Industrie laat voorzichtig herstel zien, Export van machines, elektronica en grondstoffen trekken aan.

0

Het conjunctuurbeeld van de Nederlandse economie blijft in december onder de langjarige trend, maar de neergang lijkt te stabiliseren. Terwijl consumenten somber blijven, trekken productie en export aan. Voor de industrie tekenen zich daarmee voorzichtig herstel en herpositionering af, al blijft de investeringsbereidheid achter.

Volgens de Conjunctuurklok van het CBS presteerden in december 10 van de 13 indicatoren onder hun langjarige trend. Tegelijkertijd was het beeld iets minder negatief dan in november. Daarmee lijkt de economie niet verder weg te zakken, maar eerder in een fase van zijwaartse beweging terecht te zijn gekomen.

Voor industriële bedrijven is vooral relevant dat achter het macrobeeld duidelijke verschillen schuilgaan: waar huishoudens terughoudend blijven, tonen productie, export en werkgelegenheid meer veerkracht.

Consument somber, producent realistischer

Het consumentenvertrouwen bleef in december op hetzelfde lage niveau als in november. Huishoudens maken zich zorgen over koopkracht, prijzen en economische vooruitzichten. Dat vertaalt zich echter niet één-op-één in de reële economie.

Het producentenvertrouwen verbeterde licht en ligt rond het langjarig gemiddelde. Dat duidt erop dat bedrijven weliswaar voorzichtig blijven, maar niet rekenen op een verdere scherpe terugval. In veel sectoren is sprake van aanpassing en herstructurering in plaats van krimp.

Export en productie trekken aan

De cijfers over productie en handel geven dat beeld meer houvast. In oktober lag de industriële productie bijna 2 procent hoger dan een jaar eerder. Ook maand-op-maand was er lichte groei.

De goederenexport groeide in oktober met 5,6 procent ten opzichte van oktober 2024, met name door hogere uitvoer van machines, elektronische apparaten en grondstoffen. Dat onderstreept het belang van de internationale markt voor de Nederlandse industrie — en bevestigt dat buitenlandse vraag voorlopig robuuster is dan de binnenlandse.

Investeringen blijven achter

Tegelijkertijd blijft de investeringsbereidheid zwak. Investeringen in materiële vaste activa lagen in oktober 0,4 procent lager dan een jaar eerder, vooral door minder investeringen in transportmiddelen zoals vrachtauto’s en bedrijfswagens.

Voor de industrie is dat een dubbel signaal: bedrijven draaien productie en export op, maar stellen structurele uitbreidingen en vernieuwing uit. Dat wijst op onzekerheid over de middellange termijn, ondanks het kortetermijnherstel.

Arbeidsmarkt: stabiel maar afkoelend

De arbeidsmarkt laat een gemengd beeld zien. Het aantal werklozen bleef stabiel op 4 procent van de beroepsbevolking, terwijl het totaal aantal gewerkte uren licht toenam. Tegelijkertijd daalt het aantal vacatures al bijna drie jaar.

Dat wijst op een verschuiving van krapte naar balans: bedrijven blijven personeel nodig hebben, maar werven gerichter en voorzichtiger dan in de periode van acute schaarste.

De lichte groei van de omzet in de uitzendsector suggereert bovendien dat bedrijven flexibel blijven organiseren in plaats van direct vaste capaciteit op te bouwen.

Faillissementen en huizenprijzen

Het aantal faillissementen steeg in november met 21 procent ten opzichte van oktober, wat laat zien dat vooral kwetsbare bedrijven het moeilijk blijven houden. Tegelijkertijd stijgen de huizenprijzen nog steeds, al vlakt die stijging af. Dat wijst op een economie waarin sommige sectoren onder druk staan, terwijl andere overeind blijven.

Link magazine december 2025-januari 2026. Thema: Geld verdienen tijdens de hele lifecycle. Cover Christian Rood Leydenjar. Lees het artikel digital of vraag exemplaar op bij mireille.vanginkel@linkmagazine.nl

Macro: groei gedragen door export en overheid

Het bbp groeide in het derde kwartaal met 0,5 procent ten opzichte van het tweede kwartaal. Die groei kwam vooral uit export en overheidsconsumptie. De particuliere investeringen en bestedingen spelen vooralsnog een bescheiden rol.

Voor de industrie betekent dit dat groei voorlopig vooral van buiten komt — via internationale markten en publieke investeringen — en minder uit binnenlandse expansie.

Wat betekent dit voor de industrie?

Het economische beeld is niet ronduit positief, maar ook niet verder verslechterend. Voor de industrie tekent zich een patroon af van:

  • stabilisatie na een periode van verzwakking,
  • voorzichtig herstel in productie en export,
  • blijvende terughoudendheid in investeringen,
  • en een arbeidsmarkt die van krapte naar normalisatie beweegt.

Dat past bij een fase waarin bedrijven hun positie herijken: minder gericht op snelle groei, meer op efficiëntie, ketenbeheersing en internationale positionering.

De economie beweegt daarmee niet in een klassieke recessie of herstelgolf, maar in een overgangsfase — waarin veerkracht, aanpassingsvermogen en strategische keuzes bepalender zijn dan conjuncturele meewind.

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Geverifieerd door ExactMetrics