Dag van de Remanufacturing: ‘Het is een product met ervaring’

0

Op de eerste Dag van de Remanufacturing lopen machinebouwers, apparatenbouwers, toeleveranciers, juristen, provinciebestuurders en een enkele nieuwsgierige student door elkaar heen. Voor een onderwerp dat tot voor kort vooral in beleidsstukken en routekaarten leefde, blijkt in de praktijk een verrassend grote schare geïnteresseerden te bestaan.

Bart Kroesbergen (Joop van Zanten Staalservice) ging tijdens de opening in gesprek met gedeputeerde Meindert Stolk (Provincie Zuid-Holland) over de economische noodzaak van remanufacturing.

– Welke materialen worden rondgepompt, via welke fabrikanten en leveranciers?

– ‘Juist in de regio kunnen provincies netwerken ondersteunen en partijen bij elkaar brengen.’

– ‘Als de functionaliteit exact hetzelfde is als bij een nieuwe machine, mag hij dan niet hetzelfde kosten?’

– ‘Het gaat niet alleen om duurzaamheid, maar om een nieuw verdienmodel.’

Op de Dag van de Remanufacturing draait alles om één simpele vraag: hoe houd je een product, een onderdeel, een machine zo lang mogelijk waardevol? Het Remanufacturing Collectief en Link Magazine organiseerden deze interactieve dag in opdracht van de provincies Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Brabant, Overijssel en Gelderland. De ambitie die gedurende de dag breed uitgedragen wordt: in 2030 moet remanufacturing een kernonderdeel zijn van het verdienmodel van de Nederlandse maakindustrie.

Christiene Everaars (Siemens) en Bart van Dartel (Vanderlande) bespraken de rolverdeling tussen OEM en technologiepartner bij remanufacturing.

Onontkoombare ontwikkeling

De aftrap is voor Bart Kroesbergen, directeur bij Joop van Zanten Staalservice. Hij zet de toon met een paar stellingen die duidelijk maken waarom remanufacturing op dit moment onontkoombaar is: concurrentie, grondstoffentekort, een nieuw verdienmodel, en de groeiende noodzaak om samen te werken. Ook voor multinationals die daar van oudsher niet als eerste aan denken.

Daarna krijgt hij de gelegenheid gedeputeerde Meindert Stolk van de provincie Zuid-Holland eens goed aan de tand voelen, iets waar hij zichtbaar naar had uitgekeken. Zijn openingsvraag: ‘Waarom remanufacturing en waarom nu?’ Stolk: ‘Het is een belangrijk onderdeel van de circulaire economie, en de geopolitieke noodzaak komt er inmiddels nadrukkelijk bovenop.’ Op de vraag waarom dit onderwerp bij de provincies ligt en niet bij de landelijke politiek, verklaart Stolk: ‘Innovatie is hard nodig, zowel voor de regio als voor het Rijk en Europa. Er komt wetgeving aan, maar de uitvoering ervan landt uiteindelijk in de regio en juist daar kunnen provincies netwerken ondersteunen en partijen bij elkaar brengen.’

Kroesbergen besluit met een boodschap die rechtstreeks aan de bedrijven in de zaal is gericht: het moet vanuit de bedrijven zelf komen. ‘Wie niet meedoet, heeft straks het nakijken. De koplopers maken het verschil.’ Zijn woorden zetten de toon voor de rest van de middag: dit is geen vrijblijvend duurzaamheidsthema, maar een kwestie van overleven in een markt waarin grondstoffen schaarser worden en ketens onvoorspelbaarder.

Wie pakt de regie?

Na de opening gaat de zaal uiteen naar themasessies. De sessie ‘Remanufacturing in de keten: wie pakt de regie?’ werd verzorgd door Bart van Dartel (senior manager sustainability & circularity bij Vanderlande) en Christiene Everaars (bij Siemens verantwoordelijk voor sustainability & public affairs). Een oem en een technologiepartner die elkaar in de dagelijkse praktijk regelmatig tegenkomen, en hardop moeten uitzoeken wie welk stuk van het verdienmodel op zich neemt.

Everaars trapt af met een nuchtere constatering: ‘Siemens is een hoogtechnologisch bedrijf, voor ons moet het interessant zijn om je te begeven in dit werkveld.’ Geen ideologisch statement, maar een zakelijke afweging – en meteen een eerlijke: ‘We staan aan het begin van het proces en zijn onze rol nog aan het ontdekken.’

Om enige orde te scheppen in de begripsverwarring die al snel ontstaat, komen eerst enkele definities op tafel die de sector door elkaar gebruikt:

  • Repair – repareren wat stuk is
  • Refurbish – opknappen naar ‘goed’
  • Remanufacture – dezelfde functie als nieuw
  • Retrofit – verbeterde functie
  • Reuse – opnieuw gebruiken

Van Dartel maakt meteen duidelijk waar voor zijn bedrijf de grens ligt: ‘Een heel systeem van ons ga je niet remanufacturen. Componenten wel, en per component is het weer anders.’ De systemen van Vanderlande staan op locatie bij de klant; als onderdelen aan vervanging toe zijn, soms slijtagedelen, soms hele mechatronische modules, kan de kwaliteit daar niet fatsoenlijk worden getest. Dus gaat het onderdeel terug naar de fabriek, waar motoren en elektronica wél grondig worden gecontroleerd.

