Klimaatverandering: Hoog tijd voor de volgende industriële revolutie

0

De wereld heeft tot 2030 de tijd om de ernstigste klimaatverandering te voorkomen. In het nieuwste rapport dat eind februari verscheen, was het VN-Klimaatpanel IPCC pessimistischer dan ooit over de ontwrichting die gaande is. De natuur kan de waterschaarste, droogte en hitte niet meer bijbenen. Onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen moet razendsnel verminderen. Nederland streeft dit decennium naar minstens 55 procent minder broeikasgassen vergeleken met 1990. Uiterlijk in 2050 moeten we een circulaire economie zijn, qua productie en consumptie. Een rondgang leert dat maakbedrijven nog geen grote stappen zetten. Vaak omdat klanten wel veel roepen over duurzaamheid, maar uiteindelijk toch gaan voor de laagste prijs. En een circulair businessmodel is voor de eerstelijns modulebouwer veel aantrekkelijker dan voor een metaalbewerker verderop in de keten. ‘Maak afspraken met jezelf, is mijn advies. Het is net als stoppen met roken. “Oké, nu is het genoeg geweest, nu gaan we het voortaan anders doen.”‘

Illustratie: Josje van Koppen

– ‘Bedrijven moeten zich goed herpositioneren voor de toekomst.’

– ‘Veel mkb’ers zien de meerwaarde van circulair ondernemen niet meteen.’

– Sommige klanten vinden circulariteit fantastisch, andere vinden het niks.’

– ‘Gebruik wordt in de toekomst belangrijker dan eigendom.’

– ‘Het lijkt of iedereen nu op iedereen zit te wachten.’

Nederlandse economie moet haast maken met verduurzaming

‘De wereld verandert, nu u nog’, begon Milieudefensie eerder dit jaar haar brief aan 29 grote bedrijven met een omvangrijke CO2-footprint, waaronder DSM, KLM, ABN AMRO, Ahold Delhaize, Boskalis, ExxonMobil en LyondellBasell. Of ze maar een klimaatplan willen inleveren dat Milieudefensie vervolgens kan laten doorrekenen door het gerenommeerde NewClimate Institute. Shell ging hen al voor: in een opzienbarende rechtszaak van Milieudefensie tegen toen nog Royal Dutch Shell oordeelde de rechter dat het bedrijf zijn activiteiten in lijn moet brengen met een reductiepad dat hoort bij het 1,5-gradendoel van het Verdrag van Parijs: Shell moet al zijn controle en invloed gebruiken om de wereldwijde uitstoot die gepaard gaat met de productie en producten van de Shell-groep tot 2030 bijna te halveren.

Twee handen op één buik

Zou het schrikken zijn als ze ineens bij uw bedrijf op de stoep zouden staan? Wat zou u doen? Hoe (niet-)CO2-neutraal en circulair is uw bedrijf eigenlijk? Hoe zit het met de eigen producten en processen en vooral ook de complete maakketen? Nederland verandert van een lineaire in een duurzame, circulaire economie, en in 2050 moet het echt zover zijn. De hele wereld verbruikt 100 miljard ton grondstoffen per jaar, waarvan nu pas 9 procent circulair is. Dat kan niet meer, de aarde is uitgeput. Dus er is nog wat te doen.

Duurzaamheid en circulariteit zijn twee handen op één buik. Duurzaamheid draait om verminderd gebruik van (bewerkte) grondstoffen en fossiele energie, en vooral ook om reductie van de negatieve uitstoot tijdens de gehele levenscyclus. Circulariteit gaat om efficiënter gebruik en waardebehoud van (bewerkte) grondstoffen, componenten en producten in kringlopen: dat zorgt voor levensduurverlenging, minder inzet van (virgin) materialen en een al met al lagere impact bij (her)gebruik. Met als resultaat ecologische, economische en sociale winst. De supplychain is verzekerd van de beschikbaarheid van grondstoffen met behoud van kwaliteit en eigenschappen.

