‘Europa rijdt te ver voor het peloton uit’

0

Europa dwingt bedrijven te verduurzamen, maar het systeem kan het tempo niet bijbenen. In de industriële wasserijen van Elis lopen investeringen vast op het elektriciteitsnet, terwijl netbeheerder Liander worstelt met een vraag die sneller groeit dan de infrastructuur aankan. ‘We vragen bedrijven in veel gevallen iets wat nog niet kan’, zegt energiedeskundige Remco de Boer. ‘En hebben tegelijk de stok beter georganiseerd dan de wortel.’

ILLUSTRATIE JOSJE VAN KOPPEN

– Europa voert klimaatbeleid sneller door dan de rest van de wereld, waardoor de industrie in een ongelijk speelveld opereert.

– ‘We hebben ons de afgelopen jaren uit de markt geprijsd.’

– ‘Besef dat we niet meer teruggaan naar een situatie waarin je onbeperkt stroom kunt afnemen.’

– ‘Soms zit de oplossing in de techniek, soms in de organisatie.’

Energietransitie botst op volle netten

Europa probeert zijn economie in hoog tempo te verduurzamen, terwijl de rest van de wereld een andere snelheid kiest. Bedrijven krijgen mede daardoor te maken met stijgende energieprijzen, strengere regels en een elektriciteitsnet dat op veel plekken piept en kraakt. Tegelijk blijven concurrenten buiten Europa produceren onder andere voorwaarden. ‘De EU heeft zijn klimaatbeleid in wetten verankerd’, zegt Remco de Boer van studio Energie. ‘De uitstoot moet naar nul, wat er ook gebeurt.’ Daarmee ontstaat een situatie waarin de Europese industrie moet bewegen, maar niet onder gelijke omstandigheden.

Energiedeskundige Remco de Boer: ‘De aandacht verschuift richting concurrentievermogen en industrie, maar het is nog onvoldoende.’ Foto: Studio Energie

‘We rijden ver voor het peloton uit’, schetst De Boer. ‘Dat is bij wielrennen prachtig. Maar in dit geval is het doel dat iedereen tegelijk bij de finish is. En dat gebeurt niet. Europa maakt tempo, maar we trekken niemand mee.’ Hij wijst op het verschil in prioriteiten tussen continenten. ‘Waar de EU het klimaat op één heeft gezet, gebeurt dat in de rest van de wereld niet. China, de Verenigde Staten, India, ze doen echt wel iets aan het klimaat, maar niet ten koste van alles. Economische groei staat voorop.’

Groene regeldruk

Die verschillen vertalen zich door in de kostenstructuur voor bedrijven. ‘Aardgas is hier twee tot vier keer zo duur als in de VS en China’, legt De Boer uit. ‘Elektriciteit is hier eveneens duurder, en daar zit een flink deel belasting op.’ De Boer merkt dat internationale partijen ook verrast worden door de hoeveelheid regels in Europa. ‘Amerikanen of bedrijven uit het Midden-Oosten weten niet wat ze meemaken als ze hier zaken willen doen. De groene regeldruk uit Brussel is enorm. Zo hebben we ons de afgelopen jaren uit de markt geprijsd’, zegt hij. ‘En zolang we onze nek in die klimaatstrop leggen, staan we op achterstand.’

Ook de emissiereductie waar Europa op stuurt, zet De Boer in een ander daglicht. ‘Er is al heel wat gerealiseerd, maar een groot deel daarvan komt door het terugschalen van productie’, geeft hij aan. ‘Als we in Europa minder produceren en we gebruiken die producten nog steeds, dan worden ze echter gewoon ergens anders gemaakt.’ De uitstoot is dus niet verdwenen, maar verplaatst. ‘En als die industrie hier eenmaal weg is, komt ze niet meer terug.’