Everaars schetst een ander speelveld: Siemens levert high-value modules, waarbij grondstoffenschaarste een directe rol speelt. Bij voldoende volume kan daar een proces omheen worden ingericht, bijvoorbeeld bij elektrificatie, met veel switchdelen, al staat dat volgens haar nog echt in de kinderschoenen: ‘Daar moeten we nog veel leren, ook in de organisatie.’

Kwaliteit van het onderdeel blijkt doorslaggevend, maar beschikbaarheid en kostprijs wegen minstens zo zwaar. En logistiek: wie heeft welk onderdeel, waar ligt de voorraad, voegt een extra laag complexiteit toe? Van Dartel ziet een duidelijke verschuiving richting performance-based contracts: niet langer factureren op uren en spare parts, maar op uptime.

Verder dan kartrekker

Een vraag uit de zaal brengt het gesprek op de mens achter het proces: het begint vaak bij één persoon binnen een organisatie die de kar trekt. Persoonlijk leiderschap, transformatievermogen, en dat moet uiteindelijk op alle niveaus doorsijpelen, niet bij één missionaris blijven hangen. Everaars illustreert dat met een voorbeeld: Siemens heeft een Duitse directeur sustainability aangesteld die hard stelt dat iets pas telt als het écht invloed heeft op de producten zelf. Het gevolg: alles wordt geredesignd. Van Dartel beaamt dat het niet bij één afdeling blijft, maar de hele organisatie én de hele keten raakt. ‘Kennis en adoptie: we willen dit, maar op een gegeven moment is dat niet meer genoeg. Geen discussie meer, gewoon invoeren.’

Everaars erkent dat wetgeving een belangrijke aanjager is, de CO2-uitstoot in de supplychain moet omlaag en dat raakt ook het mkb verderop in de keten. Tegelijk zit regelgeving soms juist in de weg als het gaat om het mogen hergebruiken van materialen. Vanderlande op zijn beurt wordt vooral gedreven door de klantvraag, al is nog niet duidelijk of remanufacturing daadwerkelijk resulteert in een kortere levertijd. De denkwijze binnen R&D verschuift merkbaar: werd vroeger het oude systeem zo snel mogelijk uitgefaseerd zodra het nieuwe er was, nu wordt daar heel anders naar gekeken. Standaardisatie wordt gezien als randvoorwaarde om dit succesvol en schaalbaar te maken.

Werken aan imago

Een prangende vraag uit de zaal raakt een gevoelige snaar: op de tweedehandsmarkt circuleren nog altijd refurbished producten van bedenkelijke kwaliteit, hoe keer je dat imago om? Volgens de sprekers door een dekkend reparatienetwerk en, breder, door ecosysteemdenken. Hoe goed ken je eigenlijk je eigen installed base? De digitale connectie daarmee is cruciaal, en de binnen de eigen serviceorganisatie aanwezige kennis en creativiteit moeten actief beschikbaar komen om te kunnen sturen. Als integrator kun je bovendien geen afgesloten platform hanteren – die richting wordt wel ingeslagen, maar het duurt nog even. Voor het kleinere mkb ligt de verwachting vooral bij meer gezamenlijk uitdenken.

Aan het eind van de sessie verschuift het gesprek naar de grondstoffen zelf. Welke materialen worden eigenlijk rondgepompt, via welke fabrikanten en leveranciers? Daar valt volgens beide sprekers nog veel over uit te zoeken. Everaars wijst op kostbare materialen als aluminium, koper, kobalt en zeldzame aardmetalen, die elektronica tot een kritische grondstof maken; efficiënter uitgelegde systemen hebben simpelweg minder elektronica nodig. 3D-printen wordt bij Siemens inmiddels ook daadwerkelijk toegepast, in uiteenlopende toepassingen. Van Dartel sluit af met een heldere ambitie: nieuw en refurbished gelijkstellen, samenwerken in zowel de lineaire als de circulaire keten, en meer aandacht voor design-for-recycling én design-from-recycling.

Van eieren tot wintermanagement

In de sessie over het positioneren van remanufacturing delen vertegenwoordigers van Moba Group en Schuitemaker hun verhaal. Herbert van Ginkel, manager SMS/Refurbished bij Moba, vertelt dat het bedrijf al dertig jaar sorteer- en verpakkingssystemen voor eieren reviseert. Onderdelen worden na inspectie en demontage vervangen door gecertificeerde gereviseerde componenten. De systemen kunnen in sommige gevallen zelfs worden voorzien van de nieuwste software, en alles wordt getest volgens dezelfde strenge kwaliteitseisen als een gloednieuw systeem. Geen compromis dus, maar een tweede leven met eersteklasgaranties.

