Innovatie wordt nog vaak als onderscheidende factor gezien. Maar volgens Lenze is een andere factor minstens zo belangrijk: mensen die hart hebben voor de zaak. ‘Hart voor de zaak betekent verantwoordelijkheid nemen voor het totaal: technisch, maar net zo goed financieel en operationeel’, zegt Eric van den Broek, managing director bij Lenze voor West-Europa.
De onzekerheid in de wereld neemt toe. Geopolitieke spanningen dragen daaraan bij, maar ook de schaarste aan technisch talent, digitalisering en een onvoorspelbare toeleveringsketen. Daarbij komen ook nog uitdagingen als strengere eisen rondom duurzaamheid en compliance.
Daarmee verandert de vraag voor machinebouwers. Waar vroeger de focus met name op onderscheidende technologie lag, is technologie nu niet alleen meer de onderscheidende factor. Betrouwbaarheid, prestaties en innovaties zijn de basis geworden en worden door alle fabrikanten wel geleverd.
Dat maakt het er voor directies niet eenvoudiger op. De behoefte aan partners die niet alleen leveren maar ook meedenken, groeit daarmee, zegt Lenze. De vraag is niet langer: ‘Wat levert u?’, maar: ‘Wat helpt u ons garanderen?’
Partners moeten niet meer alleen machines leveren, maar meedenken over schaalbaarheid, risico’s en wat een samenwerking op de lange termijn oplevert. Hoe wordt onverwachte stilstand tegengegaan, hoe ga je efficiënt om met energieverbruik en hoe druk je de onderhoudskosten? Het verschil wordt gemaakt door de mate waarin partners bijdragen aan voorspelbare prestaties, beheersing van risico’s en stabiel rendement, aldus Lenze.
Altijd rol voor de mens
Daar kun je toch gewoon AI voor inzetten? In de huidige wereld, waarin AI-toepassingen zich snel ontwikkelen, wordt die vraag al snel gesteld. En AI kan inderdaad op veel punten ondersteunen, erkent Lenze. Het kan bijvoorbeeld helpen voorspellen wanneer onderhoud nodig is, wat ongeplande uitval en hoge onderhoudskosten helpt tegengaan.
Maar de menselijke input blijft altijd nodig. Organisaties die controle, aansprakelijkheid en reputatie willen beschermen, moeten kunnen aantonen wie beslist en hoe er wordt bijgestuurd wanneer de praktijk afwijkt van het model. Een heldere rolverdeling is daarbij van groot belang: wie neemt welke beslissingen, wie houdt toezicht en wanneer grijpt een expert in? Beslissingen moeten bovendien uitlegbaar blijven voor engineers, operators en management.
In de boardroom gaat het volgens Lenze dan ook zelden om de functionaliteit op zichzelf. De doorslaggevende vraag is: hoe zorg je ervoor dat mensen de controle houden, zodat technologie bijdraagt aan stabiele resultaten, in plaats van nieuwe risico’s met zich mee te brengen?
Partners van machinebouwers
Wat betekent dat voor machinebouwers? Ook zij hebben partners nodig met hart voor de zaak, zegt Van den Broek. ‘Machinebouwers hebben partners nodig die begrijpen wat er op het spel staat. Wie uitsluitend op productniveau meedenkt, mist de context. Hart voor de zaak betekent verantwoordelijkheid nemen voor het totaal: technisch, maar net zo goed financieel en operationeel.’
Losse producten staan zo minder centraal dan de voorspelbaarheid van het totale systeem, stelt Lenze. De waarde van technologie wordt immers bepaald door de manier waarop die wordt toegepast. Mensen die processen begrijpen, risico’s vroeg signaleren en keuzes vertalen naar werkbare oplossingen, geven ‘hart voor de zaak’ praktische betekenis.
De rol van Lenze
Lenze legt hier zelf ook de focus op. Zo beweegt het weg van puur en alleen een aandrijfcomponent richting geïntegreerde automatiserings- en aandrijfoplossingen, waarin mechanica, elektronica, integratie, software, en data als één geheel worden ontworpen en beheerd.
Die aanpak vergroot de samenhang in het productieproces en zorgt ervoor dat de installatie betrouwbaarder presteert over de gehele levensduur. Daarnaast wordt AI ingezet om engineering te versnellen en de inbedrijfstelling te verkorten, bijvoorbeeld via autotuning van een aandrijving. Ook levert het inzicht in energieverbruik, slijtage en prestaties. Die data geven bovendien inzicht in de conditie van installaties, waardoor onderhoud op het juiste moment kan worden gepland en beter te onderbouwen is wanneer iets aan vervanging toe is.
Dat alles leidt volgens Lenze tot een kortere time-to-market voor machinebouwers, eenvoudiger beheer van productvarianten en minder risico bij opschalen of marktveranderingen. Energie-, CO2-verbruik en onderhoudslasten gaan daarbij omlaag.
‘Wie de praktijk van de klant kent, stelt andere vragen en maakt andere ontwerpkeuzes’, aldus Van den Broek. ‘Dat is geen belofte voor in een brochure, maar de realiteit in projecten waarvoor we gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen.’
