Sinds de inval van Rusland in Oekraïne is er in de Nederlandse defensiewereld veel veranderd. Door de geopolitieke spanning is er veel meer geld beschikbaar. En dat wordt sneller vertaald in concrete opdrachten aan de industrie. Natuurlijk moet een toeleverancier wel aan speciale veiligheidseisen voldoen. Ook wordt Europese samenwerking nog te vaak alleen met de mond beleden, wat opschalen én (voor)financiering in de weg zit. Evengoed is de kans dat een aanvraag daadwerkelijk en sneller tot serieproductie leidt nu veel groter.

Geld en oorlog zorgen dat Defensie sneller opdrachten bij industrie neerlegt
Na jaren van bezuinigingen steeg het bedrag voor materieel van € 6,2 miljard in 2022 naar € 13,6 miljard in 2026. De krijgsmacht heeft dus genoeg geld beschikbaar om zijn ambities te realiseren. Begin vorig jaar had het Commando Materieel en IT (Commit) ook de organisatie voldoende op orde om concrete vragen te gaan stellen aan de Nederlandse industrie, vertelt Albert Timmers, voormalig marineofficier en tegenwoordig partner defence bij Unified International. Dit Nederlandse defensieadviesbureau haalt concrete vragen naar capabilities op bij Commit en helpt de industrie vervolgens die adequaat te beantwoorden. En liefst zo snel mogelijk: ‘Vroeg defensie voorheen om bijvoorbeeld een simulator of een bepaald voertuig, vandaag de dag willen ze een compleet pakket, inclusief volledige systeemintegratie, training en onderhoud. Een turnkey-oplossing, die direct ingezet kan worden. Er wordt nu sneller verworven, in directe respons op de vraag van het slagveld.’

Vijf eisensets
Waaraan moet een industrieel bedrijf voldoen om kans te maken op het ontwikkel- en of productiewerk dat uit een Commit-aanvraag voortvloeit? Rick van Dijk, tender & compliance manager en internationaal ervaren collega van Timmers, wijst op de Algemene Beveiligingseisen Rijksoverheid Opdrachten (ABRO). Deze vijf beveiligingshoofdstukken moeten bedrijven in acht nemen als er sprake is van ‘een te beschermen belang (TBB)’. Ze worden daarop gecontroleerd door het Nationaal Bureau Industrieveiligheid (NBIV).
Binnen de eerste set ‘bestuurlijk & organisatie’ wordt kritisch gekeken naar buitenlandse invloed binnen een bedrijf. Van Dijk: ‘Japan kan bijvoorbeeld wel, Iran is uit den boze.’ De tweede betreft personeel. Als een bedrijf gaat werken met geclassificeerde informatie, systemen, materieel en objecten, moet in ieder geval de (cyber)beveiligingsfunctionaris in loondienst zijn. ‘En die moet beschikken over een VOG of een Verklaring van Geen Bezwaar (VGB) op het hoogst geldende rubriceringsniveau van Bijzondere Opdrachten.’ Ook andere medewerkers dienen dikwijls over een VGB of VOG te beschikken.
Veilige cyber en cloud
Het derde onderdeel van het eisenpakket heet ‘fysiek’. Daartoe wordt gecontroleerd hoe goed de defensiematerialen zijn opgeborgen. De vierde eis is ‘cyber’: ‘Het hebben van een ISO 27001-certificaat kan daarvoor al een goede basis zijn.’ Gelieerd daaraan is het vijfde hoofdstuk, ‘cloud’: het gebruik van een public clouddienst is niet toegestaan voor ‘bijzondere informatie van de NAVO, EU of ESA’ zonder voorafgaande goedkeuring van het NBIV. ‘Wij zijn nog niet tegengekomen dat ook servers van de Amerikaanse Big Tech niet gebruikt mochten worden. Maar een vooruitziende ondernemer zoekt nu al naar opslag in de Europese cloud’, aldus Van Dijk.
