DEME heeft op zijn locatie in Vlissingen officieel het nieuwe jack-up offshore transport- en installatieschip Norse Energi gedoopt. Kort daarvoor werd ook zusterschip Norse Wind in Oslo ceremonieel in gebruik genomen. Met beide schepen breidt DEME zijn capaciteit voor offshore windprojecten fors uit.
Norse Energi vertrekt binnenkort naar de Baltische Zee en de Noordzee. Het schip wordt vanaf juni 2026 ingezet voor het Windanker offshore windpark van Iberdrola in de Duitse Baltische Zee. Daarna volgt inzet op het Hornsea 3-project van Ørsted in het Verenigd Koninkrijk.

Volgens CEO Luc Vandenbulcke markeert de ingebruikname van Norse Energi een nieuwe stap in de verdere uitbouw van offshore windenergie. “Deze schepen weerspiegelen onze ambitie om grenzen te verleggen en klanten te ondersteunen bij de volgende generatie offshore windprojecten,” aldus Vandenbulcke.
De doop werd verricht door Fabienne Ackermans, afkomstig uit de stichtende familie van DEME.
De twee nieuwe schepen zijn ontworpen voor het transport en de installatie van windturbines van de nieuwste generatie en XXL-monopiles in waterdieptes tot 70 meter. Beide beschikken over een kraan met een hefvermogen van 3.200 ton en zijn geoptimaliseerd voor maximale operationele efficiëntie. Door meerdere grote turbines tegelijk te vervoeren, kunnen projecten sneller worden uitgevoerd.
Daarnaast zijn Norse Energi en Norse Wind uitgerust met een hybride voortstuwingssysteem en een batterijpakket van 4,2 MWh. Daarmee worden pieken in het energieverbruik opgevangen, neemt de belasting van dieselmotoren af en dalen brandstofverbruik en emissies.
DEME is actief in offshore energie, baggerwerken, maritieme infrastructuur en milieuwerken. Het bedrijf behaalde in 2025 een omzet van 4,2 miljard euro en een EBITDA van 931 miljoen euro.
