Quantumtechnologie is een van de strategische bouwstenen in de Nationale Technologiestrategie. Maar waar staan we eigenlijk? Is het een academische hobby of begint er inmiddels een industrie te ontstaan? In Delft is de afgelopen decennia een wereldwijd erkend kenniscentrum opgebouwd, met de universiteit Delft en TNO als spil en een snelgroeiende schil van start-ups en spin-outs. Commerciële kansen zijn groot, maar er zijn ook stevige uitdagingen: gebrek aan kapitaal, schaarste aan talent en de afwezigheid van een Europese quantumgigant. Optimisme dus, maar niet zonder zorgen.

Rogier Verberk van TNO: ‘De kaarten zijn nog niet geschud, dus we hebben als land een fantastische kans om een flinke quantumindustrie op te bouwen.’ Foto: TNO
- – Nederland heeft een sterke basis in quantumtechnologie.
- – ‘Met zo’n 350 fte zijn we het grootste quantuminstituut ter wereld.’
- – ‘Op dit moment durft niemand op grote schaal in te stappen.’
- – ‘Met alleen private investeringen ga je dit soort wedstrijden niet winnen.’
Quantumgoud vergt blijven trainen én durven investeren
Albert Einstein, Niels Bohr, Erwin Schrödinger, Max Planck, allemaal vermaarde Europese wetenschappers die honderd jaar geleden aan de wieg stonden van de quantummechanica. In de jaren zestig van de vorige eeuw zagen de eerste toepassingen het licht. ‘Want technologieën zoals de transistor en de laser zijn gebaseerd op die inzichten’, weet Rogier Verberk, directeur Semicon & Quantum bij TNO. ‘Wat we tegenwoordig bedoelen met quantumtechnologie is de tweede golf waarbij we bewust materialen zo inrichten of gebruiken dat we van de quantumeigenschappen kunnen profiteren.’
De belangrijkste kenmerken van qubits – de quantumtegenhangers van de bits in klassieke computers – zijn superpositie en verstrengeling. ‘In termen van een quantumcomputer vertaalt die eerste eigenschap zich erin dat een bit tegelijkertijd een 0 en een 1 kan zijn’, legt Verberk uit. ‘En elke qubit die we toevoegen, maakt de computer in theorie twee keer zo krachtig. Dat in tegenstelling tot een normale chip waar je twee keer zo veel transistoren nodig hebt om hem twee keer zo snel te maken.’
Veilig webverkeer en supersensoren
De quantumcomputer spreekt wellicht het meest tot de verbeelding, maar Kees Eijkel, algemeen directeur van quantumonderzoeksinstituut QuTech van de TU Delft, benadrukt dat er meer interessante terreinen zijn: ‘Er zijn drie hoofdgebieden. Naast quantumcomputers zijn dat quantuminternet en quantumsensoren. Bij dat laatste onderwerp is minder duidelijk wat de toepassing precies gaat zijn; je kunt immers een sensor bouwen voor van alles en nog wat. Bij quantumcomputers en -internet is het quantumverhaal volledig verweven met de toepassingen. Bij QuTech richten we ons op die twee terreinen en bouwen we complete systemen.’
‘Tien jaar geleden was er nog heel wat scepsis’
Communicatie is voor Verberk een fascinerend voorbeeld: ‘Je profiteert daarbij van de tweede qubit-eigenschap: verstrengeling. Kort door de bocht betekent het dat als twee quantumdeeltjes eenmaal met elkaar verbonden zijn, ze voor altijd met elkaar getrouwd blijven, hoe ver ze ook van elkaar zijn. Op die manier kun je over grote afstanden communiceren zonder dat je kunt worden afgeluisterd.’
Ook van sensing heeft Verberk hoge verwachtingen. ‘Qubits zijn supergevoelig voor verstoringen’, legt hij uit. ‘Dat betekent dat ze ook heel geschikt zijn als sensoren. In het TNO-lab experimenteren we er nu mee om quantumsensoren heel dicht bij een oppervlak te brengen, zodat je aan de materiaaleigenschappen kunt meten. Ik kom uit de halfgeleiderindustrie, daar zou dat heel interessant kunnen zijn.’