Maar hard gaat het nog niet in Nederland: volgens de Nieuwe Economie Index 2022 (NEx) van MVO Nederland is 15,4 procent van het Nederlandse bedrijfsleven duurzaam te noemen. Die jaarlijkse index is daarmee 1,3 procentpunt gestegen vergeleken met 2021. MVO Nederland kijkt voor de NEx naar de gemiddelde score op zeven thema’s, waaronder circulariteit, echte prijzen, transparante ketens en groene energie. Nog maar krap 13 procent van onze complete economie verdient het predicaat circulair.

Dinosaurussenkerkhof

Oud-Unilevertopman Paul Polman snapt dat niet goed. Bedrijven kunnen het verschil maken tussen een leefbare en een onleefbare aarde, benadrukt hij overal waar hij komt. En daar kunnen ze nog geld aan verdienen ook. Duurzame bedrijven presteren beter, blijkt volgens hem uit onderzoek na onderzoek. Ze trekken makkelijker goede, gemotiveerde mensen aan en staan sterker in de markt. Na zijn vertrek bij Unilever richtte Polman stichting Imagine op, om te werken aan de transformatie van industrieën. ‘De vraag is simpel’, zei hij onlangs tijdens een online bijeenkomst van Harvard Business Review. ‘Wordt de wereld een betere plek omdat jouw bedrijf bestaat, of niet? Onze lineaire manier van werken heeft veel opgeleverd, maar nu zitten we met een onleefbare aarde. Bedrijven moeten zich goed herpositioneren voor de toekomst. Wie gaat zitten afwachten en alle signalen negeert, eindigt op het dinosaurussenkerkhof. Bedrijven kunnen profiteren van het oplóssen van de problemen, niet door ze te creëren.’

Net zero is volgens hem niet genoeg, netto positief is het devies: bedrijven moeten meer opleveren dan ze beschadigen. Punt. ‘Netto positief’ is ook de titel van het boek dat hij recentelijk publiceerde samen met duurzaamheidsexpert Andrew Winston. Polman: ‘Elke ceo, elke manager en elke bestuurder ziet heus wel dat het niet snel genoeg gaat.’ Hij weet: ‘De transitie is complex en natuurlijk is er weerstand. Het gaat om een persoonlijke verandering, de verandering van je bedrijf en van het complete systeem, alles.’ Veel ondernemingen zitten nog lekker veilig in de CSR-mode, Corporate Social Responsibility. Maar met zonnepanelen op het dak, minder bedrijfsafval en elektrische auto’s voor de deur komen we er niet. Polman: ‘Minder slecht is niet meer goed genoeg. Het gaat om compleet andere businessmodellen die regenerative, restorative en reparative zijn.’

Chainholder value

Netto positieve bedrijven hebben vijf belangrijke kenmerken. Ze nemen verantwoordelijkheid voor hun impact op de wereld, denken aan de lange termijn, optimaliseren de waarde voor alle stakeholders, werken over de eigen bedrijfsgrenzen heen aan veranderingen en zien het rendement voor aandeelhouders niet als hoofdzaak. Polman: ‘Het gaat niet langer om shareholder value maar om chainholder value. Veel bedrijven denken dat ze met het uitbesteden in de keten meteen ook hun verantwoordelijkheden mee uitbesteden. Velen zitten in scope 1 en 2. Maar klimaatverandering zit in scope 3.’ Waarbij scope 1 slaat op alle directe CO2-uitstoot, door alle activiteiten binnen de eigen productie. Scope 2 omvat de indirecte uitstoot door de opwekking van elektriciteit, warmte en koeling en stoom in installaties die geen eigendom zijn, maar waar het bedrijf wel van profiteert. Scope 3 zijn indirecte emissies die ontstaan door de activiteiten van een organisatie, zoals alles wat uitbesteed is in de keten en het gebruik van de geleverde producten.

