Export trekt stevig aan na sterke productiegroei

0

De Nederlandse industrie houdt de groei vast. Na in juli de grootste stijging van het productievolume sinds begin 2022 te hebben gerealiseerd, nam de productie in augustus opnieuw toe. Vooral de exportorders springen eruit: die groeiden in het hoogste tempo in ruim vier jaar. De machine-industrie, en in het bijzonder de vraag naar chipmachines, is een belangrijke aanjager. Tegelijk blijven geopolitieke spanningen de toeleveringsketens en kosten beïnvloeden.

De Nevi Inkoopmanagersindex (PMI) voor de Nederlandse industrie kwam in augustus uit op 53,8, tegen 54,4 in juli. Daarmee ligt de index voor de vijftiende maand op rij boven de grens van 50, die groei van krimp scheidt. Zowel de productie als het aantal nieuwe orders namen opnieuw toe.

Die ontwikkeling volgt op een bijzonder sterke juli maand. Toen nam het productievolume in de Nederlandse industrie in het hoogste tempo toe sinds februari 2022. Bij 27 procent van de ondervraagde bedrijven steeg de productie, tegenover 14 procent die een daling rapporteerde. De groei werd ondersteund door nieuwe orders, meer aanvragen van klanten en de start van nieuwe projecten.

In augustus kwam daar een opvallende versnelling van de buitenlandse vraag bij. Volgens de Nevi-enquête onder circa 350 inkoopmanagers steeg het aantal nieuwe exportorders in het hoogste tempo in ruim vier jaar. Vooral de vraag vanuit de Verenigde Staten, Australië en Afrikaanse landen trok aan.

Chipmachines stuwen industrie

Volgens Albert Jan Swart, sectoreconoom Industrie, Transport & Logistiek bij ABN AMRO, wordt de groei van de Nederlandse industriële productie niet breed over alle sectoren gedragen. Cijfers van het CBS laten zien dat met name de machine-industrie sterk presteert. Die profiteert van de AI-hausse en de daarmee samenhangende groeiende wereldwijde vraag naar chipmachines.

Ook de aardolie-industrie laat sinds april een forse groei zien. De ontregeling van de olie- en goederenstromen vanuit het Midden-Oosten speelt daarbij een rol. De chemische industrie profiteert veel minder: daar ligt de productie volgens het CBS nog onder het niveau van een jaar eerder.

In andere voor de Nederlandse maakindustrie belangrijke branches is het beeld eveneens gemengd. De productie van metaalproducten en elektrotechnische producten staat nog onder druk. Dat is opvallend gezien de groeiende behoefte aan onderdelen en materialen voor onder meer de semiconductorindustrie. Een mogelijke verklaring is de zwakke vraag vanuit andere afzetmarkten, waaronder de Duitse auto-industrie.

Duitsland kan nieuwe impuls geven

Juist vanuit Duitsland komen inmiddels positievere signalen. De Duitse industrie liet in augustus volgens de voorlopige PMI-cijfers de snelste productiegroei in ruim vier jaar zien. Naast investeringen in AI en datacenters profiteert de Duitse industrie van sterk oplopende Europese defensie-uitgaven. Ook het ondernemersvertrouwen verbetert.

Voor Nederlandse toeleveranciers is dat van belang. Duitsland is de belangrijkste buitenlandse afzetmarkt voor de Nederlandse industrie. Een breder herstel bij de oosterburen kan daardoor een volgende impuls geven aan Nederlandse machinebouwers en industriële toeleveranciers.

Ook in Nederland neemt het vertrouwen toe. Producenten zijn positief over de productievooruitzichten voor de komende twaalf maanden en het producentenvertrouwen van het CBS is verbeterd. De economische barometer van Koninklijke Metaalunie liet bovendien een verbetering van de orderpositie in de metaalbranche zien.

Supplychains blijven kwetsbaar

Tegenover het gunstiger vraagbeeld staan blijvende risico’s in de toeleveringsketen. Verstoring van handels- en scheepvaartroutes vanuit het Midden-Oosten heeft geleid tot langere levertijden en hogere transportkosten. Bedrijven hebben hun inkopen opgevoerd en er zijn aanwijzingen dat industriële ondernemingen extra voorraden onderdelen en materialen aanleggen om leveringsrisico’s af te dekken.

De inkoop- en verkoopprijzen stijgen daardoor nog altijd stevig, al is het tempo inmiddels afgenomen. Fabrikanten melden hogere kosten voor onder meer energie, olie, brandstof, transport, grondstoffen en lonen. De inkoopkosten stijgen bovendien harder dan de verkoopprijzen, waardoor marges onder druk kunnen komen.

Het beeld aan het begin van de tweede helft van 2026 is daarmee positiever dan lange tijd het geval was: productie, orders en export groeien en het vertrouwen neemt toe. Maar het herstel is nog niet breed gedragen. De machine-industrie loopt voorop, terwijl andere maakbranches achterblijven. Een duurzaam herstel zal daarom mede afhangen van de vraag of de opleving in Duitsland doorzet en zich vertaalt naar meer orders voor de Nederlandse industriële toeleverketen.

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Geverifieerd door ExactMetrics