‘Niet: make Europe great again, maar: houd Europa moreel sterk’

0

In navolging van Herman Molenaar in de vorige Link geeft ook Eric van Schagen zijn visie op de staat van Nederland en wat nodig is om vooruit te komen. De ceo van Simac en voorzitter van VNO-NCW Brabant-Zeeland pleit voor eenvoud in besturing en voor een koers waarin vertrouwen en morele kernwaarden minstens zo leidend worden als modellen en cijfers. ‘De samenleving is te complex om zonder vertrouwen te besturen.’

Meedoen? Graag! Dit artikel is een oproep aan alle ondernemers in de Nederlandse maakindustrie. Wil je je aansluiten bij het initiatief van Link Magazine, om te kijken hoe we met z’n allen vanuit de industrie verandering teweeg kunnen brengen? Stuur dan een bericht naar redactie@linkmagazine.nl. Illustratie: Tom van Dun

Simac-topman Eric van Schagen over economie, industrie en vertrouwen

  • ‘De handelsbalans zegt veel meer over welvaart dan het BNP.’
  • De primaire industrie dreigt langzaam terrein te verliezen door uitblijvende investeringen en onzeker beleid.
  • Hightech alleen is onvoldoende om het verdienvermogen van Nederland op lange termijn te borgen.
  • ‘Hoe meer geld via Europa loopt, hoe ongemakkelijker het voor lidstaten voelt.’

Eric van Schagen heeft het recente onderzoeksrapport van Peter Wennink met instemming gelezen en herkende zich eveneens in het betoog van ex-Vanderlande-cfo Herman Molenaar in de vorige editie van Link Magazine. In beide verhalen ziet hij een poging om orde aan te brengen in een discussie die in Nederland al jaren alle kanten op gaat. Van Schagen is sinds 1989 directeur van de Veldhovense IT-specialist Simac Techniek en staat als voorzitter van ondernemersorganisatie VNO-NCW Brabant-Zeeland midden in het publieke debat. ‘Ze hebben allebei goede gedachten. Echt. Maar het risico is dat het bij papier blijft. En dat is precies wat we ons niet meer kunnen veroorloven’, stelt hij.

Van Schagen benadrukt in gesprek met Link Magazine meerdere malen dat hij ‘absoluut’ achter de woorden van Molenaar staat. Hij noemt de ideeën verfrissend en helder, omdat ze mensen niet alleen aan het denken zetten, maar ook oproepen tot handelen. Wat hem daarnaast aanspreekt, is de poging om de complexe onderwerpen terug te brengen tot iets wat bestuurbaar wordt. ‘Je merkt dat in de samenleving allerlei onderwerpen leven die vaag blijven. Energietransitie, stikstof, CO2. Voor veel mensen blijft dat abstract. Wat Molenaar voorstelt, is om dingen te meten in termen die mensen begrijpen. Eerst overeenstemming bereiken over wat je meet, en pas daarna over wat je doet. Dat vind ik een heel sterke insteek.’ Tegelijk ziet Van Schagen hoe snel zo’n benadering vastloopt zodra iedereen zijn vinger opsteekt. ‘Dat is de valkuil: als je met iedereen rekening houdt, vertraagt alles. Dan blijft het bij praten.’

Kijk naar de handelsbalans

Volgens Van Schagen begint het probleem bij de manier waarop Nederland zichzelf beoordeelt. Het bruto nationaal product blijft stijgen, waardoor economen geen directe reden zien tot zorg en politici makkelijk kunnen wijzen naar de groeicijfers. ‘Het BNP zegt echter vooral iets over vandaag, en maar weinig over wat er over vijf of tien jaar staat te gebeuren’, legt Van Schagen uit. ‘En ja, met het BNP gaat het in Nederland de komende jaren waarschijnlijk nog wel goed. De zorg groeit, er wordt geïnvesteerd in de defensie-industrie, en de dienstverlening dijt uit. Dat houdt die cijfers op peil, waardoor je het gevoel krijgt dat er ruimte is om vooral met andere onderwerpen bezig te zijn. Maar je meet dus de verkeerde dingen.’

Waar Van Schagen liever naar zou kijken, is het verdienvermogen van de economie, vooral in sectoren die exporteerbare waarde leveren. ‘De primaire industrie, de industrie die echt toegevoegde waarde levert, dat is waarvan een land structureel sterker wordt. De handelsbalans zegt veel meer over welvaart dan het BNP. Alle markten en industrieën die erachteraan komen, die indirecte economie, volgen vanzelf. Daar maak ik me minder zorgen over. Maar waar ik me wel zorgen over maak, is die basis. Want die lijkt langzaam weg te glijden.’

