Ondernemer moet ook oog hebben voor klimaat, anders grijpt de rechter in.

0

In de jaren 90 begon de overheid een campagne met als slogan ‘Een beter milieu begint bij jezelf’. De verantwoordelijkheid om iets te doen aan de klimaatverandering en milieuvervuiling werd bij de individuele burgers neergelegd. Overheid en bedrijfsleven stelden zich langere tijd vrij passief op. Bang voor het verlies van stemmen en klanten en bevreesd voor lagere belastingopbrengsten en winsten voor aandeelhouders. In 2019 oordeelde de hoogste rechter in Nederland in de Urgenda-zaak dat de overheid zich moet houden aan (inter)nationale klimaatafspraken. Onlangs wees de rechtbank Den Haag ook het bedrijfsleven stevig op zijn klimaatverantwoordelijkheden in een zaak tegen Shell.

Advocaten Westphal en Johansen beschouwen de Shell-uitspraak.

‘Niet alleen de Nederlandse overheid, maar ook bedrijven bleken door de rechter verplicht te kunnen worden om hun milieubeleid aan te passen en bij te sturen als dat beleid onrechtmatig is. Onrechtmatig in de zin van maatschappelijk onzorgvuldig en in strijd met de mensenrechten – het recht op leven en het recht op een ongestoord gezinsleven – van de bewoners van Nederland’, analyseert Sven Johansen van het Brainport-advocatenkantoor Westphal & Johansen dat veel industriële bedrijven als klant heeft. ‘Voor iedere ondernemer, bestuurder en aandeelhouder in Nederland is de uitspraak in de Shell-zaak van groot belang. Deze laat zien dat het bedrijfsleven een vergaande en eigen verplichting heeft om bij te dragen aan het halen van de klimaatdoelen. Het toont ook aan dat ondernemingen en indirect ook hun ketenpartners door de rechter gedwongen kunnen worden hun beleid aan te passen als dat beleid onvoldoende bijdraagt aan het halen van de klimaatdoelen.’

Reductieverplichting = resultaatsverplichting

Het vonnis van de rechtbank houdt in dat de (Nederlandse) tophoudstermaatschappij Royal Dutch Shell (RDS), op vordering van onder meer Milieudefensie, verplicht is via het concernbeleid te zorgen voor een forse netto CO2-reductie met 45 procent in 2030 ten opzichte van 2019. RDS mag zelf vormgeven aan de reductieverplichting, mits het de verplichting nakomt. Het bedrijf mag daarbij rekening houden met lopende verplichtingen en andere relevante omstandigheden. De reductieverplichting is een resultaatsverplichting: de concernleiding moet ervoor zorgen dat de reductie gehaald wordt. Ten aanzien van zakelijke relaties van de Shell Groep, toeleveranciers en afnemers, met inbegrip van eindgebruikers, is dit een zwaarwegende inspanningsverplichting. Daarbij wordt van RDS verwacht dat het de nodige stappen neemt om de ernstige risico’s te voorkomen die ontstaan door CO2-uitstoot van toeleveranciers en afnemers, met inbegrip van eindgebruikers. ‘Anders geformuleerd, de reductieverplichting strekt zich uit over de gehele waardeketen’, duidt Marcel Westphal het vonnis.

Lessen voor ondernemers

RDS heeft zich met hand en tand tegen de reductieverplichting verzet en tal van rechtvaardigingsgronden voor haar handelen en nalaten aangevoerd. Maar die zijn bijna allemaal door de rechtbank verworpen. Daaruit kunnen industriële ondernemers de volgende belangrijke lessen trekken, aldus de twee advocaten.

Indirect verantwoordelijk

‘Shell is als onderneming dus verantwoordelijk voor de CO2-uitstoot van zichzelf en haar dochterbedrijven. Daarnaast heeft Shell een grote invloed op de hele supplychain en op het gedrag van consumenten. Daardoor is Shell indirect ook verantwoordelijk voor de CO2-uitstoot door die partijen. Nee, Shell kan niet in haar eentje het uitstootprobleem oplossen, maar dat ontslaat de onderneming niet van de individuele deelverantwoordelijkheid voor het terugdringen van de emissies waar zij controle en invloed op heeft’, zo stelt Westphal. Johansen vervolgt: ‘Ook het feit dat wellicht andere partijen als concurrenten de plaats van Shell zullen innemen en evenveel of meer zullen uitstoten, ontslaat het bedrijf niet van haar verantwoordelijkheid. Want ook die andere bedrijven moeten mensenrechten respecteren en hebben eenzelfde reductieverplichting.’