‘Defensie wil een turnkey-oplossing, die direct ingezet kan worden’
Een flink eisenpakket, maar voor veel industriële bedrijven lijkt het meer dan het is, denkt hij. ‘Bedrijven die werken voor de automotive, semicon, offshore of medtech moeten bijna altijd al beschikken over ISO 9001- en 27001-certificering. Daarmee voldoen ze al voor 70 procent aan de ABRO-eisen.’
Single source aanbesteden
Bovendien werkt versnelling van de aanbestedingstrajecten door Commit drempelverlagend. Vóór 2022 kon het gebeuren dat een bedrijf veel tijd en geld stak in de ontwikkeling van een defensieproduct, maar de serieproductie ervan, waarmee het pas echt winst zou gaan maken, vergund werd aan een concullega. De ontwikkelende partij mocht niet meedingen want had voorkennis. ‘Maar nu’, aldus Van Dijk, ‘kan single source worden aanbesteed, zeker als een capability – een complexe radar bijvoorbeeld – snel beschikbaar moet komen en een bedrijf die aantoonbaar snel kan leveren.’ Ook de Strategic Defence Innovation Research (SDIR)-methodiek die Commit sinds kort gebruikt, kan deelname aan defensie-innovatieprogramma’s voor bedrijven aantrekkelijker maken: ‘Als je op basis van je haalbaarheidsstudie wordt geselecteerd, kun je vervolgens een prototype bouwen, tegen een kostenvergoeding. Nee, vaak kan dat nog niet helemaal uit’, geeft Timmers toe.
Voorkeur voor Nederlands?
Bij de verwerving heeft Commit veelal een voorkeur voor Nederlandse industriële bedrijven, indachtig de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029. Die waarborgt dat een beoogde capability de Nederlandse defensie flexibeler, adaptiever en strategisch onafhankelijker maakt. ‘Zo wordt in 2027 de satelliet PAMI-1 gelanceerd die voor de Nederlandse defensie informatie moet gaan vergaren. De technologie wordt ontwikkeld door Nederlandse bedrijven.’ Tegelijk, vervolgt Timmers, geldt door de geopolitieke druk steeds meer dat goed goed genoeg is. ‘Dus zoeken Europese landen meer de samenwerking.’ Zo werd eind maart bekend dat Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Finland gezamenlijk defensiemateriaal willen gaan inkopen. Landen mogen kopen van de industrie in alle NAVO-landen.

Meer Europa, meer financiering
Een voordeel van Europese defensiesamenwerking is dat de financiering voor ontwikkeling en productie van systemen gemakkelijker vrijkomt, stelt Yorick Cramer van Rabobank. ‘Als meerdere landen zich verbinden aan een aanbesteding, biedt dat financiers als de banken meer zekerheid. Er zijn dan immers feitelijk meerdere opdrachtgevers voor de producent. Mocht één deelnemend land later in het traject ervan afzien, dan kan het project toch gewoon door.’ De defensiespecialist constateert wel een discrepantie tussen wat met de mond beleden en wat daadwerkelijk gedaan wordt. ‘De vorige staatssecretaris van Defensie, Gijs Tuinman, stelde: “Wat goed genoeg is voor Duitsland, is ook goed genoeg voor ons en andersom.” Maar in de praktijk kijkt Duitsland voor de aanschaf van een radar toch weer of het die niet bij een Duits bedrijf kan inkopen in plaats van bij het Nederlandse Thales. En de NH90-helikopter is weliswaar door meerdere landen besteld, maar vervolgens heeft elk land wel eigen specificaties ervoor opgesteld. Dat maakt opschaling lastiger.’
Risicodragend vermogen
Die onduidelijkheid over aantal afnemers en seriegroottes laten geldschieters vanzelfsprekend zwaar wegen bij hun beslissing in te stappen of niet. Zeker omdat het vaak over veel geld gaat dat pas op langere termijn kan worden terugverdiend. ‘Een bedrijf dat voor defensie wil werken, moet zijn organisatie gecertificeerd krijgen. Vervolgens moet er een product ontwikkeld worden. Dat vraagt meestal om risicodragend kapitaal, bijvoorbeeld van venture capital-investeerders of regionale ontwikkelingsmaatschappijen, in ruil voor een belang in het bedrijf. Bovendien is er geld nodig voor de inkoop van grondstoffen en halffabricaten.’
