De Europese Unie gaat een nieuwe Safeguard-maatregel invoeren om de eigen metaalproducerende industrie beter te beschermen tegen goedkope import van buiten Europa. Volgens Erwin Reijnders, purchasing manager bij metaaldistributeur MCB, zijn de gevolgen daarvan veel groter dan alleen voor staal- en RVS-fabrieken. ‘Dit raakt uiteindelijk de hele maakindustrie’, zegt hij.
De huidige Safeguard-regeling werd in 2018 ingevoerd nadat de Verenigde Staten hun eigen metaalmarkt afschermden. Europa wilde voorkomen dat grote hoeveelheden staal, die niet meer naar de VS konden, alsnog op de Europese markt terecht zouden komen. Daarom werden quota ingesteld: een bepaalde hoeveelheid staal en RVS mag zonder extra heffing worden ingevoerd. Voor volumes daarboven geldt een toeslag van 25 procent.
Na de maximale acht jaar loopt die regeling eind juni af. De Europese Commissie werkt daarom aan een opvolger. De belangrijkste contouren zijn inmiddels bekend. Het heffingsvrije importvolume zou met ongeveer 47 procent worden verlaagd, terwijl de heffing boven die grens stijgt naar 50 procent. Het Europese parlement heeft ingestemd, met deze maatregel.
Reijnders legt uit waarom Brussel deze stap zet: ‘De Europese metaalindustrie staat onder druk. De Commissie ziet het als een kritische industrie met veel werkgelegenheid en wil die natuurlijk beschermen.’ Voor Europese metaalproducenten zal de maatregel een positief effect hebben. Meer en hogere heffingen betekenen immers meer vraag naar Europees materiaal, met stijgende prijzen als gevolg. Tegelijkertijd maakt Reijnders zich zorgen om de keerzijde: ‘Eindproducten die onze klanten maken, worden duurder. Dus het heeft waarschijnlijk een negatief effect op de competitiviteit van Europa.’
Die gevolgen zal Roy Kasteel, directeur van Kasteel Metaal, in de praktijk voelen. Zijn bedrijf verwerkt grote hoeveelheden metaal voor klanten in de maakindustrie. Volgens hem komen de extra kosten uiteindelijk terecht in de hele keten. ‘De impact is vooral groot voor de verwerkende industrie, systeembouwers en uiteindelijk de oem’er en de eindgebruiker. Die 50 procent voelt niet als een heffing, maar als een boete.’
Voor Kasteel komt daar nog een probleem bij: onzekerheid. Bedrijven hebben al te maken met CBAM, de Europese CO2-heffing op geïmporteerd staal. Daardoor is soms pas een jaar later duidelijk wat materiaal daadwerkelijk heeft gekost. ‘We moeten reserveringen treffen voor toekomstige heffingen die nog niet bekend zijn op het moment van het vastleggen van een contract. Dat is een extra onzekerheid’, aldus Kasteel. ‘De nieuwe Safeguard-maatregel maakt het allemaal nog complexer. We moeten verder vooruit plannen, meer verplichtingen aangaan en meer risico nemen. Ook dat vertaalt zich uiteindelijk in kosten.’
Reijnders en Kasteel begrijpen dat Europa strategische industrieën wil beschermen. Hun zorg is vooral dat de gevolgen voor de rest van de maakindustrie onvoldoende worden meegewogen. Reijnders: ‘Voor de Europese metaalproducenten is het goed nieuws. Maar voor veel van onze eindklanten niet.’ Kasteel vat het nog korter samen: ‘Onze concurrentiepositie ten opzichte van Azië verslechtert gewoon. Zo simpel is het.’ Zijn oplossing? ‘Het zou mooi zijn als de EU de extra inkomsten uit de heffingen laat doorstromen als boost voor de hele industrie.’
