Nederlandse industrie schakelt op: ordergroei zet capaciteit en supplychain onder druk

0

De Nederlandse industrie schakelt een versnelling hoger. De Nevi PMI steeg in september van 53,8 naar 55,6 en de productie groeide in het hoogste tempo sinds januari 2022. Vooral voor machinebouwers en hun toeleveranciers is de onderliggende ontwikkeling interessant: nieuwe orders nemen fors toe, orderachterstanden lopen verder op en bedrijven kopen extra materiaal in. Na de aandacht voor kosten en flexibiliteit tijdens de downturn komt daarmee een andere vraag centraal te staan: hoe snel kan de keten weer opschalen zonder dat mensen, materialen en specialistische productiecapaciteit de bottleneck worden?

Ordergroei zet machinebouw en toeleverketen weer in opschaalstand

De Nederlandse industrie schakelt duidelijk een versnelling hoger. De Nevi PMI voor de productiesector kwam in september uit op 55,6, tegen 53,8 in augustus. Een stand boven 50 wijst op groei ten opzichte van de voorgaande maand. De index bevindt zich daarmee op een van de hoogste niveaus van de afgelopen vier jaar.

Voor de maakindustrie is vooral de samenstelling van die groei interessant. Het gaat niet alleen om een hogere productie. Nieuwe orders nemen fors toe, de buitenlandse vraag trekt aan, bedrijven kopen meer materialen in en de werkgelegenheid groeit weer. Tegelijkertijd lopen orderachterstanden op en worden voorraden aangelegd uit voorzorg voor mogelijke prijsstijgingen en leveringsproblemen.

Dat maakt september meer dan opnieuw een positieve PMI-maand. De cijfers wijzen erop dat de aandacht in delen van de industrie begint te verschuiven van hoe houden we capaciteit flexibel in een onzekere markt? naar hoe zorgen we dat we voldoende capaciteit hebben wanneer de vraag verder aantrekt?

Productie groeit sterkst sinds begin 2022

De grootste bijdrage aan de verbetering komt van de nieuwe orders. Fabrikanten melden een betere marktvraag en ook de exportorders namen in september toe. Bedrijven reageerden daarop door de productie stevig te verhogen. Volgens de PMI-enquête was de productiestijging de grootste sinds januari 2022.

Dat sluit aan bij een ontwikkeling die eerder dit jaar al zichtbaar werd. In juli meldde ABN AMRO eveneens dat de Nederlandse industrie de productie sterk opvoerde en dat orderachterstanden ontstonden doordat bedrijven de snel groeiende vraag niet volledig konden bijbenen. ABN AMRO

Ook internationaal is het klimaat voor exporterende maakbedrijven verbeterd. S&P Global constateerde in augustus dat de wereldwijde groei van exportorders voor goederen tot een van de hoogste niveaus sinds 2021 was gestegen. Vooral technologie en de bredere machine- en apparatenindustrie droegen daaraan bij. Taiwan, Japan, Duitsland, Nederland en Zuid-Korea behoorden tot de landen waar de exportvraag sterk toenam. S&P Global

Hightechketen profiteert van AI-investeringen

Een belangrijke motor achter de groei is volgens ABN AMRO-sectoreconoom Albert Jan Swart de wereldwijde investeringsgolf in AI. Die leidt tot een grotere vraag naar chips en daarmee naar nieuwe productiecapaciteit in de semiconductorindustrie.

Voor Nederland werkt dat rechtstreeks door naar de omvangrijke keten van machinebouwers en hightechtoeleveranciers rond semiconductor equipment. Niet alleen OEM’s profiteren daarvan. Een volumestijging werkt door naar system suppliers en vervolgens naar producenten van modules, precisieonderdelen, elektronica en andere kritische componenten.

Daarnaast ziet Swart aanwijzingen dat ook andere delen van de machinebouw herstellen. Na enkele zwakkere jaren lijkt onder meer de vraag naar machines voor de voedingsmiddelenindustrie en landbouw weer aan te trekken.

Dat maakt de ontwikkeling breder dan alleen de semiconductorcyclus.

Leverancier wordt mogelijke bottleneck

Voor machinebouwers wordt daarmee belangrijker wat er verderop in de keten gebeurt. Niet de eigen assemblagecapaciteit hoeft uiteindelijk de beperkende factor te zijn. Een tekort bij één gespecialiseerde leverancier kan voldoende zijn om de uitlevering van een complete machine te vertragen.

Dat risico neemt toe wanneer meerdere OEM’s tegelijkertijd opschalen en een beroep doen op dezelfde relatief kleine groep gespecialiseerde leveranciers.

Daarmee komt ook de discussie over samenwerking tijdens een downturn in een ander licht te staan. Het ver terugbrengen van volumes en prijzen bij leveranciers kan op korte termijn noodzakelijk zijn, maar wordt problematisch wanneer daardoor kennis of capaciteit uit de keten verdwijnt die tijdens een volgende upturn weer hard nodig is.

Voor OEM’s en first tiers wordt het daarom belangrijker om te weten welke leveranciers en technologieën werkelijk kritisch zijn voor hun opschaalvermogen.

Toeleveranciers moeten zelf kiezen waar capaciteit heen gaat

Andersom stelt een aantrekkende markt ook toeleveranciers voor strategische keuzes. Extra vraag betekent niet automatisch dat iedere order aantrekkelijk is.

