Wie is de eigenaar van data? De machinebouwer die sensoren plaatst, op afstand gegevens verzamelt over prestaties en slijtage van al zijn systemen in het veld, en die input gebruikt om de volgende generatie machines te verbeteren? Of de eindgebruiker die de machine in zijn productielijn heeft staan en er helemaal niet op zit te wachten dat mogelijk concurrentiegevoelige informatie buiten de hekken van het fabrieksterrein wordt opgeslagen? De eerste ingeving zal wellicht zijn dat de gebruiker het eigendom heeft; het is immers zijn machine. ‘Ik kan me dat ook helemaal voorstellen, alleen juridisch is dat wat lastig’, zegt Jos van der Wijst, IP- en data-advocaat bij BG.legal. Al in 2023 oordeelde de rechtbank in Amsterdam dat data volgens Nederlands recht geen eigendom kunnen zijn. Niemand kan ze claimen, verpanden of terugvorderen; niet op basis van de wet in ieder geval.
Van der Wijst krijgt al jaren casussen op zijn bureau die gaan over de vraag wie het eigendomsrecht heeft om data te gebruiken. ‘Lange tijd was er geen wettelijke basis om uitspraak over dit soort zaken te doen.’ Het rechtbankoordeel uit 2023 bracht daar in feite geen verandering in. ‘Je kon alleen via contracten afspreken wie wat mocht doen. Maar wie de beschikking had over de data, had feitelijk de macht, maar niet het eigendomsrecht.’
Sinds september is er iets veranderd. Niet in het eigendomsrecht, maar wel in de mogelijkheden om afgifte van data van anderen te kunnen vragen. De Europese Data Act is van kracht en beoogt data beter beschikbaar te maken voor iedereen. ‘De Data Act is onderdeel van de Europese digitaliseringsagenda’, vertelt Van der Wijst. ‘Europa wil een eigen data-economie opbouwen, om te kunnen concurreren met de VS en China. Dus moeten ruwe data beschikbaar kunnen komen voor anderen, mits daar redelijke voorwaarden tegenover staan. Bedrijven die over data beschikken, kunnen dus niet meer zomaar weigeren ze te delen. Sterker nog: anderen kunnen afdwingen dat ook zij de data krijgen.’ Om het juridisch zuiver te houden: deze wet geldt alleen voor ruwe data, niet voor verrijkte of bewerkte data, en ook niet voor data die overduidelijk concurrentiegevoelig zijn.
Een gevolg van de Data Act is dus dat een AI-start-up die zijn model wil trainen, bij een fabrikant kan aankloppen met de vraag om toegang tot relevante datasets. ‘En dan moet die fabrikant de data leveren, tegen een faire prijs’, legt Van der Wijst uit. ‘Het gaat dus niet om eigendom, maar om beschikbaarheid.’ Een vreemde paradox misschien: data zijn van niemand, maar ze kunnen wel verhandeld worden. Van der Wijst vergelijkt het met het octrooirecht: ‘Bij zogenaamde standaard-essentiële patenten mag een octrooihouder niet zeggen: “Niemand krijgt dit.” Hij moet ze onder redelijke voorwaarden beschikbaar stellen. FRAND is het acroniem dat daarbij wordt gebruikt: fair, reasonable and non-discriminatory. Dezelfde logica geldt nu voor data. Als een datahouder weigert, kan de rechter bepalen wat redelijke voorwaarden zijn.’
Voor de maakindustrie zijn de gevolgen groot. Machinebouwers kunnen altijd toegang tot de ruwe data uit hun installed base krijgen, zelfs als een gebruiker de deuren gesloten probeert te houden. De Data Act opent ook de deuren voor bijvoorbeeld onderhoudspartijen of AI-bedrijven die met de data nieuwe diensten willen ontwikkelen. ‘Stel dat ik een fabriek run met machines van één leverancier. Tot nu toe was ik voor onderhoud volledig afhankelijk van die leverancier, want alleen die had de data. Maar als een concurrent met die ruwe data aan de slag mag, ontstaat er keuzevrijheid’, schetst Van der Wijst. ‘De Data Act legt verplichtingen op aan de datahouder, maar creëert voor hem net zo goed kansen. Hij kan datasets bijvoorbeeld ook gaan vermarkten. Dan heb je ineens een nieuw verdienmodel in handen.’
Toch zullen er grenzen blijven. Wanneer data bedrijfsgeheimen of persoonsgegevens onthullen, mag een bedrijf weigeren ze te delen. Waar die grens precies ligt, zal per geval moeten blijken. ‘De wet geeft de norm, maar niet de invulling’, weet Van der Wijst. ‘Dat blijft interpretatie, en uiteindelijk zal de rechter richting moeten geven.’
Ook praktisch brengt de wet nieuwe verplichtingen met zich mee. Zo moeten data in een leesbaar, gestandaardiseerd formaat kunnen worden uitgewisseld. Dat vraagt investeringen in infrastructuur en beveiliging. ‘En dat zal in onderhandelingen over de vergoeding zeker een argument zijn’, verwacht Van der Wijst. ‘Slimme ondernemers zullen dus vroeg inspelen op de vraag naar data-uitwisseling en -diensten.’
Van der Wijst ziet de Data Act als een kantelpunt: ‘De beschikbaarheid van ruwe data gaat de waarde van producten en diensten veranderen. Door datasets te combineren, kun je onderhoud verbeteren, risico’s beter inschatten, verzekeringen verfijnen, noem maar op.’ Zijn boodschap aan de industrie is dan ook helder: ‘Onderzoek wat de Data Act voor jou betekent. Niet alleen om te voldoen aan verplichtingen, maar vooral om te zien welke nieuwe markten open gaan. Want de bedrijven die nu begrijpen hoe ze hun data kunnen delen, beheren en benutten, zijn straks de winnaars van de Europese data-economie.’
