Niet de orderportefeuille, maar de snelheid waarmee bedrijven kunnen opschalen bepaalt straks wie wint. Dat is de belangrijkste conclusie uit een recente analyse van Bain & Company. Volgens het adviesbureau verschuift het concurrentievoordeel in de luchtvaart- en defensiesector van technologische innovatie naar de capaciteit om productie snel en betrouwbaar op te schalen.
De vraag naar vliegtuigen, raketsystemen en defensiematerieel groeit ongekend hard. Boeing heeft inmiddels een orderportefeuille van 695 miljard dollar, terwijl Airbus de productie van de A320-familie verder wil opvoeren. Ook defensiebedrijven zoals MBDA en Lockheed Martin kampen met recordorders. Toch lukt het de sector nauwelijks om de vraag om te zetten in daadwerkelijke leveringen.
Volgens Bain vormen knelpunten in de toeleverketen inmiddels de grootste rem op groei. In bijna 90 procent van de onderzochte defensieprogramma’s blijken leveringsproblemen een grotere belemmering dan personeelstekorten, investeringscapaciteit of engineering.
Knelpunten zitten dieper in de keten
Juist de onderliggende toeleveranciers blijken de grootste uitdaging. Waar OEM’s hun productie willen verdubbelen of zelfs verviervoudigen, moeten leveranciers lager in de keten vaak nog veel sneller groeien omdat zij meerdere klanten tegelijk bedienen.
Dat maakt investeren complex. Leveranciers moeten capaciteit uitbreiden zonder de zekerheid dat alle voorspelde vraag ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Vooral in de defensiesector zorgen wisselende budgetten en politieke besluitvorming voor onzekerheid.
Opschalen kost eerst geld
Opvallend is dat hogere productievolumes in deze sector niet automatisch leiden tot lagere kosten. Nieuwe productielijnen vragen forse investeringen, nieuwe medewerkers moeten worden ingewerkt en het werkkapitaal loopt op. Tegelijkertijd nemen documentatie, engineeringwijzigingen en kwaliteitscontroles exponentieel toe naarmate de productie stijgt.
Daardoor komen veel leveranciers tijdens een opschalingsfase juist onder extra financiële druk te staan.
Vier lessen voor maakbedrijven
Bain ziet vier maatregelen waarmee bedrijven hun productiecapaciteit structureel kunnen vergroten:
- Verbeter bestaande productieprocessen door uitval te verminderen, kwaliteit te verhogen en strategische voorraden slimmer in te richten.
- Investeer in leveranciersrelaties door engineers bij leveranciers te plaatsen en gezamenlijk productieproblemen op te lossen.
- Geef leveranciers meer zekerheid via langjarige contracten en gedeelde investeringen, zodat uitbreiding van capaciteit verantwoord wordt.
- Gebruik AI en digitalisering om knelpunten vroegtijdig te signaleren en productiecapaciteit beter te plannen. Digitale tweelingen, voorspellende analyses en realtime vraagprognoses kunnen de doorlooptijd aanzienlijk verkorten.
Relevantie voor Nederlandse maakindustrie
De analyse is ook relevant voor Nederlandse toeleveranciers in hightech, aerospace en defensie. Bedrijven die erin slagen hun productie flexibel en schaalbaar in te richten, vergroten hun aantrekkelijkheid voor internationale OEM’s. Daarmee verschuift het onderscheidend vermogen van uitsluitend technologische innovatie naar leverbetrouwbaarheid, schaalbaarheid en samenwerking binnen de keten.
Voor veel Nederlandse leveranciers betekent dit dat investeringen in automatisering, digitalisering, standaardisatie en strategische samenwerking steeds vaker bepalend worden voor hun concurrentiepositie.
Link: De analyse van Bain sluit aan bij een bredere ontwikkeling die ook in de Nederlandse maakindustrie zichtbaar is. In sectoren als semicon, defensie en machinebouw wordt schaalbaarheid van productie steeds vaker gezien als een strategische competentie. Niet alleen innovatieve producten bepalen het succes, maar vooral de vraag of bedrijven snel kunnen opschalen wanneer de markt daarom vraagt. Dat vraagt om een nauwere samenwerking tussen OEM’s en toeleveranciers én om een andere manier van investeren in de keten.