Een ondernemer heeft dus vaak verschillende geldschieters nodig. Rabobank kan daarin een rol vervullen, onder meer door de juiste financiers bij elkaar te brengen aan de Financieringstafel die het voorzit. ‘Banken financieren de ontwikkelfase van dergelijke systemen doorgaans niet. Maar stel dat Defensie echt interesse heeft in een bepaald product en uit zijn fonds – SecFund – in de ontwikkeling wil investeren, dan zijn wij bereid het benodigde werkkapitaal in te brengen.’
Voorfinancieren
Daarnaast kan Defensie bedrijven ook helpen door zélf voor te financieren. Dit was niet gebruikelijk: Defensie betaalde vaak pas bij oplevering. De laatste tijd komt Cramer voorfinanciering wel vaker tegen in de aanbestedingen van Defensie. ‘Bijvoorbeeld in een actuele aanbesteding voor een te ontwikkelen counter UAV. Defensie zit in een transitie naar een andere cultuur en doet echt zijn best aanbestedingstrajecten te versnellen, zeker onder de druk van de oorlogen in Iran en Oekraïne.’
Simac de defensiemarkt op met coöperatief datadelen

Industriële bedrijven zijn zich al langer ervan bewust dat ze hun data cyberveilig moeten opslaan. Het laatste jaar is daar het besef bij gekomen dat het beter is die data een plek te geven in een Europese, niet-Amerikaanse cloud. Voor Simac, actief voor de industrie, retail en zorg, was dat aanleiding de dienst ‘coöperatief datadelen’ in het leven te roepen. De markt daarvoor bestaat uit groepen toeleveranciers die samen, in opdracht van een system supplier of oem’er, een complexe component, module of eindproduct ontwikkelen, engineeren, re-engineeren en produceren. Om dat werk samen uit te kunnen voeren, moeten veel data – teksten, maar ook tekeningen – gemakkelijk en snel uitgewisseld kunnen worden. Tegelijkertijd moeten IP en andere concurrentiegevoelige informatie strikt binnen die groep blijven.
Coöperatief datadelen faciliteert juist dat, aldus Hein Dekkers, directeur bij Simac. ‘Stel dat een toeleverancier in zo’n netwerk voor het onderdeel waar hij verantwoordelijk voor is enkele metaaldelen toegeleverd wil krijgen van een metaalleverancier in dat netwerk. Dan stuurt hij die een tekening. Onze connectiviteittechnologie zorgt dan dat die tekening niet alleen veilig wordt bezorgd, maar ook wordt opgeknipt in kleine stukjes die worden verdeeld over de servers van alle andere netwerkleden. Zo zijn alle benodigde data binnen het netwerk beschikbaar, maar niet op één plek. Als een hacker inbreekt bij een van de leden treft hij alleen een deel van een tekening of tekst aan, en daar kan hij niets mee.’ Voor verdere zekerstelling vindt data-uitwisseling helemaal los van internet plaats en wordt gebruikgemaakt van Cloud|Next, de clouddienst van Simac.
Omdat steeds meer industriële bedrijven werken of willen gaan werken voor defensie, met al zijn stringente eisen op het gebied van cyber- en cloudveiligheid, is Simac met coöperatief datadelen ook die markt opgegaan. Met als voordeel dat Simac Electronics, een onderdeel dat alle connectiviteitshardware levert, reeds tientallen jaren werkzaam is voor defensie. De onderneming is dus vertrouwd met alle defensiespecifieke veiligheidseisen. ‘Wij zijn ISO 9001- en 27001-gecertificeerd. En Simac is een Nederlands familiebedrijf; er zijn geen aandelen in handen van andere, buitenlandse partijen.’ Om de snelheid en efficiency van coöperatief datadelen te optimaliseren, wordt de komende jaren in AI geïnvesteerd.