‘De reductieverplichting strekt zich uit over de gehele waardeketen’

De precieze bijdrage die de Shell Groep levert aan de mondiale CO2-uitstoot, is daarbij niet van belang. Westphal: ‘Doorslaggevend is dat de CO2-uitstoot van de gehele groep bijdraagt aan de opwarming en de klimaatverandering in Nederland. Het verweer dat de omvang van of het percentage in de vervuiling (nog) niet vaststaat of dat een ander een nog grotere vervuiler is, kan op weinig rechterlijk begrip rekenen.’

Mensenrechten

De mensenrechten, zoals recht op leven en recht op een ongestoord gezinsleven, werken niet alleen in de verhouding staat-burger, maar gelden ook tussen burgers en bedrijven en burgers onderling. ‘Die mensenrechten brengen mee dat mensen het recht hebben om te leven in, zo interpreteren wij de uitspraak, een schone omgeving en verschoond dienen te blijven van de desastreuze effecten van klimaatverandering’, duidt Johansen.

De mensenrechten dwingen bedrijven tot actie, oordeelt Westphal. ‘Bedrijven zijn verplicht te voorkomen dat hun eigen activiteiten, of die van hun toeleveranciers of afnemers, negatieve gevolgen hebben voor de mensenrechten. En doen die gevolgen zich voor, dan moeten ze die verhelpen.’

Vrijwaring

Het ligt nog niet precies vast hoe en wanneer ieder bedrijf moet bijdragen aan de doelstelling van netto nul emissie in 2050. Maar dat neemt niet weg dat ieder bedrijf dat CO2 uitstoot, bijdraagt aan de opwarming van de aarde en dus naar vermogen moet bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering, aldus de advocaten. ‘Hoe groter de uitstoot en hoe meer invloed een bedrijf op de uitstoot heeft, des te verder reiken die verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid en dus ook de verplichting om er iets aan te doen of om iets na te laten’, aldus Johansen. Wel kunnen de emissiehandelssystemen zoals het European Trade System (ETS) een ‘vrijwarende werking’ hebben. Westphal: ‘Emissierechten mogen volgens die handelssystemen worden verdisconteerd met de reductieverplichting. Vergunningen en concessies hebben echter geen vrijwarende werking en ontslaan de vergunninghouder niet van de verplichting om rekening te houden met het milieu.’

Ook het betoog dat bedrijven niets kunnen doen zolang staten de kaders niet hebben bepaald, gaat volgens de twee niet op. ‘Als hun overheid onvoldoende doet om emissies te reduceren, ontslaat dat bedrijven niet van hun eigen verantwoordelijkheid. Bedrijven kunnen dus niet volstaan met het volgen van de overheid en hun klanten. Ook het argument van het level playing field – eerst moeten overal dezelfde regels gelden – gaat niet op. Alle bedrijven zullen immers de mensenrechten moeten respecteren en een bijdrage aan de reductieverplichting moeten leveren.’

Link magazine editie oktober/november thema 2021: Data is key hoe kan het mkb daar winst mee maken? Lees Link digitaal of vraag een exemplaar op: mireille.vanginkel@linkmagazine.nl’

Algemeen belang weegt zwaarder

Ook het verweer dat de reductieverplichting verstrekkende gevolgen heeft voor bedrijven als Shell en een koerswijziging nodig maakt, naar het leveren van een compleet ander energiepakket, delft het onderspit bij de rechter. Johansen: ‘Het voorkomen van levensbedreigende situaties legt volgens de rechter meer gewicht in de schaal dan de bedrijfseconomische belangen van Shell. Het algemeen belang weegt zwaarder dan het bedrijfsbelang. Wel heeft Shell alle vrijheid om zelf te bepalen hoe zij de opgelegde reductieverplichting invult.’

Westphal: ‘De Shell Groep kent nu aan de overheid en haar klanten een voortrekkersrol toe. Daarmee miskent RDS volgens de rechter haar eigen verantwoordelijkheid. Die vergt dat het bedrijf actief zijn reductieverplichting effectueert en tot uitdrukking brengt in het concernbeleid.’

Conclusie

De twee advocaten concluderen dat ondernemers, bestuurders en aandeelhouders niet alleen oog moeten hebben voor de aandeelhoudersbelangen op de korte termijn, maar ook de mensenrechten en maatschappelijke ontwikkelingen nauwlettend moeten volgen. ‘Ook die moeten ze meenemen in hun beleid. Dit vergt een ander juridisch en ethisch bewustzijn dan in het tijdperk voorafgaand aan de Shell-uitspraak. De bestuurder die zijn bestuurlijke beleidsvrijheid wenst te behouden, moet meebouwen aan een nieuwe en mensenrechtenbestendige toekomst. Anders grijpt de rechter in.’

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.