Slim wassen

De energietransitie krijgt echt betekenis op de werkvloer, zoals bij Elis. ‘We halen textiel op, wassen het en brengen het weer terug. Dat doen we voor hotels, industrie, zorg, overal waar je schone kleding of doeken nodig hebt’, vertelt Ywe Franken, manager sustainability & CSR bij de Franse multinational. ‘Wij ontwerpen het textiel ook zelf, zodat wij de levensduur ervan actief beheren en kunnen sturen op langdurig hergebruik. Honderd tot honderdtwintig wasbeurten is bij ons heel normaal. We repareren ook kleding, hergebruiken doeken, en recyclen vezels en brengen die weer terug in de keten. Want als je geen katoen hoeft te telen en geen nieuw product hoeft te maken, bespaar je uiteindelijk de meeste energie.’

In de twaalf wasserijen van Elis in Nederland gaat het om grote volumes. ‘Sorteren, wassen, centrifugeren, drogen, vouwen, het kost allemaal energie. Dat is onvermijdelijk. Je kunt nou eenmaal niet op 10 graden wassen en verwachten dat het schoon wordt’, zegt Franken. De afgelopen jaren heeft het bedrijf de operatie stap voor stap wel een stuk efficiënter gemaakt. ‘We winnen warmte terug uit afvalwater waarmee we het schone water opwarmen voordat het een nieuwe wascyclus ingaat. Verder isoleren we machines en leidingen, en zetten high-temperature warmtepompen in om restwarmte elders in het proces te kunnen gebruiken. Allemaal om ons bedrijfsdoel te halen: tussen 2019 en 2030 47,5 procent minder CO2-uitstoot.’ In dat programma is de wasserij in Klarenbeek een van de koplopers. Deze site is onlangs helemaal opnieuw ingericht. ‘Nieuwe drogers, nieuwe installaties, alles beter geïsoleerd. Daarmee besparen we op die ene locatie een hoeveelheid gas en elektra die gelijkstaat aan het jaarverbruik van zo’n dertig huishoudens.’

Ruimte vrijgespeeld

Achter die investeringen zit altijd een businesscase, legt Franken uit. ‘En die is niet alleen financieel. Klanten vragen om lager energiegebruik of om elektrisch transport. Als je daarop inspeelt, kun je nieuwe klanten binnenhalen of relevanter worden in aanbestedingen.’ Efficiëntie en commercie lopen daarmee door elkaar heen. ‘Het is nooit alleen: verdienen we dit terug in vijf jaar? Het gaat ook om je positie in de markt.’

Nu loopt Elis in Klarenbeek tegen de volgende grens aan. ‘Eerder gingen we af en toe over het gecontracteerde vermogen heen, maar door de nieuwe lijn is het kilowattuurverbruik per dag enorm omlaaggegaan’, vertelt Franken. Daarmee is binnen het bestaande energiecontract ruimte vrijgespeeld. Maar het is nog niet genoeg. ‘Want nu willen we overal naar elektrisch transport. Daarvoor moeten we op sommige locaties aanvullende netcapaciteit of slimme fasering realiseren. Want het gaat om serieus veel kilowatturen.’

Netcongestie

Wat Franken beschrijft, raakt direct aan het probleem waar netbeheerders dagelijks mee te maken hebben: de vraag naar elektriciteit groeit sneller dan het systeem kan bijbenen. ‘Niet alleen de industrie, maar ook mobiliteit, de gebouwde omgeving en datacenters – iedereen wil meer stroom’, zegt Johan Stortelder, sectorlead Industrie bij Liander, de netbeheerder van ongeveer een derde van Nederland. ‘Voor het grootste deel van de industrie – en zeker voor onze klanten in de decentrale industrie – is elektrificatie eigenlijk de enige schaalbare route richting duurzaamheid. Want groen gas is er te weinig en waterstof is veel te duur.’