‘We hebben een andere definitie van succes nodig’

Polman en Winston hebben een Net Positive Readyness Test op hun site www.netpositive.world staan, zodat bedrijven zichzelf kunnen scoren: kennen ze hun eigen footprint, kunnen hun managers, medewerkers en andere stakeholders uitleggen waarom hun bedrijf bestaat, los van simpelweg ‘winst in euro’s maken’. ‘Als we één ding nodig hebben, is het een andere definitie van succes’, zegt Polman. ‘Blijf niet hangen in die beperkte meetlat van winst en rendement. Kom uit die zelfingenomenheid over hoe goed het gaat met de omzet, heb de moed om duurzame doelen te stellen en samen te werken.’ Juist kleine en middelgrote (familie)bedrijven zijn in zijn ogen in potentie adoptief en disruptief. Daar komen de veranderingen vandaan, kijk naar de automotive, de food of de energiesector. ‘Natuurlijk opereert iedereen in lange productieketens, maar laat je helpen door grotere bedrijven, platforms en werkgeversorganisaties. Neem duurzaamheid mee in je business.’

Ver-van-mijn-bedshow

Duurzaamheidsexpert en oprichter van ImpactX Esther Kersten staat regelmatig met de voeten in de klei. Zo sprak ze afgelopen tijd zo’n twintig mkb’ers in de industrie over circulariteit en waar ze tegenaan lopen. Dit als onderdeel van het onderzoek Competencies for the CE van Antwerp Management School en Breda University of Applied Sciences. Den Haag mag dan denken dat een circulaire economie het beloofde land is en het speerpunt binnen de BV Nederland. ‘Maar voor het mkb is het nog de ver-van-mijn-bedshow’, relativeert Kersten. ‘De lopende business vraagt alle aandacht, zeker nu. Veel mkb’ers hebben nog geen compleet beeld van circulair ondernemen en zien de meerwaarde niet meteen. Ze willen misschien wel in beweging komen, maar dan moeten ze er meteen iets aan hebben, want ruimte om vrijblijvend te experimenteren is er niet.’

Natuurlijk is er wat veranderd. ‘Een paar jaar geleden hoorde ik nog wel eens: “Duurzaamheid? Dat zie ik niet als onze tak van sport.” Dat is verleden tijd. Maar het industriële mkb stoeit met mensen, tijd, capaciteit. Er is groei, er zijn groeipijnen, er zijn leverproblemen. Toeleveranciers moeten aan steeds hogere eisen voldoen qua leverbetrouwbaarheid en kwaliteit. Dat is de huidige realiteit van het mkb.’ Klanten geven niet per se stimulansen. Die roepen misschien wel over duurzaamheid, maar inkopers laten het nog niet altijd in hun gedrag zien.

Kleine bedrijven vinden dat lastig. Die willen duidelijkheid en helderheid, voordat ze echt moeite gaan doen en zich herpositioneren. ‘Willen we echt versnellen, dan moeten we dezelfde taal spreken, dezelfde terminologie gebruiken. Wat behelst zoiets als re-use of remanufacturing precies? Wat is duurzaam, wat is circulair?’

Voortouw nemen

Geen grote transitie zonder hobbels, benadrukt Kersten. ‘De ommezwaai richting circulair is iets van de lange adem, het vraagt een andere mindset.’ Bovendien verschillen voor mkb’ers die metalen onderdelen leveren of juist complete hightech modules, handelingsperspectief en kansen: de modulebouwer kan echt partner worden van z’n oem’er, daar zit veel meer innovatie en waardecreatie in. De businesscase is misschien makkelijker. Hij kan na gebruik zijn module terugnemen en er tijdens de levensloop veel van leren. Hoe lager een toeleverancier in de keten zit, hoe lastiger. Hoe kapitaalintensiever de machines en modules, hoe meer kansen.