Quantum Inspire
Nederland heeft een sterke basis in quantumtechnologie die zeker de laatste decennia rondom de TU Delft in een stroomversnelling is gekomen. Verberk: ‘Zo’n 25 jaar geleden is de universiteit heel erg bezig gegaan met hoe je qubits kunt manipuleren en gebruiken. Op basis van dat programma is een kenniscentrum ontstaan dat zich kan meten met andere grote quantumcentra in de wereld.’ Rond 2014 werd het plan opgevat om een toepassing te industrialiseren. Bij de vraag om financiering koppelde het ministerie van EZ de universiteit aan TNO: QuTech was geboren. Een van de meest tastbare uitkomsten in die samenwerking is de Quantum Inspire, de eerste quantumcomputer van Europa.

Kees Eijkel: ‘In Nederland is een serie van ruim tien bedrijven ontstaan die op onderdelen van de waardeketen heel sterk staan. Start-ups zoals Qblox, Q*bird, Quantware en Delft Circuits verdienen daadwerkelijk geld met quantumtechnologie.
Inmiddels is QuTech het quantuminstituut van alleen de TU Delft. Eijkel: ‘We hebben zo’n 350 fte en zijn daarmee het grootste quantuminstituut ter wereld. We staan niet alleen bovenaan de lijstjes van beste onderzoek, maar ook als het gaat om spin-outs. Met alle bedrijven en bedrijfjes in de regio hebben we ruim duizend quantumexperts in Delft. En we hebben een masteropleiding. Want als je niet zorgt voor een continue stroom nieuwe specialisten, ontstaat een barrière in je systeem.’
Van academie naar industrie
De bloei van het Delftse quantumcluster is het resultaat van een ‘tikkie eigenwijs zijn’, zoals Verberk het omschrijft. ‘Tien jaar geleden was er nog heel wat scepsis’, herinnert hij zich. ‘Ik werd door mijn semiconklanten uitgelachen. “Quantum is een academische hobby”, zeiden ze. Dat was het toen ook, maar inmiddels liggen de kaarten anders.’
Eijkel ziet hetzelfde: ‘In Nederland is een serie van ruim tien bedrijven ontstaan die op onderdelen van de waardeketen heel sterk staan. Start-ups zoals Qblox, Q*bird, Quantware en Delft Circuits verdienen daadwerkelijk geld met quantumtechnologie. Hun markt bestaat voor een groot deel nog uit andere onderzoekers, maar ook grote spelers als IBM, Intel en Google gebruiken hun componenten. En ze versterken hun positie steeds verder.’
Geen ‘quantum-ASML’
Maar er is ook zorg. Nederland, en ook Europa, heeft geen groot bedrijf dat quantum in de volle breedte omarmt. Verberk: ‘Er is nog niemand die op dit moment op grote schaal durft in te stappen. Als je de wedstrijd op die manier bekijkt, moet je zeggen dat de VS voor liggen. Mijn droom is dat er hier een Airbus-achtig quantumbedrijf ontstaat dat de technologie bij wijze van spreken uit onze handen trekt en een enorme boost geeft. Ik geloof er heilig in dat die market pull er uiteindelijk zal komen.’
‘Mijn droom is dat er hier een Airbus-achtig quantumbedrijf ontstaat’
Eijkel heeft hoge verwachtingen van het ecosysteem. ‘In Delft hebben we de focus gelegd op specifieke onderdelen van quantumcomputers: de chips zelf, de bedrading, de ruisvrije controle-elektronica, et cetera. De slimmigheid daarvan is dat welke variant van de technologie straks ook de boventoon gaat voeren, je altijd eindigt met partijen die in de supplychain cruciaal zijn.’
