Nieuwe technologieën worden vaak met een hoop bombarie aangekondigd. In deze nieuwe rubriek kijken we terug op zulke hypes en onderzoeken we wat er van de gouden bergen is terechtgekomen. Dit keer: de collaboratieve robots. ‘Tien jaar geleden vroegen bedrijven expliciet om een cobot. Nu gaat het veel meer over de toepassing.’

Een decennium geleden leek de richting van industriële automatisering vast te liggen. Collaboratieve robots verschenen in rap tempo in analyses en toekomstverkenningen. Enthousiastelingen claimden dat deze cobots hun klassieke industriële broertjes razendsnel zouden gaan verdringen. Het vooraanstaande engineeringmagazine IEEE Spectrum bestempelde cobots als de nieuwe generatie robots die goedkoper, eenvoudiger en toegankelijker zou zijn. Die combinatie zou zorgen voor snelle adoptie van de technologie, vooral in het mkb. In dezelfde periode schetste het World Economic Forum een toekomstbeeld waarin cobots schouder aan schouder met mensen zouden samenwerken op de productievloer.
Die beloftes werden breed gedragen. Cobots werden gepositioneerd als dé sleuteltechnologie voor flexibiliteit, variatie en mensgerichte productie. De gedachte dat automatisering voortaan zonder hekwerken kon plaatsvinden, gaf het verhaal extra aantrekkingskracht. Cobots stonden symbool voor de nieuwe slimme maakindustrie.
Beeld bijstellen
Heico Sandee stond op dat moment al midden in de ontwikkeling. In 2010 kocht hij zijn eerste cobot en vijf jaar later richtte hij samen met Alten-collega Mark Menting Smart Robotics op, een uitzendbureau voor cobots dat klanten helpt met de integratie van robottechnologie in hun processen. Sandee herkent de aantrekkingskracht van die beginjaren: ‘Cobots waren superinteressant omdat ze betaalbaar leken en omdat ze veilig naast mensen konden werken.’ In de dagelijkse praktijk bleek dat beeld niet helemaal correct. ‘Zodra je er intensief mee werkt, ontdek je dat die verkoopargumenten niet kloppen. De aanschafprijs ligt hoger dan veel mensen verwachtten’, aldus Sandee.
Ook de gedachte van directe mens-machinesamenwerking bleek minder vanzelfsprekend. ‘In de meeste toepassingen draait een cobot zijn eigen taak’, zegt Sandee. ‘En je wilt hem toch vooral laten produceren en niet voortdurend verstoren. Er hoeft doorgaans alleen een operator bij te komen als er iets misgaat. Ik zie zelden of nooit cases waarin mensen en collaboratieve robots daadwerkelijk naast elkaar bijvoorbeeld assemblagetaken uitvoeren.’
Snel aan de slag
Dat betekent zeker niet dat de cobot zijn relevantie heeft verloren. Volgens Sandee is de waarde naar een ander niveau verschoven. ‘Het onderscheid zit in de integratie’, zegt hij. ‘Cobots zijn veel eenvoudiger te installeren, sneller te programmeren en daardoor sneller operationeel. Die voordelen ten opzichte van traditionele robotarmen zijn er nog steeds. Daarom is de markt voor cobots blijven groeien.’
Sandee verbaast zich erover dat klassieke robotbouwers die gebruiksvriendelijkheid nauwelijks hebben overgenomen. ‘Industriële robots blijven sterk gericht op specialistische gebruikers, terwijl cobots juist zijn ontworpen met de eindgebruiker in gedachten’, stelt hij. Toch kan niet Jan en alleman zelfstandig met een cobot aan de slag. ‘Een cobot betrouwbaar laten draaien is complexer dan het lijkt. Je ziet dat bedrijven enthousiast starten en daarna alsnog expertise nodig hebben.’
Groei in cijfers
De ontwikkeling die Sandee beschrijft, is terug te zien in de data van de International Federation of Robotics. Rond 2015 waren cobots nog een niche binnen de industriële robotmarkt. In de jaren daarna nam het aantal installaties gestaag toe. In 2023 werden wereldwijd ruim 57.000 cobots geïnstalleerd, goed voor 10,5 procent van alle nieuwe industriële robots dat jaar. In 2024 liep dat aantal verder op tot meer dan 64.000 installaties en een aandeel van bijna 12 procent.
Tegelijk groeide de totale robotmarkt sterk. Het aantal jaarlijkse installaties verdubbelde in dezelfde periode. De cobot groeide mee in absolute aantallen en heeft een stabiele plek binnen dat grotere geheel veroverd. Maar cobots hebben hun industriële tegenhangers niet verdrongen. De International Federation of Robotics typeert cobots expliciet als een aanvulling binnen industriële automatisering.