Wacht je tot anderen in de keten het voortouw nemen of ga je je actief positioneren om bij de koplopers te komen? Kersten noemt een bedrijf als Solarge een mooi voorbeeld van dat laatste. Het betreft een initiatief van bouwbedrijf Heijmans, TNO, kennisinstituut Solliance en kunststoffabrikant SABIC. Solarge startte in 2018 met de ontwikkeling van lichtgewicht photovoltaic modules. Het wil met zijn solartechnologie de energietransitie helpen versnellen en werkt volop samen binnen het hightech ecosysteem in Zuid-Nederland. ‘Solarge heeft natuurlijk het voordeel dat het compleet nieuw is opgezet. Jonge bedrijven hebben het makkelijker om echt vanuit een duurzaamheidsfilosofie te starten. Gevestigde bedrijven hebben bepaalde, geoptimaliseerde manieren van werken: ze moeten hun processen omgooien, hun logistiek, de bedrijfscultuur…’

Wido van den Bosch (Brink Industrial): ‘Niemand begreep wat we deden, maar ik zag dat grote corporates er langzaam wel op aansloegen.’ Foto: Peter Timmer

Circular by design

Voor Wido van den Bosch, managing director van Brink Industrial in Hoogeveen, was er geen keuze. Een jaar of negen geleden werd hij mede-eigenaar van het bedrijf in seriematige, klantspecifieke oplossingen op het gebied van dun plaatmateriaal. Brink was zwaar verliesgevend. ‘Als we toen het roer niet drastisch omgegooid hadden, waren we er nu niet meer geweest’, weet hij zeker. Dat ging allemaal vrij toevallig. Brink Industrial produceert de afvalbakken van zusterbedrijf Lune waarin afval gescheiden verzameld wordt. ‘De overheid introduceerde destijds het VANG-beleid, van afval naar grondstof: scheiden aan de bron en het sluiten van grondstofketens zou de norm worden. Op een ministerie hoorde ik de term circulariteit voor het eerst vallen. Daar wilde ik meer over weten. Ik heb me aangesloten bij een aantal circulaire initiatieven. Het netwerk was destijds heel klein, ik kende iedereen, we waren roependen in de woestijn. Maar mijn bedrijf stond onder water, dus dan is het heel simpel: ik moest per definitie anders gaan ondernemen.’

Bart van Straten

Allereerst besloot Van den Bosch om het complete Lune-assortiment te herontwerpen en circulair te maken. Hij gelooft sterk in circularity by design. ‘Niemand begreep wat we deden, maar ik zag dat grote corporates er langzaam wel op aansloegen. Ik merkte veel voordelen in onze productie. Het klantontkoppelpunt – heel belangrijk gezien onze klantspecifieke producten – kwam steeds verder naar achter te liggen. We konden steeds meer standaardiseren en dus ging de kostprijs omlaag.’ Wat er aan circulaire kennis was opgedaan, kon Brink Industrial vervolgens ook toepassen op zijn plaatproducten.

Inmiddels vertellen de salesmensen tijdens elk gesprek met industriële klanten dat Brink niet alleen wil engineeren en produceren, maar ook wil meedenken om tot de meest duurzame en circulaire oplossingen te komen. ‘Sommige klanten vinden het fantastisch: die helpen wij met hun circulaire propositie. Andere vinden het niks en zeggen dat het in hun markt echt niet speelt. “Houd op, wij krijgen precies voorgeschreven wat we moeten leveren en daar staat nooit een duurzaamheidseis tussen”, kreeg ik eens te horen. We zenden veel, maar luisteren ook goed: als een klant er niets mee wil, dan laten we het. Opdrachtgevers die er wel voor open staan, gaan echt de toegevoegde waarde inzien.’