Wanneer capaciteit schaars wordt, moeten leveranciers bepalen voor welke klanten, producten en technologieën zij capaciteit beschikbaar willen houden. Daarbij spelen marge en volume een rol, maar ook voorspelbaarheid, strategische samenwerking en de bereidheid van klanten om gezamenlijk te investeren in toekomstige capaciteit.

Vooral leveranciers die voor meerdere machinebouwers werken, kunnen hierdoor opnieuw in een sterke positie terechtkomen. Tegelijkertijd moeten zij voorkomen dat zij op basis van een tijdelijke piek te snel vaste kosten toevoegen.

Dat maakt schaalbaarheid belangrijk: automatisering, flexibele personeelsinzet, standaardisatie en een goede make-or-buystrategie kunnen helpen om grotere volumes op te vangen zonder de organisatie direct structureel zwaarder te maken.

Buffervoorraden terug op de agenda

Opvallend is daarom ook wat er bij de voorraden gebeurt. Nederlandse fabrikanten hebben hun inkoopactiviteiten in september aanzienlijk opgevoerd. De stijging was volgens de PMI de op één na grootste sinds medio 2022.

Dat komt deels doordat voor een hogere productie simpelweg meer materiaal nodig is. Maar er speelt nog iets anders: bedrijven leggen bewust buffervoorraden aan.

De voorraad ingekochte materialen groeide hierdoor het sterkst in vier jaar. Ondernemers maken zich zorgen over toekomstige prijzen en de beschikbaarheid van materialen en proberen daar nu al op te anticiperen.

Dat gedrag was eerder in 2026 ook zichtbaar. In mei rapporteerde S&P Global dat bedrijven hun inkoop versnelden en veiligheidsvoorraden aanlegden vanwege verstoringen in de supplychain en oplopende prijzen. PMI S&P Global

Voor supplychain- en inkoopmanagers ontstaat daarmee een dilemma. Meer voorraad vergroot de leverzekerheid en kan voorkomen dat dure productiecapaciteit stilstaat door één ontbrekend component. Tegelijkertijd legt voorraad beslag op werkkapitaal en bestaat bij een nieuwe omslag het risico dat bedrijven opnieuw met te veel materiaal blijven zitten.

Prijsdruk loopt weer op

Dat bedrijven meer zekerheid zoeken, is niet zonder reden. De inkoopkosten stegen in september aanzienlijk en sterker dan in augustus.

De combinatie van stijgende volumes en onzekerheid over materialen kan bovendien een zichzelf versterkend effect hebben. Wanneer bedrijven uit voorzorg meer inkopen dan zij direct nodig hebben, neemt de druk op leveranciers verder toe. Langere levertijden kunnen klanten vervolgens aansporen om nóg meer veiligheidsvoorraad aan te leggen.

Voor industriële ondernemingen wordt supplychainmanagement daarmee opnieuw een strategisch vraagstuk. Niet alleen de prijs van een onderdeel telt, maar ook de vraag welke materialen en processen kritiek zijn voor de eigen productie en hoeveel zekerheid daar tegenover moet staan.

Ook bredere machinebouw lijkt te herstellen

Positief voor de Nederlandse maakindustrie is dat het herstel volgens ABN AMRO niet uitsluitend uit de semiconductorindustrie lijkt te komen. Swart ziet ook aanwijzingen dat de vraag naar andere typen machines aantrekt na enkele zwakke jaren. Hij noemt onder meer machines voor de voedingsmiddelenindustrie en landbouw.

Dat is belangrijk omdat het Nederlandse industriële herstel daarmee breder gedragen kan worden. Ook de Duitse markt speelt daarbij een belangrijke rol. Duitsland is voor Nederlandse industriële bedrijven een belangrijke exportbestemming en S&P Global zag recent juist daar een sterke verbetering van de industriële activiteit. De mondiale exportcijfers wijzen eveneens op een stevige vraag naar machines en technologie. S&P Global

Wendbaarheid krijgt een andere betekenis

Voor directies van machinebouwers en hightechtoeleveranciers geven de septembercijfers daarom aanleiding tot een andere discussie dan een jaar geleden.

Wendbaarheid betekende tijdens de downturn vooral snel kunnen aanpassen aan lagere volumes en voorkomen dat vaste kosten de winstgevendheid te zwaar belastten. In een aantrekkende markt betekent wendbaarheid juist dat een onderneming snel kan opschalen zonder onmiddellijk tegen grenzen in mensen, materialen en leverancierscapaciteit aan te lopen.

Dat vraagt om meer dan zelf investeren in extra capaciteit. Het maakt inzicht in de tweede en derde laag van de supplychain belangrijker. Een relatief kleine leverancier van bijvoorbeeld coatings, oppervlaktebehandeling, elektronica of een specialistisch maakproces kan uiteindelijk bepalen hoeveel complete systemen een OEM kan uitleveren.

De PMI van september laat daarmee een gunstig beeld van de Nederlandse industrie zien, maar bevat tegelijkertijd een waarschuwing. De vraag is terug. De volgende uitdaging is of de keten die groei ook aankan.

Voor Nederlandse machinebouwers en hightechtoeleveranciers wordt de komende periode daarom niet alleen een kwestie van méér produceren. De bedrijven die capaciteit, kritische leveranciers, voorraden en personeel het beste over de cyclus heen weten te organiseren, zijn waarschijnlijk ook degenen die het snelst van de aantrekkende markt kunnen profiteren.

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Geverifieerd door ExactMetrics