Het gevolg van die rap gestegen vraag is netcongestie, een ontwikkeling die zich al jaren geleden aandiende. ‘Achteraf gezien is het antwoord: ja, we hadden eerder moeten beginnen. Maar het is ook veel harder gegaan dan onze modellen konden voorspellen’, aldus Stortelder. Bovendien hebben netbeheerders lang gestuurd op kostenbeheersing, niet op overcapaciteit. En met reden. ‘Als we vijftien jaar geleden overal dikke kabels hadden neergelegd, had iedereen gezegd: “Wat zijn jullie aan het doen? Dat is veel te duur.”’

Johan Stortelder (Liander): ‘Als we met bedrijven in gesprek gaan, blijkt vaak dat ze meer kunnen dan ze denken.’ Foto: Liander

Bouwen met hindernissen

Ondertussen is de uitbreiding van het net in volle gang. ‘We bouwen, bouwen, bouwen’, schetst Stortelder. ‘Alleen al ons netwerkbedrijf Alliander investeerde vorig jaar ruim 2 miljard euro in verzwaring, en dat bedrag loopt de komende jaren verder op.’ Tegelijkertijd is het geen eenvoudige opgave. ‘In de hele sector ontstaat de komende drie tot vier jaar een tekort van zo’n 29.000 mensen.’ En ook fysiek botst de netuitbreiding tegen grenzen. ‘Onder de grond ligt het al vol met kabels en leidingen. Je kunt niet overal zomaar gaan graven en er een kabel bijleggen. En zodra je gaat praten over waar een nieuw station of transformatorhuisje moet komen, valt het gesprek stil. Want ook boven de grond is het dringen om de ruimte.’

Liander stelt dat regelgeving de uitrol vertraagt. ‘Vergunningstrajecten duren lang en worden steeds complexer’, aldus Stortelder. ‘Voor veel projecten heb je te maken met stikstofregels. Terwijl de werkzaamheden van netbeheerders uiteindelijk juist bijdragen aan een lagere uitstoot. Bovendien hebben we ecologisch onderbouwd dat netbeheerwerkzaamheden meestal geen significante effecten hebben op Natura 2000-gebieden.’ In Brussel wordt nu gewerkt aan een zogeheten Grid Package, waarin een vrijstelling voor dit soort projecten is opgenomen. ‘Dat zou enorm helpen’, stelt Stortelder. ‘Nu maakt het stikstofbeleid projecten onnodig duur en vertraagt het de uitvoering. Alles wat daar kan worden versneld, heeft direct effect op hoe vlot we het net kunnen uitbreiden.’

Knop moet om

Zelfs met al die inspanningen verdwijnt het probleem niet zomaar. ‘We gaan dit oplossen, maar het eerlijke verhaal is dat we hier nog wel een tijd in zitten. En iedereen moet beseffen dat we ook niet meer teruggaan naar een situatie waarin je onbeperkt stroom kunt afnemen wanneer je wilt’, benadrukt Stortelder. ‘Bedrijven waren gewend om altijd hetzelfde vermogen te hebben. Flexibiliteit is echter geen tijdelijke oplossing, dat is hoe het systeem gaat werken.’ Nieuwe contractvormen spelen daarop in. ‘Met bijvoorbeeld non-firm-overeenkomsten kun je in daluren meer afnemen en in piekuren minder. Dan kan een bedrijf energie opslaan in bijvoorbeeld een batterij of warmtebuffer om die later weer te gebruiken.’

Liander werkt met veel ondernemers samen aan dit soort oplossingen. ‘Ze staan op een wachtlijst voor extra vermogen. Als je dan met ze in gesprek gaat, blijkt regelmatig dat ze meer kunnen met hun bestaande aansluiting’, zegt Stortelder. Door processen anders in te richten, pieken te spreiden of installaties niet tegelijk aan te zetten, kan de vraag omlaag. ‘We hebben het afgelopen jaar duizend bedrijven kunnen helpen door dit overleg te voeren.’ Dat vraagt wel een andere manier van kijken. ‘Het is een knop die om moet, een andere mindset in je bedrijfsvoering.’