Oppikken

Van den Bosch vertelt over klant Van Straten Medical, producent en leverancier van chirurgisch instrumentarium en disposables. Tijdens een overleg over een order kwam het gesprek op circulariteit. Bart van Straten, één van de directeuren, liep langs, ving wat op en wilde meer weten. Het idee ontstond om samen een compleet nieuw product te ontwikkelen, een circulair instrumentennet waarin operatiegereedschappen op OK’s worden klaargelegd en later ook weer worden gereinigd. Brink Industrial ontwierp het product van gerecycled staal en produceert het. Ziekenhuizen hebben grote interesse in circulaire producten, omdat ze enorm veel moeten weggooien. Van Straten levert inmiddels steeds meer circulaire producten en past er zelfs zijn businessmodel op aan, aldus Van den Bosch. ‘Het is heel erg afhankelijk van het management of een bedrijf aan de slag gaat met duurzaamheid.’ Hij heeft nu ook een adviesbureau, MadeCircularBy, om andere bedrijven te ondersteunen bij hun overstap van een lineaire naar een circulaire manier van zakendoen. Het bureau doet onder meer een programma samen met Rabobank, en is betrokken bij ‘Noord-Nederland verdient circulair’ van drie provincies. ‘Daar komen mkb’ers op af die iets gehoord hebben maar niet weten hoe te handelen. Het vraagt toch een ingrijpende heroriëntatie. Dat is best moeilijk.’

Desondanks ziet Van den Bosch langzamerhand meer industriële bedrijven hun verantwoordelijkheid in de keten nemen en nadenken over hun footprint. Wie vooroploopt kan nieuwe markten aanboren, is zijn overtuiging. ‘Een obstakel is dat mensen denken dat duurzaam en circulair per definitie duurder is. Dat hoeft helemaal niet. Het gaat niet alleen om producten, maar ook om businessmodellen. Gebruik wordt in de toekomst belangrijker dan eigendom.’ Hij geeft toe: de markt is daar nog niet helemaal klaar voor. Geld lenen is spotgoedkoop, dus kopen organisaties hun spullen in plaats van te kiezen voor bijvoorbeeld product-as-a-service.

Brink Industrial is anno 2022 koploper in de metaal qua circulariteit en bovendien smart industry, weet Van den Bosch. Het bedrijf heeft veel geïnvesteerd in digitalisering en robotisering, er is een autonome productielijn voor het plaatwerk. Die hoge mate van automatisering in combinatie met circulair denken is waar het om draait. ‘Industrie 5.0’ heeft Brink Industrial geen windeieren gelegd. ‘Veel bedrijven lezen wat over circulariteit, zien iets op een beurs en doen vervolgens niets. Begin er gewoon mee, het gaat niet vanzelf maar probeer eens wat uit.’

Johan Faes (Faes): ‘We stoeien al een tijdje met duurzaamheid. Mensen denken daarbij al snel aan het milieu, maar het gaat ons ook om bijvoorbeeld goed werkgeverschap en het opbouwen van langdurige relaties met klanten en leveranciers.’ Foto: Marijke Krekels

Omdenken

Nog een mkb’er die actief omdenkt, is Faes, de expert als het aankomt op alles dat met verpakken te maken heeft, in de breedste zin van het woord. Vanuit Reusel werken ze samen met onder meer de hightech industrie, medische sector en defensie. Directeur Johan Faes: ‘We stoeien al een tijdje met duurzaamheid. Mensen denken daarbij al snel aan het milieu, maar het gaat ons ook om bijvoorbeeld goed werkgeverschap en het opbouwen van langdurige relaties met klanten en leveranciers. En als we het hebben over onze CO2-footprint: we zijn meer dan gemiddeld bezig om zo verantwoord mogelijk met de leefomgeving om te gaan. We gebruiken minder of andere grondstoffen, hergebruiken verpakkingsoplossingen en recyclen ze beter.’ Sommige klanten vragen erom en vinden het belangrijk dat Faes op circulariteit inzet. Tegelijkertijd: ‘Als het in de industrie een half procent meer kost, wordt het nog vaak stil aan de andere kant.’ De retail is wat dat betreft al verder, die voelt meer sociale druk vanuit de maatschappij. ‘De industrie is terughoudender, duurzaam ondernemen is iets vrijblijvends. Inkopers willen altijd de beste prijs-kwaliteitverhouding, heel begrijpelijk. Maar als de maakindustrie te weinig doet, betalen we met zijn allen straks fors voor onze veel te grote CO2-footprint.’

