Energie-efficiëntie in de logistiek: kijk naar de hele puzzel

0

Energie-efficiëntie wordt in diverse sectoren steeds urgenter, zo ook in de logistiek. Toch valt juist daar nog een wereld te winnen, merkt Tim-Oliver Ricke, Global Industry Manager Material Handling & Logistics bij Lenze. ‘Ik hoor vaak als excuus: maar we hebben het altijd zo gedaan.’

Lenze legt uit hoe de logistiek fors kan besparen op energie

Magazijnen, distributiecentra en luchthavens zitten vol met apparatuur die veel energie verbruikt. Denk aan transportbanden, sorteermachines en picksystemen. Nu de energieprijzen oplopen, netcongestie een groter probleem wordt en klimaatregels steeds meer impact hebben, wordt energie-efficiëntie hier een urgenter onderwerp.

Maar juist deze sector loopt daar nog wat in achter, meent Ricke. Dat geldt zeker voor magazijnen van diverse bedrijven. ‘Daar zijn twee redenen voor. Allereerst is de return on investment (ROI) bij magazijnen heel laag. Die moet soms zelfs 1,9 jaar of minder zijn.’ De behaalde efficiëntie moet dus enorm hoog zijn om dat doel te behalen, wat lang niet altijd realistisch is. ‘Daarnaast hebben magazijnen vaak koel- en vriescellen, waar het 0 tot -24 graden moet zijn. De energieconsumptie die daarvoor nodig is, is veel hoger dan die van transportbanden.’

Kijk naar de hele puzzel

Daar komt bij dat er veel misverstanden zijn over energie-efficiëntie. ‘In feite zet je elektrische energie om in mechanische energie om zo’n systeem aan te drijven. Dat is wat een motor of frequentieregelaar doet’, legt Ricke uit. Volgens hem wordt daardoor vaak gedacht dat wanneer je een motor of frequentieregelaar vervangt door een efficiënter exemplaar, de energie-efficiëntie flink stijgt. Maar in de praktijk valt dat nog tegen.

‘Je moet een balans vinden tussen wat je moet investeren en hoeveel je dan bespaart’

Elk onderdeel in een transportlijn — de motor, de frequentieregelaar, de aandrijfriem — heeft een eigen rendement. Die rendementen moet je niet optellen, maar vermenigvuldigen. Heeft elk onderdeel een rendement van 90 procent, dan is het totale rendement van het systeem geen 90 procent, maar 0,9 × 0,9 × 0,9: nog maar 73 procent. ‘Als je alleen de motor vervangt, pak je slechts één onderdeel van de som aan’, aldus Ricke. ‘Maar in deze industrie moet je naar de gehele puzzel kijken. Dat is wat vaak onderschat wordt.’

Ook over-engineering komt met regelmaat voor, zeker als er meerdere partijen betrokken zijn bij de planning van een systeem, merkt Ricke. Iedere schakel in dat planproces bouwt namelijk een kleine veiligheidsmarge in. Heeft een motor 1 kW aan vermogen nodig, dan gaat de engineer mogelijk voor de zekerheid al uit van 1,1 kW. ‘De planner denkt dan: ik maak er voor de zekerheid 1,2 van. En dan spreek ik de eindklant, die er misschien wel 1,3 van maakt. Dat is dus al 30 procent te ruim genomen. En niet omdat die ruimte nodig is, maar omdat mensen niet goed met elkaar communiceren.’

In gesprek met elkaar

Lenze zet juist daarom sterk in op communicatie, zegt Ricke. ‘Als we echt meer inzicht willen geven in hoe je energie-efficiënter kunt werken, moet je dit probleem van meerdere kanten aanvliegen. Mijn team praat daarom niet alleen met de oem, maar ook met de eindklant.’

Lenze gaat daarnaast regelmatig in gesprek met partijen die andere delen van de logistieke systemen ontwikkelen. ‘Bijvoorbeeld met de partijen die de aandrijfriem maken. Als wij allemaal dezelfde taal spreken, kunnen we ervoor zorgen dat onze systemen op elkaar afgestemd zijn en daardoor energie-efficiënter werken. Dan kunnen we tegen klanten zeggen: als je mijn systeem gebruikt en deze specifieke band, is jouw energieverbruik lager.’

Cultuurverandering

Wie echte winst wil behalen met energie-efficiëntie, gaat met de gehele puzzel aan de slag. Maar het is lang niet altijd realistisch om alle onderdelen tegelijk aan te pakken. ‘Je moet een balans vinden tussen wat je moet investeren en hoeveel je dan bespaart’, beaamt Ricke. ‘Maar je kunt natuurlijk wel de aandrijfriem vervangen, en zeker ook de frequentieregelaar en de aandrijving.’ Dat hoeft ook niet allemaal in één keer, benadrukt hij. ‘Je kunt dat stap voor stap doen, bijvoorbeeld door per weekend een onderdeel of sectie aan te pakken. Het gaat vooral om hoe graag je iets wil veranderen.’

Het probleem is dat lang niet iedereen op een andere manier wil werken. Ricke: ‘Vaak hoor ik: we doen dit al jaren zo, waarom zouden we dat veranderen? Het antwoord is eenvoudig. Omdat er technologische vooruitgang is geboekt, waardoor men minder energie verbruikt en het systeem ook beter op de daadwerkelijke behoefte kan worden afgestemd.’

Het technische aspect is dan ook maar één deel van de uitdaging. Wie energie-efficiënter wil werken, moet ook inzetten op een cultuuromslag. Ricke heeft wat dat betreft veel vertrouwen in de nieuwe generaties die de werkvloer op komen. ‘Zij kijken wat meer naar een milieuvriendelijkere aanpak, terwijl de output hetzelfde blijft. Die cultuurverandering komt dus wel.’

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Geverifieerd door ExactMetrics