Dat wegzakken blijft nog grotendeels onzichtbaar in de statistieken. Investeringen in de procesindustrie en in de staalindustrie lopen terug, nieuwe fabrieken worden elders gebouwd, maar beslissingen over toekomstige capaciteit moeten nu worden genomen, benadrukt Van Schagen: ‘Dat vereist visie, want die investeringen zie je pas over vijf of tien jaar terug. Maar als je het niet doet, zijn de fabrieken straks gesloten, verdwenen, en staat iedereen te kijken dat er niks voor in de plaats is gekomen. Dat effect sijpelt daarna door naar het mkb, naar de dienstverlening, naar alles wat daarop volgt. Die indirecte economie beweegt altijd met vertraging mee.’

Tata Steel

Van Schagen ziet dat de aandacht sterk uitgaat naar hightech en nieuwe technologie, sectoren die politiek aantrekkelijk zijn en weinig vervuilend ogen. Hij begrijpt die focus, maar plaatst er ook kanttekeningen bij. ‘Hightech is belangrijk en daar moeten we op blijven inzetten. Maar daarmee gaan we wereldwijd geen uitzonderlijke positie blijven innemen. We moeten ons rechtvaardig deel pakken, meer niet. Tegelijk hebben we hier sectoren die heel sterk aan onze ligging en infrastructuur zijn gebonden, zoals de procesindustrie. Maar die laten we nu langzaam los.’

‘Tegenstellingen leggen de besluitvorming lam’

Dat geldt ook voor agritech, waarmee Nederland internationaal een sterke reputatie heeft opgebouwd. ‘Agrarische technologie is iets waar we succesvol in zijn. Maar hoe houd je die positie vast als de tendens is om de agrarische sector steeds verder terug te dringen? Dan hol je uiteindelijk je eigen kennisbasis uit.’ Van Schagen is het sowieso niet eens met de stelling dat Nederland te klein zou zijn voor de agrarische sector. ‘Maar dat je je minder op vleesproductie en meer op de productie van andere dingen moet richten, lijkt me duidelijk.’

In Europese vergelijkingen eindigt Nederland vaak laag op duurzaamheidslijstjes. ‘Zweden en Noorwegen hebben waterkracht, Frankrijk heeft kernenergie, dan is het makkelijk om groene energie te gebruiken’, relativeert Van Schagen. ‘Als wij Tata Steel zouden sluiten, stijgen we op die lijstjes. Maar die staalproductie verdwijnt daarmee niet uit Europa en ook niet uit de wereld. We hebben hier een gunstige ligging met havens, logistiek, infrastructuur. We zouden die hier juist moeten omarmen en inzetten op zo schoon mogelijke staalproductie.’

Netcongestie?

Molenaar pleit in zijn betoog voor drie dingen: een collectief doel, een beter bestuursmodel en een nationaal dashboard met een beperkt aantal meetpunten. Voor Van Schagen zouden exportcijfers, investeringen en langetermijnprognoses centraal moeten staan. ‘Je zou zichtbaar moeten maken wat het betekent als een fabriek niet hier wordt gebouwd. En wat dat doet met de werkgelegenheid, met de aanwezige kennis, met de regionale economie. Dat gebeurt nu onder de radar. In Rotterdam zie je al bewegingen die je over tien jaar pas echt gaat voelen.’

Netcongestie noemt hij een goed voorbeeld van hoe abstract beleid botst met concrete praktijk. ‘Iedereen roept dat het een probleem is, maar als ik bedrijven individueel vraag of ze er last van hebben, zegt het merendeel van niet. Ikzelf ook. Ik heb enquêtes ingevuld dat het een probleem is voor Simac, totdat ik me realiseerde dat ik er persoonlijk geen last van heb: we hebben onze panden en daar is het geregeld. Ik vind het vooral een probleem omdat anderen het een probleem vinden, want ik weet ook dat er grote investeringen niet doorgaan door onzekerheid over energie.’

Verlamming

Van Schagen plaatst ook een minpuntje bij het rapport van Wennink: ‘Het is rationeel, goed onderbouwd en prima te volgen voor beleidsmakers en bedrijven, maar de boodschap is lastig te vertalen naar een breder publiek. Terwijl diezelfde mensen uiteindelijk bepalen wat politiek mogelijk is. Dat gat moet je ergens dichten. Zonder het complexer te maken, want dan raak je iedereen kwijt.’