Faes praat met zijn klanten, reikt oplossingen aan voor efficiënter, slimmer en duurzamer verpakken, biedt een returnable packaging service en proeft een toenemende interesse. ‘Veel hangt af van het management in bedrijven, zegt ook hij. ‘Daar begint het. Maak afspraken met jezelf, is mijn advies. Het is net als stoppen met roken. “Oké, nu is het genoeg geweest, we gaan het voortaan anders doen.”‘

Transportsysteem

Een innovatie waarvan Faes dit jaar een werkend prototype ontwikkeld wil hebben, is Cleanroom Connect. Het idee is om een gestandaardiseerd transportsysteem te introduceren voor componenten en producten die tussen cleanrooms getransporteerd worden en tot nog toe meerdere lagen plastic om zich heen krijgen. ‘Dat inpakken is echt monnikenwerk. Het inzetten van containers scheelt arbeid en materiaal. Het leidt dus ook tot kostenbesparingen.’

Faes merkt een behoefte in de hightech, ziet wat er verbeterd kan worden en biedt het aan. Zo denkt het bedrijf ook na over nieuwe businessmodellen zoals packaging-as-a-service. Blijft de leverancier eigenaar van de verpakkingen, dan kan ook gerichter nagedacht worden over circulair ontwerp, materialengebruik en re-use. De containers binnen Cleanroom Connect hoeven straks ook niet per se eigendom te zijn van klanten. Heel interessant, volgens de directeur, maar ‘het leidt ook tot nieuwe financiële vragen als ik straks een vloot aan verpakkingen in de wereld heb staan en moet beheren.’

Is er meer ketendwang nodig om veranderingen in gang te zetten? Johan Faes heeft die druk vanuit klanten niet echt nodig, zegt hij. Maar het helpt misschien wel als industriële toeleveranciers heldere vragen vanuit hun oem’ers krijgen. ‘Het lijkt of iedereen nu op elkaar zit te wachten. Terwijl circulaire en duurzame oplossingen meteen ook een grotere klanttevredenheid met zich mee kunnen brengen. En onder de streep gaan bedrijven uiteindelijk kosten besparen. Dat weet ik zeker.’

Sander van Dasselaar (Schneider Electric): ‘Mensen beseffen dat we zo niet door kunnen gaan, dat fossiele grondstoffen niet oneindig voorhanden zijn en dat we de wereld beter moeten achterlaten voor volgende generaties.’ Foto: Tom van den Dool

Intrinsieke motivatie

Een veel genoemd en geroemd bedrijf dat sterk inzet op zero carbon, is Schneider Electric, wereldwijd leverancier van producten en diensten op het gebied van onder meer industriële automatisering, energiemanagement, klimaatrisicobeoordeling en decarbonisatie van de supplychain. Het werd vorig jaar uitgeroepen tot het meest duurzame bedrijf op aarde. ‘Het is mooi om te werken bij een onderneming met zo’n sterke intrinsieke motivatie om iets te betekenen voor de wereld. Terwijl we tegelijkertijd een commercieel bedrijf zijn’, zegt Sander van Dasselaar, vicepresident industrie Nederland en België. Wereldwijd werken er 150.000 mensen bij Schneider Electric, in Nederland zijn dat er meer dan 450. ‘Tot voor kort waren we de grote onbekende als brand in onze marktdomeinen en we zijn hard bezig om daar verandering in te brengen. Die erkenning als impact company helpt daarbij natuurlijk.’ Het futuristische gebouw The Edge in Amsterdam, hoofdkantoor van Deloitte/AKD en bestempeld als het meest duurzame kantoorgebouw ter wereld, is bijvoorbeeld helemaal voorzien van technologie van SE. ‘We kunnen veel verschil maken voor onze klanten, zeker in de bouw en industrie.’

Software-insteek

Van Dasselaar vertelt hoe Schneider Electric een jaar of tien geleden begon met campagnes gericht op energiebesparing in de industrie. Wat is het aandeel van energie in de kostprijs, hoe kan een productielijn efficiënter draaien? ‘Ach, een kilowattuur kost toch niets. Al zouden we daar 10 procent op besparen, wat dan nog?’, was toen vaak de reactie. Pas de laatste twee jaar merkt hij verandering. ‘Mensen beseffen dat we zo niet door kunnen gaan, dat fossiele grondstoffen niet oneindig voorhanden zijn en dat we de wereld beter moeten achterlaten voor volgende generaties.’

