De Nederlandse goederenexport blijft in de lift zitten. In april 2026 lag het exportvolume 4,4 procent hoger dan een jaar eerder, blijkt uit voorlopige cijfers van het CBS. Daarmee zet de groei door na de stijging van 3,8 procent in maart.
Vooral de uitvoer van aardolieproducten nam toe. Daarnaast exporteerden Nederlandse bedrijven meer elektrotechnische machines, apparaten en transportmiddelen dan in april vorig jaar. De goederenimport groeide eveneens, maar met 1,2 procent aanzienlijk minder hard dan de export.
De cijfers bevestigen het herstel dat zich sinds de tweede helft van 2024 aftekent. Na een lange periode van teruglopende exportvolumes in 2023 en het eerste deel van 2024 laat de Nederlandse uitvoer inmiddels al meerdere kwartalen op rij groei zien.
Voor de Nederlandse maakindustrie zijn vooral de stijgende export van elektrotechnische apparatuur en transportmiddelen positieve signalen. Deze productgroepen zijn nauw verbonden met sectoren als machinebouw, hightech, automotive en industriële automatisering, die sterk afhankelijk zijn van internationale markten.
Tegelijkertijd blijft de internationale omgeving uitdagend. Volgens het CBS waren de exportomstandigheden in juni even ongunstig als in april. Hoewel de ontwikkeling van de wisselkoersen gunstiger uitpakte, stond daar een verdere krimp van de Duitse industriële productie tegenover. Ook het producentenvertrouwen in Duitsland en de eurozone verslechterde.
Dat is relevant voor Nederlandse bedrijven. Duitsland blijft veruit de belangrijkste handelspartner van Nederland en een belangrijke afzetmarkt voor de maakindustrie. Een aanhoudend zwakke Duitse industrie kan daarom de exportgroei in de komende maanden afremmen.
Desondanks laten de cijfers zien dat Nederlandse exporteurs zich vooralsnog goed staande houden. Met een exportgroei van 4,4 procent in april presteert de Nederlandse industrie beter dan de economische ontwikkelingen bij veel van haar belangrijkste handelspartners doen vermoeden.