En dat terwijl polarisatie de grootste uitdaging is om tot een goed bestuursmodel te komen, ziet Van Schagen. ‘De tegenstellingen tussen industrie en natuur, tussen werkgevers en werknemers, tussen duurzaamheid en economische groei zijn zand in de wielen van het besluitvormingsproces. Vroeger ging het vooral over loon versus winst. Dat conflict bestaat nog steeds. Maar de tegenstelling tussen duurzaamheid en industrie heeft daar een veel grotere rol bij gekregen. Die legt de besluitvorming lam.’

Van Schagen merkt dat ook in zijn eigen rol als vertegenwoordiger van werkgevers. ‘Als er in de krant een verhaal staat over een bedrijf dat uit economische overwegingen vervuilt, dan denk ik: ik stop ermee, mijn eigen achterban laat me in de steek, want hoe kan ik dan nog het positieve verhaal vertellen? Ik vind juist dat je mag verwachten dat bedrijven die hier hun infrastructuur hebben, hun opleidingen hebben genoten, ook verantwoordelijkheid nemen. Dat maakt het verhaal geloofwaardig.’

Bouwen op vertrouwen

Link magazine februari – maart 2026. Thema: Diversificatie. Cover Erik van Schagen Simac. Lees het artikel digital of vraag exemplaar op bij mireille.vanginkel@linkmagazine.nl

Voor Van Schagen gaat het uiteindelijk minder over modellen en meer over uitgangspunten. ‘Zowel Wennink als Molenaar zijn rationeel. Dat is goed. Maar ik zou daar graag meer aandacht aan toevoegen voor moraliteit en vertrouwen. Moeten we elkaar altijd wantrouwen? Of kunnen we accepteren dat we elkaar nodig hebben?’ Hij verwijst naar het boek van CDA-voorman Henri Bontenbal, die pleit voor meer gemeenschappelijke waarden. ‘Ik herken wat hij schrijft. De samenleving is te complex om zonder vertrouwen te besturen. Ik kijk ook naar de VS en China. Die hebben misschien een economische agenda die werkt, maar ze hebben ook dingen die ik hier nooit zou willen. Wij hebben vrijheid van meningsuiting, onafhankelijke kennisinstellingen, relatief beperkte inkomensverschillen. Dat zijn enorme waarden. Die zouden we veel explicieter moeten benoemen.’

Sterker nog, die kernwaarden zouden wat Van Schagen betreft op elk dashboard moeten staan. ‘Niet make Europe great again, maar: houd Europa moreel sterk. Dat is waar we met z’n allen trots op zouden moeten zijn. Als we daar overeenstemming over hebben, kunnen we pas zinnig praten over industriebeleid, over investeringen, over duurzaamheid.’

Vanuit die waarden wordt het mogelijk om meetpunten te kiezen die mensen herkennen. ‘Kan iemand met een modaal inkomen een gezin onderhouden? Worden er voldoende woningen gebouwd? Blijft de primaire industrie investeren? Hoe lang duren vergunningen? Hoeveel energie gebruiken we? Dat zijn tastbare vragen. Daar kun je op sturen.’

Minder Europese bureaucratie

In Europees perspectief pleit Van Schagen voor minder regelgeving en – opnieuw – meer vertrouwen. Hij ziet Europa als noodzakelijk, vooral op het gebied van defensie en handel, maar waarschuwt voor centralisatie. ‘Hoe meer geld via Europa loopt, hoe ongemakkelijker het voor lidstaten voelt. Bureaucratie groeit vanzelf. Ik zou Europa liever zien als gemeenschap die waarden deelt en elkaar beschermt. Handelsbarrières tegen China vind ik logisch. Invoerheffingen vanuit Amerika begrijp ik ook. Maar binnen Europa moeten we er vooral voor zorgen dat we elkaar niet kwijt raken.’

Hij denkt bovendien dat Europa minder verdeeld is dan vaak wordt gedacht. ‘Amerika lijkt sterk, maar intern is het een enorme chaos. Dat kost ze veel energie. Wij zouden ons moeten richten op waar wij goed in zijn en dat koesteren. Morele kracht, samenwerking, vertrouwen. Dat is ons onderscheidend vermogen.’

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Geverifieerd door ExactMetrics