de software.’
Van Dasselaar benadrukt dat Software Centric Automation draait om open standaarden in plaats van gesloten, propriëtaire systemen. Dit maakt het mogelijk dat apparaten en systemen van verschillende leveranciers probleemloos met elkaar kunnen communiceren. Dergelijke toepassingen moeten uiteraard wel veilig zijn. ‘De NIS2 is ondertussen een heel belangrijk onderwerp. En vanaf 2027 komen er nieuwe machinerichtlijnen aan die dit onderwerp nog veel strakker gaan trekken.’
Voordelen voor eindklanten
Voor eindklanten levert Software Centric Automation belangrijke voordelen op. ‘Voor onze eindklanten is het niet alleen belangrijk dat wij machines kunnen leveren, maar ook dat zij data kunnen halen uit alles wat voor hen van belang is en die samen kunnen brengen in één overzicht. Het is dus aan ons om te zorgen dat wij een platform leveren waar al die data in gecombineerd en gevisualiseerd kunnen worden – ook als die data uit machines van andere partijen komen – zodat daar besluiten op genomen kunnen worden.’
Deze behoefte werd extra duidelijk tijdens de coronapandemie, toen niet alles even goed leverbaar was. Plots was niet meer belangrijk van welk merk een machine was, maar dat deze überhaupt te krijgen was. Als machines onderling niet met elkaar kunnen communiceren, levert dat problemen op. Het gebruik van open standaarden maakt dergelijke onderlinge communicatie wel mogelijk.
Bovendien stelt het eindklanten in staat sneller te reageren op veranderingen in de markt. Van Dasselaar benadrukt het belang van flexibiliteit in de huidige onvoorspelbare wereld: ‘Door verder te digitaliseren en de juiste data te hebben, ben ik ervan overtuigd dat we veel sneller kunnen acteren. Uiteindelijk heb je ook gewoon een stuk winstgevendheid te waarborgen. En uiteindelijk willen we ook stukken duurzamer worden, waar de juiste data ook bij helpen.’
Voordelen voor machinebouwers
Ook voor machinebouwers biedt Software Centric Automation voordelen. Steeds meer eindklanten willen niet meer een machine kopen, maar liever huren of leasen. Daarbij blijft de fabrikant verantwoordelijk voor het onderhoud en betaalt de klant op basis van prestaties. Voordeel voor de machineleverancier is dat klanten voortaan maandelijks betalen, wat betekent dat er een enigszins stabiele omzet is. ‘Hoe ga je dat als machinebouwer aanbieden? Je kunt moeilijk iemand met een pen en kladblokje naast een machine neerzetten en laten opschrijven wat de output is’, lacht Van Dasselaar. ‘Breng zo’n machine in de cloud en dan kun je de prestaties op afstand zien. Je kunt zien hoe het gaat met zo’n machine en op tijd geïnformeerd worden als het fout loopt, zodat je op tijd kunt acteren.’

Sander van Dasselaar wil af van gesloten systemen: ‘Alleen met open standaarden kunnen we echt vooruit.’
Werkwijze omarmt
Schneider Electric omarmt deze werkwijze al. Zo werken zij nu met open standaarden, in plaats van met hun eigen standaarden. Dat betekent dat de software en hardware ook open wordt: ze kunnen verbindingen maken met allerlei andere platformen en apparaten, ongeacht het merk.
Met dat in gedachten heeft Schneider Electric een open programmeerplatform opgezet, dat gebaseerd is op de internationale standaard IEC 61499: ExoStruxure Automation Expert. ‘Daardoor ontstaat er op de edge een open programmeerlaag, waardoor je op allerlei soorten apparaten kunt programmeren’, legt Van Dasselaar uit. ‘Of het nu een PLC is of een frequentieregelaar, dat maakt voor ons niet uit. Wij willen af van het idee dat als je voor één merk kiest, je daar de rest van je leven aan vastzit. Dat kan alleen door open en flexibel te zijn.’
Het platform biedt wat Schneider Electric plug-and-produce-mogelijkheden noemt. ‘Al is het een device van een ander merk, zolang het maar kan communiceren met een protocol, dan pluggen wij dat in’, aldus Van Dasselaar.

Link magazine juli/augustus 2025. Thema: Investment, private equity en overnames. Cover Robin Knoops oprichter Inreda Diabetic. Lees het artikel digital of vraag exemplaar op bij mireille.vanginkel@linkmagazine.nl
Universal Automation
Om de paradigmashift richting open standaarden te bevorderen, heeft Schneider Electric mede het initiatief genomen voor Universal Automation. Dat is een non-profit die zich richt op het ontwikkelen van een gemeenschappelijke basis voor industriële automatisering volgens de IEC 61499-standaard. ‘Daar zijn we een community bij elkaar aan het brengen van allerlei soorten partijen. Of het nou leveranciers zijn, of system integrators, of onze concurrenten, dat maakt niet zoveel uit. Ons doel is om Software Centric Automation verder handen en voeten te geven’, vertelt Van Dasselaar.
‘Hoe meer partijen in die community komen, hoe makkelijker het wordt om die open standaard die we hebben fysiek ingevuld te krijgen’, legt Van Dasselaar uit. De community staat open voor nieuwe leden die de wereld van automatisering willen vooruithelpen.
Uitdagingen en toekomstvisie
Ondanks de voordelen gaat de beweging richting Software Centric Automation nog langzaam, erkent Van Dasselaar. ‘De technologie is er wel. Alleen het toepassen daarvan, daar zit toch een paradigmaverandering die moet komen. Er is toch nog te veel koudwatervrees en we blijven te veel steken in oude gedachtepatronen.’
Zeker bij start-ups is dat minder een probleem, merkt Van Dasselaar. ‘We zien dat start-ups, zeker in de recycling of in new energies, daar veel meer voor openstaan dan de traditionele eindgebruikers. Als wij bijvoorbeeld met een eindgebruiker bezig zijn en die heeft al jaren een standaard, dan is het best lastig om die naar een nieuwe standaard te brengen.’
Voor de toekomst is Van Dasselaar ervan overtuigd dat de beweging richting Software Centric Automation onvermijdelijk is. ‘Hoe mooi zou het zijn als ik gewoon met plug-and-play mijn machine kan connecten in jouw plant, in jouw end user environment. En als je dat allemaal goed doet, dan gaan andere dingen ook makkelijker. Als het gaat om analytics, AI enzovoort. We zitten daar nog wel echt aan de vooravond.’