Veranderde vraag
In gesprekken met klanten ziet Sandee die stabilisatie terug. ‘De vraag is veranderd’, zegt hij. ‘Tien jaar geleden vroegen bedrijven specifiek om een cobot. Nu gaat het veel vaker over de toepassing.’ De keuze voor een robot wordt daarmee projectgedreven. Payload, snelheid, ruimte en omgeving bepalen welke technologie wordt ingezet.
De cobot heeft een stabiele plek veroverd
Bij Smart Robotics wordt die afweging vaak gemaakt aan de hand van bestaande situaties. ‘In een brownfield-omgeving heb je meestal te maken met beperkte ruimte en bestaande processen’, legt Sandee uit. ‘Daar speelt het lage gewicht van een cobot en de flexibiliteit in plaatsing een belangrijke rol.’ In nieuwe productielijnen liggen de prioriteiten anders. ‘Dan zijn snelheid en capaciteit bepalend, en blijken industriële robots doorgaans beter aan te sluiten bij de wensen.’
Concurrentie en prijsdruk
De cobotmarkt is ondertussen drukker geworden. Was eerder de Deense cobotpionier Universal Robots lange tijd dominant, nu laten traditionele robotfabrikanten en nieuwe spelers zich nadrukkelijk gelden. ‘In het begin trokken die fabrikanten een researchproject uit de kast en plakten ze er een cobotsticker op’, vertelt Sandee. ‘Maar inmiddels hebben ze een serieuze cobotbusiness opgezet. Fanuc is bijvoorbeeld een van de grootste concurrenten van Universal Robots.’ En nieuwe spelers zorgen dat het speelveld nog verder verandert. ‘Er komen nu cobotarmen op de markt, zoals die van het Chinese Fairino, die een veelvoud goedkoper zijn dan die van Universal Robots of Fanuc. Functioneel zijn ze sterk, al blijft gecertificeerde veiligheid een aandachtspunt.’
Voor integratoren betekent dat scherpe keuzes. Smart Robotics werkt met een beperkt aantal merken om service en beschikbaarheid te garanderen. Tegelijk groeit de druk om nieuwe technologieën te omarmen. ‘Sommige fabrikanten, zeker die uit Azië, lopen voorop in nieuwe functionaliteiten, soms wel een jaar’, zegt Sandee. ‘Daar kun je als integrator niet omheen, want de markt accepteert natuurlijk niet dat ze moeten wachten tot die functionaliteit beschikbaar komt.’
Volwassen markt
Een decennium na de eerste grote beloftes laat de cobotmarkt een genuanceerder beeld zien. ‘Er zal altijd een balans blijven tussen cobots en industriële robots’, verwacht Sandee. ‘Beide technologieën hebben hun eigen onderscheidende waarde.’ Tegelijk ziet hij markten naar elkaar toe bewegen. Industriële robots krijgen steeds meer functionaliteiten die nu met cobots worden geassocieerd, terwijl cobots zwaarder worden, meer kunnen tillen en meer functies krijgen. ‘Zodra sensoren op industriële robots beter en betrouwbaarder worden, en daadwerkelijk onderscheid kunnen maken tussen mens en object, ontstaan nieuwe mogelijkheden en kunnen ze ook veilig in de nabijheid van mensen opereren.’
Prijs vormt volgens Sandee een tweede dominante factor. De opkomst van Chinese robotfabrikanten vergelijkt hij met wat er in de automarkt gebeurt. ‘Tien jaar geleden zag je hier nauwelijks Chinese auto’s; nu rijden ze in elke straat. Dat komt doordat moderne autotechnologie minder complex is dan vroeger. Het is staal, elektromotoren en slimme software. Dat geldt voor robots net zo goed. Chinese partijen kunnen dat uitstekend en produceren goedkoper.’ Sandee verwacht dat prijsdruk structureel wordt en acceptatie van die merken verder toeneemt. ‘Daar kun je als markt niet omheen.’
De derde beweging verwacht Sandee buiten de fabriek: nieuwe cobottoepassingen in omgevingen waar mens en machine daadwerkelijk naast elkaar bewegen. ‘In productielijnen blijft snelheid leidend. Daar moet een robot gewoon produceren’, zegt hij. ‘Maar in mensgerichte omgevingen zoals restaurants, logistieke hubs of andere publieke ruimtes ligt dat anders.’ Een cobot die in een drukke McDonald’s-keuken hamburgers bakt, Sandee ziet het wel gebeuren. ‘Het is nog onontgonnen gebied voor cobots, maar in die toepassingen liggen absoluut kansen.’ Dit type applicaties past ook bij de rol die cobots inmiddels voor zichzelf hebben gevonden: dicht bij mensen, zonder de pretentie de fabriek opnieuw uit te vinden.