Henk Landeweerd, directeur bij Schuitemaker, vertelt dat zijn bedrijf zich richt op een zo hoog mogelijke CO2-besparing voor de klant. ‘Als je tot 70 procent CO2-besparing kunt realiseren voor de klant, mag daar ook een prijskaartje aan hangen. En als de functionaliteit exact hetzelfde is als die van een nieuwe machine, mag hij dan niet hetzelfde kosten?’ stelt hij. Natuurlijk zijn er – helemaal als het gaat om wintermanagement – specifieke factoren te overwegen waardoor je een dergelijk product niet gelijk kunt schakelen aan een nieuw product. Zout leidt tot degradatie van staal. Maar klant Rijkswaterstaat vraagt om het refurbishen van hun machinepark. De volgende stap is niet het product verkopen maar volledig overgaan op servitization.

Ook nu komt de zaal tijdens de presentatie regelmatig met vragen en reacties, over leasen, over hoe je begint en over het risico op kannibaliseren van de verkoop van je nieuwe systemen.

Tijdens het slotpanel gingen vertegenwoordigers van industrie en kennisorganisaties in gesprek over de volgende stap richting een circulaire maakindustrie.

Slotpanel: waar het nog schuurt

Aan het eind van de middag komen de losse draden samen in een panelgesprek tussen Aernout Dijkstra-Hellinga (hoofd product design Bugaboo), Frank Bruins (sales & marketing manager Timmerije), Ad Kleinjans (implementatiemanager circularity & ESG VDL Groep) en Jeroen van Nistelrooij (site manager Sims Lifecycle Services). Hier wordt vooral duidelijk dat de één verder in het proces zit dan de ander. Timmerije hanteert al een closed loop in het spuitgieten, waarbij restplastic simpelweg wordt vermalen en opnieuw ingezet. Bij Bugaboo zit de complexiteit vooral in de supplychain. En Sims Lifecycle Services loopt tegen een ander dilemma aan: belangrijke data kunnen veiliggesteld worden, maar de rest moet om veiligheidsredenen worden vernietigd.

Opvallende conclusie: Europa loopt hierin voor op China. Hoewel de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat niet iedereen bereid is te betalen voor duurzaamheid. Een nuchtere noot aan het eind van een dag vol ambitie.

Schatgraven in eigen tuin

Siem Haffmans (partner/strategisch consultant Partners for Innovation) en Niels van Olffen (medeoprichter Remanufacturing Collectief) vatten het treffend samen: het gaat niet alleen om duurzaamheid, maar om een nieuw verdienmodel. ‘Schatgraven in eigen tuin’, noemen ze het. Nederlandse maakbedrijven maken al hoogwaardige producten, de vraag is alleen hoe je die kwaliteit zo lang mogelijk weet te benutten.

Aan het eind van de dag, met de expo nog nagalmend in de hoofden van de bezoekers en de laatste gesprekken bij de uitgang, is duidelijk dat er nog genoeg te ontdekken valt. Wie welke rol pakt in de keten, wie welke data deelt, hoe je een hardnekkig imagoprobleem oplost – geen vragen die in één middag beantwoord worden. Maar de zaal zat vol, de vragen bleven komen en vijf provincies bleken bereid om er gezamenlijk hun schouders onder te zetten. Voor een allereerste editie is dat een veelbelovend begin.

Provincies voelen de urgentie

Remanufacturing moet een volwaardig en rendabel onderdeel van het productportfolio worden. Dat geluid is hoorbaar bij alle vijf de provincies die zich aan het Remanufacturing Collectief hebben verbonden. Gedeputeerde Helga Witjes van de provincie Gelderland: ‘Remanufacturing is niet alleen een duurzaam alternatief, maar vooral een strategische keuze om als sector toekomstbestendig te blijven.’ En ondernemers die nog twijfelen, stelt ze gerust: ‘Ondernemers hoeven het niet alleen te doen en niet alles in één keer.’

Uit Noord-Brabant klinkt een vergelijkbare overtuiging, met een net iets andere nadruk. Gedeputeerde Martijn van Gruijthuijsen: ‘Remanufacturing laat precies zien waar we in onze provincie naartoe willen: een nog sterkere maakindustrie die slimmer omgaat met grondstoffen én tegelijk haar verdienvermogen vergroot.’ Erwin Hoogland, gedeputeerde voor de provincie Overijssel: ‘Bedrijven laten zien dat remanufacturing al kan, en die initiatieven blijven we ondersteunen.’

En uit Utrecht komt, bij monde van gedeputeerde Has Bakker, vooral een oproep tot actie: ‘Begin vandaag, werk samen en maak gebruik van de kansen die er zijn.’ Vijf provincies met een verrassend eensluidende teneur: wat ooit een duurzaamheidsvraagstuk was, is inmiddels een economische strategie.

Link magazine en Maaklos organiseren op donderdag 17 juni 2027 De Dag van Remanufacturing wederom in de Tinfabriek te Naarden. U kan zich al aanmelden bij Egbert Rinsma egbert@maaklos.nl

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Geverifieerd door ExactMetrics