Dat begint ook met eerder in gesprek gaan. ‘We willen zo vroeg mogelijk weten wat bedrijven van plan zijn’, zegt Stortelder. ‘Nu horen we het vaak pas als een offerteaanvraag wordt gedaan en iemand over een jaar wil uitbreiden. Voor een bedrijf is dat wellicht een goede termijn maar om het door de netbeheerder geregeld te krijgen, ben je eigenlijk te laat.’ Door eerder samen vooruit te kijken, kan Liander het net erop inrichten. ‘Als je weet dat je over vijf of tien jaar meer vermogen nodig hebt, kunnen wij daarop voorsorteren.’ Stortelders tip is dan ook om voortdurend goed in contact te blijven met je netbeheerder.

Energiehub begint bij afspraken

Energiehubs en groepscontracten worden vaak genoemd als oplossing voor bedrijven die met hun energietoevoer worstelen. ‘Technisch kan dat op veel plekken’, weet Stortelder. ‘Maar je gaat als bedrijven wel een gezamenlijk commitment aan.’ Afspraken moeten worden vastgelegd en nagekomen. ‘Wat doe je als iemand zich structureel niet aan de afspraken houdt? Of als een partij wegvalt? Dat maakt het ingewikkeld.’

‘Het net zit vol, maar de vraag groeit door’

Bij Elis merken ze dat ook. ‘Energiehubs zijn voor ons interessant, mits betrouwbaarheid, governance en continuïteit goed zijn geregeld’, aldus Franken. De dagelijkse operatie moet immers doorlopen. Elis kijkt per locatie wat het gecontracteerde vermogen is, wat het kan vrijspelen en hoe het slimmer kan. ‘Soms zit dat in de techniek, soms in de organisatie’, aldus Franken. ‘Het is niet van nul naar honderd. We bouwen het op. Die transitie heb je niet in twee of drie jaar klaar.’

Geen verrassing

De praktijk van Liander en bij Elis laat volgens De Boer zien waar het wringt. ‘We vragen van alles tegelijk’, zegt hij. ‘Bedrijven moeten elektrificeren, maar het net zit vol. We willen versnellen, maar de infrastructuur loopt achter. Je legt in feite de opgave bij bedrijven, terwijl de voorwaarden nog niet op orde zijn. Dan vraag je iets wat in veel gevallen nog niet kan.’

In verhalen over de energiecrisis blijft vaak onderbelicht hoe deze spanning is ontstaan. ‘We hebben dit zien aankomen’, zegt De Boer en hij verwijst naar eerdere signalen uit het veld, onder andere van hemzelf. ‘In 2019 heb ik al geschreven dat de Tweede Kamer zelf onderzoek moest doen naar netcongestie, omdat wat er in de praktijk gebeurde niet in Den Haag terechtkwam. Destijds liep het al mis.’ In die periode ontstond volgens hem echter een klimaat waarin waarschuwingen weinig ruimte kregen. ‘Als je zei dat het zo niet ging werken, werd je al snel weggezet als fossiele lobbyist. Terwijl het gewoon een analyse was van wat er gebeurde.’

Beste jongetje

De echte omslag heeft De Boer nog niet gezien. ‘De grote industrie in Europa valt onder het ETS, het Europese emissiehandelssysteem waarbij bedrijven hun CO2-uitstootrechten moeten kopen en dus een prijs betalen voor emissies. Dat is op zichzelf al een stevig instrument. Maar om het beste jongetje van de klas te zijn, hebben we nationale doelen toegevoegd bovenop Europese afspraken. Dat maakt het voor bedrijven complexer en duurder dan nodig.’

De geopolitieke context verscherpt die situatie volgens hem. ‘De energietransitie begon als klimaatverhaal, maar is inmiddels ook een veiligheidsvraagstuk’, zegt De Boer. ‘We hebben Russisch gas ingeruild voor lng uit andere delen van de wereld, onder andere uit de Verenigde Staten. Maar dat brengt nieuwe onzekerheden met zich mee. Met iemand als Trump weet je nooit hoe stabiel dat blijft. Daarom moet je goed bedenken waar je afhankelijk wilt zijn, en van wie.’