Maar qua urgentie kan er wel een tandje bij. In de machinebouw mogen duurzaamheid en circulariteit nog veel meer gaan leven, stelt hij. ‘We kijken met klanten naar slimme investeringen in hard- en software, bijvoorbeeld voor energiemanagement. De kost gaat zoals altijd voor de baat uit. Stel dat ze 20.000 euro moeten investeren, waarmee jaarlijks zeg 8 procent op het energieverbruik bespaard kan worden in hun productieprocessen. Dan nog aarzelen ze soms om het geld echt uit te geven.’ Door de toegenomen digitalisering leveren standaardapplicaties nu overigens ook al continu een scala aan data op en is er steeds meer inzicht in de processen.

Machinebouwers kunnen zelf duurzamer produceren en hun geleverde producten en diensten verder optimaliseren. ‘Kleine en middelgrote partijen zijn soms nog sterk mechatronicagedreven. Wil je je machines smart maken, dan is vooral ook een software-insteek nodig. Onze missie is om machinebouwers en eindgebruikers dichter bij elkaar te brengen. Schneider Electric is in beide markten actief. We willen één softwaregedreven waardepropositie. Stel, een levensmiddelenfabrikant vraagt ons of we kunnen helpen met zijn digital factory journey. Dan halen we een of meer machinebouwers erbij en ontwikkelen samen een proof of concept: hoe kunnen machines gekoppeld worden, wat voor data komen eruit, hoe regel je tijdig onderhoud op afstand? We bouwen een softwarematige schil om de productie heen, zodat er optimaal en energie-efficiënt geproduceerd kan worden.’

Te complex en mondiaal

In de eigen vestigingen zet Schneider Electric sterk in op CO2-neutraliteit, investeert meer dan ooit in r&d om met slimme, duurzame, circulaire klantoplossingen te komen, en selecteert zijn toeleveranciers bewust daarop: hoe duurzaam ondernemen die, wat is hun strategie? Voorbeeld van een grote partner met veel oog voor sustainability is DSM: samen halen ze oude visnetten uit zee, DSM verwerkt de netten tot een grondstof die Schneider Electric voor de productie van wandcontactdozen gebruikt.

Ketendwang, waarbij oem’ers hun suppliers verplichten op duurzaamheid in te zetten, vindt ook Van Dasselaar lastig. ‘Hoe krijg je dat voor elkaar? Het overgrote deel van de Nederlandse machines gaat de hele wereld over: klanten in Zuid-Afrika of Mexico komen echt niet met stevige duurzaamheidseisen richting toeleveranciers in Nederland. Die ketens zijn veel te complex en mondiaal. Gelukkig maken we wel al veel stappen, in gesprek met elkaar.’

Why van het paspoort

Zowel Brink Industrial, Faes als Schneider Electric weten nog niet goed wat ze van digitale productpaspoorten moeten denken. De EU wil dat paspoortensysteem in 2026 een heel eind klaar hebben: een goed beveiligde database in de cloud, waarin ketenpartijen tijdens de complete levenscyclus van een product informatie moeten vastleggen over de ecologische footprint: van grondstof, productie en transport tot (her)gebruik en afbraak. Het paspoort biedt de overheid vervolgens de grondslag om het grondstoffenverbruik en de CO2-uitstoot te beprijzen.

‘Dat paspoort is erg onbekend in het bedrijfsleven, onze klanten hoor ik er nog helemaal niet over’, zegt Faes.

