Productie-industrie in november bijna 1 % hoger dan een jaar eerder

0

In november 2025 lag de kalendergecorrigeerde industriële productie in Nederland 0,7 % hoger dan in november 2024. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In ongeveer de helft van de belangrijkste bedrijfsklassen was sprake van groei, maar het beeld blijft gemengd en het productievolume ligt nog niet op een duurzaam hoog niveau.

Volgens CBS-data steeg de totale productie van de industrie ten opzichte van een jaar eerder. De sterkste bijdrage kwam van de reparatie en installatie van machines (+6,3 %) en de rubber- en kunststofindustrie (+5,7 %). Andere takken zoals de voedingsmiddelenindustrie (+2,6 %) en de machinebouw (+1,0 %) noteerden eveneens pluspunten. Tegelijk zagen sectoren als chemie (-0,7 %), elektrische apparaten (-1,1 %), transportmiddelen (-1,9 %) en metaalproducten (-2,1 %) een daling.

Fluctuatie in maand-op-maand productie

Kijken we naar de maand-op-maandontwikkeling, dan daalde de productie in november met 0,5 % ten opzichte van oktober. CBS benadrukt dat seizoens- en kalendereffecten productiecijfers sterk kunnen beïnvloeden. De industrie kent doorgaans duidelijke ups en downs van maand tot maand, waarbij afwijkingen snel kunnen worden gevolgd door herstel of verdere daling.

Link magazine december 2025-januari 2026. Thema: Geld verdienen tijdens de hele lifecycle. Cover Christian Rood Leydenjar. Lees het artikel digital of vraag exemplaar op bij mireille.vanginkel@linkmagazine.nl

Op de langere termijn laat de index van de industriële productie een patroon zien van schommelende groei sinds het dieptepunt tijdens de coronapandemie. Na een opgaande lijn tot 2022 zette vanaf medio 2022 een periode van volatiliteit en daling in. De recente plus in november past in dat beeld van grillige, maar licht stijgende activiteit.

Producentenvertrouwen minder negatief

Het producentenvertrouwen voor de industrie verbeterde in december ten opzichte van november, van -1,7 naar -1,1. Hoewel het oordeel over bedrijvigheid en voorraden grotendeels onveranderd bleef, waren producenten minder negatief over hun orderportefeuille. Het vertrouwen lag boven het 20-jaarsgemiddelde (-1,3), maar blijft ruim onder de positieve uitschieters uit eerdere periodes.

De transportmiddelenindustrie meldde de meest positieve stemming onder producenten, terwijl de textiel-, kleding- en lederindustrie het meest somber was.

Wat betekent dit voor de maakindustrie?

Voor de Nederlandse maakindustrie zijn deze cijfers een signaal van voorzichtige stabilisatie, maar geen overtuigend herstel. De licht hogere productie en het minder negatieve vertrouwen stimuleren optimisme op korte termijn. Tegelijk blijven sectorale verschillen groot. Toeleveranciers aan groeiende segmenten zoals machinebouw en rubber-/kunststofproducten kunnen profiteren van momentum, terwijl branches onder druk juist meer weerstand moeten tonen tegen dalende volumes.

De cijfers onderstrepen het belang van wendbaarheid in productie, inzicht in orderdevelopments en aansluiting op markten met structurele vraag. Daarmee blijft het economische plaatje van de Nederlandse industriële productie genuanceerd: geen sterke groei, maar ook geen diepe terugval — eerder een fase van aanpassing en herpositionering.

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Geverifieerd door ExactMetrics