Randvoorwaarden: kapitaal en talent
Garanties voor Nederlands (of Europees) quantumsucces zijn er allerminst. ‘In de VS trekken start-ups makkelijk tien keer meer kapitaal aan dan hun tegenhangers hier in Nederland’, ziet Verberk. ‘Terwijl ze echt niet beter of verder zijn.’ Hij hoopt daarom dat de overheid in de actieagenda die binnenkort volgt op de Nationale Technologiestrategie beseft dat de beschikbaarheid van kapitaal een van de randvoorwaarden is om in de race te blijven. Eijkel zegt over de zoektocht naar durfkapitaal: ‘Met alleen veilige investeringen van privaat geld ga je dit soort spannende wedstrijden niet winnen. We moeten ondernemerschap durven tonen, onze nek uitsteken, zodat Europa krijgt wat het nodig heeft en Nederland daarin zijn doelpunten kan blijven scoren.’

Link magazine november 2025. Thema: Leiderschap in onzekere tijden. Cover Richard van den Brink Global Factories. Lees het artikel digital of vraag exemplaar op bij mireille.vanginkel@linkmagazine.nl
Een ander aandachtspunt is talent. ‘Ik vind het ontzettend gaaf dat we als Delfts quantumcluster gelijk om tafel zijn gaan zitten om te voorkomen dat we elkaars beste talenten wegkapen, en juist samen internationaal werven. Dat heeft al veel gebracht’, vertelt Eijkel.
Verberk: ‘We moeten breder gaan denken. De quantumgemeenschap heeft meer wiskundigen, materiaalkundigen en computerscientists nodig. Ook op hbo- en mbo-niveau moet het een onderwerp worden. Dan kunnen we rondom Delft een quantumcluster à la Brainport bouwen. En dat heeft weer een aanzuigende werking op talent en internationale bedrijven. We zien nu de eerste samenwerkingen tussen quantumbedrijven in Delft en Brainport ontstaan. Die connectie geeft voor Nederland de beste kansen.’
Optimisme, maar niet naïef
Ondanks de uitdagingen zijn Verberk en Eijkel zeer hoopvol. ‘De kaarten zijn nog niet geschud, dus we hebben als land een fantastische kans om een flinke industrie op te bouwen’, aldus de TNO-onderzoeker. ‘Dat kan via een groot bedrijf maar ook door een aantal spin-offs te helpen doorgroeien tot unicorn-niveau. Het gaat mij niet om de rugnummers, als er maar een paar Nederlandse bedrijven doorbreken. Ik ben optimistisch dat we dat vanuit het Delftse quantumcluster voor elkaar kunnen krijgen.’
Eijkel sluit af met een sportmetafoor: ‘We hebben in Nederland en Europa een heel goede positie. Natuurlijk wordt er in de VS stevig geïnvesteerd en wordt het gepusht door een paar techgiganten. Maar onze strategie is slim. We zijn niet verticaal geïntegreerd rondom één quantumsmaakje. En met bijvoorbeeld Rinke Zonneveld van Invest NL en EZ-minister Vincent Karremans hebben we mensen die wat durven. We zitten op de goede route. Steeds meer zie je dat het kantelt van technology push naar market pull. Nee, er zijn geen garanties, maar dat is geen reden om te stoppen met trainen. Femke Bol doet dat ook niet, want dan weet ze dat ze zeker geen goud haalt.’
Reken niet op een quantumlaptop
Een quantumcomputer is geen superkrachtige laptop die alles beter kan. Hij is alleen geschikt voor problemen die passen bij zijn architectuur, zoals het breken van encryptie, de detectie van anomalieën in een database of de simulatie van nieuwe materialen. ‘Eerst hadden we alleen een hamer. Daarmee deden we alle klussen. Met de quantumcomputer is daar een schroevendraaier bij gekomen’, legt Kees Eijkel van QuTech uit. ‘Dat betekent niet dat we geen hamer meer nodig hebben; we moeten alleen het juiste gereedschap voor de juiste taak gebruiken.’