Bron: QuickScan Circulaire Businessmodellen (2021), ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Brink Industrial doet mee met aanbestedingen waarbij soms wel LCA’s, life cycle assessments, gevraagd worden om de milieubelasting te bepalen. Van den Bosch: ‘Het is goed dat je weet waar materialen en halfproducten vandaan komen, maar tegelijkertijd moeten we er niet in doorslaan. Wat moet ik met een vraag naar de oorsprong van het gebruikte staal als producenten als Tata het ijzererts op één hoop gooien en mengen? We leveren desgevraagd al een hoop data aan onze klanten als hun klanten iets willen weten.’

Schneider Electric kijkt alvast hoe het invulling kan geven aan die verplichte productpaspoorten. Van Dasselaar: ‘Maar wat is de why ervan, wat voor meerwaarde heeft het als er al zoveel digitale databronnen zijn en er al zoveel traceerbaar is?’


R-WAARDEN: WELKE ZIJN DAT?

Circulair is niet alleen iets recyclen. Het is circulair ontwerpen, vermijden van risicovolle grondstoffen, gebruikte producten opnieuw inzetten, het leveren van diensten tijdens de gehele levensduur bijvoorbeeld via afrekenen per gebruik. Het complete rijtje R-waarden loopt van refuse, rethink & redesign, reduce, re-use, repair, refurbish, remanufacture, repurpose, recycle tot recover.


Global Risks Report 2022

Begin januari publiceerde het World Economic Forum de nieuwste editie van The Global Risks Report: global risks perceptions among risk experts and world leaders in business, government, and civil society. Wat zijn de grootste economische, geopolitieke, sociale, technologische en milieurisico’s? Deelnemers zien vooral toegenomen risico’s als het gaat om cybersecurity, chaotische klimaattransitie en druk door migratiestromen. De meting vond plaats voor de Russische inval in Oekraïne.


De EU en ESG-wetgeving

Europa richt alle pijlen in haar Green Deal op een groenere, duurzamere wereld en komt met onder meer de volgende ESG-regelgeving (Environmental, Social en Governance):

  • Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD): vanaf 2023 moeten bedrijven rapporteren over de impact van hun activiteiten rond milieu en maatschappij. Dit geldt voor alle beursgenoteerde bedrijven, en voor bedrijven met meer dan 250 medewerkers, meer dan 40 miljoen euro omzet of meer dan 20 miljoen euro op de balans.
  • Non-Financial Reporting Directive (NFRD): deze voorloper van de CSRD verplicht organisaties met meer dan 500 medewerkers tot ESG-verslaglegging.
  • Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR): deze richtlijn verlangt van vermogensbeheerders transparantie over hun ESG-risico’s, -beleid en -resultaten.
  • Taxonomy Regulation (EU Taxonomy): dit classificatiesysteem geeft aan of een investering of financieel product duurzaam is.

    Link magazine editie april 2022 thema OOK HET MKB MOET
    ‘PARIJS’ HALEN. HOE? Lees Link digitaal of vraag een exemplaar op: mireille.vanginkel@linkmagazine.nl’

Eind februari publiceerde de Europese Commissie bovendien haar voorstel voor een Sustainable Corporate Governance Directive. Het management van bedrijven moet gepast zorgvuldig zijn wat betreft duurzaamheid en mensenrechten. Na goedkeuring in het Europees Parlement zetten de lidstaten deze richtlijn om in nationale wetgeving.

Hoe innovatief en duurzaam is uw bedrijf? Link-lezers worden uitgenodigd deel te nemen aan Nederlandse Innovatie Monitor.

Hoe innovatief zijn Nederlandse organisaties? Hoe geven zij vorm aan hun duurzaamheidsambities? En wat vindt het bedrijfsleven nu eigenlijk van het vestigingsklimaat in Nederland? Om deze en andere vragen te beantwoorden voert het Amsterdam Centre for Business Innovation van de Universiteit van Amsterdam jaarlijks de Nederlandse Innovatie Monitor uit. In de monitor ondervragen wij leidinggevenden en bestuurders over onderwerpen zoals innovatie, digitalisering, duurzaamheid en de toekomstige plannen van ondernemend Nederland. Het onderzoek biedt zo een unieke blik op het Nederlandse innovatielandschap. Link naar de vragenlijst

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.