Eerst zorgen dat het kan

Als hij zelf klimaatminister zou zijn, trok De Boer de discussie eerst naar Europees niveau. ‘Ik zou in Brussel beginnen’, zegt hij. ‘De aandacht verschuift daar weliswaar langzaam richting concurrentievermogen en industrie, maar het is nog onvoldoende. Zolang je vasthoudt aan doelen die ver buiten bereik liggen, creëer je spanning in het systeem.’ Doelen zijn nodig om beweging te creëren, geeft hij toe. ‘Maar ze moeten wel uitvoerbaar zijn. Anders werkt het averechts. We moeten de doelen ter discussie durven stellen.’

Volgens De Boer ligt de nadruk nu te veel op afdwingen en te weinig op mogelijk maken. ‘We hebben de stok goed georganiseerd, maar de wortel onvoldoende’, zegt hij beeldend. ‘Europa heeft sterk ingezet op normen, regels en deadlines. Maar het bouwen van het alternatief loopt achter.’ Bedrijven moeten de tijd krijgen om te investeren en om te schakelen, stelt De Boer. ‘Dat vraagt om infrastructuur, energie en ondersteuning die op orde zijn. Dus eerst zorgen dat het kan, en dan pas eisen stellen.’

Streetwise

De energieomslag vraagt om een andere houding. ‘We moeten minder naïef zijn’, vindt De Boer. ‘Meer kijken hoe andere landen hun industrie beschermen en opbouwen.’ Hij pleit voor een pragmatischer aanpak. ‘Streetwise worden. Niet heel ambitieus uit principe, maar realisme in de uitvoering. Je moet snappen in welke wereld je opereert en daar je beleid op afstemmen.’

Juist omdat de spanning nu steeds zichtbaarder is, ziet De Boer ruimte om bij te sturen. ‘Tot nu toe was het punt vooral dat men het probleem niet wilde zien’, betoogt De Boer. ‘Maar het schip is op de kade gebotst, heeft flinke gaten en vaart niet meer zo lekker. We weten nu allemaal dat het anders moet, dat er een reset moet komen. Daar kun je wel enig optimisme uit halen.’

‘Vergunningstrajecten duren lang en worden steeds complexer’

Bij Elis is die realiteit inmiddels onderdeel van de dagelijkse praktijk. ‘De transitie is niet iets wat je er even bij doet’, zegt Franken. ‘Het raakt je hele operatie. We willen vooruit, maar moeten ook zorgen dat het bedrijf blijft draaien. Dus wegen we continu af wat kan en wanneer. Maar je hebt gewoon niet meer onbeperkt energie op elk moment. Daar zul je je organisatie op moeten inrichten.’ Hoe snel dat gaat, is lastig te voorspellen. ‘Maar dat het anders wordt, daar is geen twijfel over.’

Energietransitie herschrijft de spelregels

Wat in 1997 begon met het Kyoto-protocol en in 2015 werd uitgediept in het Klimaatakkoord van Parijs, heeft zich ontwikkeld tot een veel bredere opgave waarin klimaat, economie en geopolitiek samenkomen. De energietransitie is niet langer alleen een duurzaamheidsvraagstuk of kostenpost, maar raakt aan leverzekerheid, concurrentievermogen en strategische onafhankelijkheid. Tegelijkertijd botst de uitvoering tegen harde grenzen. Elektriciteitsnetten zitten overvol, uitbreidingen kosten tijd en ruimte, en bedrijven zoeken naar manieren om binnen die beperkingen te blijven groeien. Netcongestie dwingt tot nieuwe oplossingen, zoals energiehubs en flexibele contractvormen, waarbij samenwerking en afstemming steeds belangrijker worden. De oude situatie waarin energie onbeperkt beschikbaar was, komt nooit meer terug. Bedrijven zullen moeten sturen op pieken en dalen. Dat vraagt om een andere manier van denken en organiseren. De knop moet om.

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Geverifieerd door ExactMetrics