Terwijl de Europese industrie in de problemen zit, blijft in Delft een jong industriebedrijf groeien. CEAD specialiseert zich in de bouw van grote 3D-printers, die alles van auto-onderdelen tot heuse scheepsrompen maken. Dat succes kwam er na jaren van evolutie, met heel wat bijsturingen van het product en uitdagingen om te overwinnen.
‘We zijn door moeilijke periodes gegaan’
Wanneer we denken aan 3D-printers, dan gaat het vaak over kleine exemplaren die in kleine plastic onderdelen printen. Dat is niet waar het bij CEAD over gaat. ‘De industrie heeft ook grote onderdelen nodig’, begint Lucas Janssen, ceo en medeoprichter van het Delftse bedrijf. ‘Dat gaat bijvoorbeeld over de neus van een locomotief of de romp van een schip. Nu maken bedrijven zulke onderdelen meestal nog met de hand. Die productieprocessen zijn moeilijk te automatiseren omdat er in kleine series wordt gebouwd, en omdat er heel vaak variaties in de productie zitten. Een treinbouwer zal bijvoorbeeld een licht andere neus leveren aan verschillende treinbedrijven. Onze machines lossen dat op.’
Zo bouwt CEAD enerzijds erg grote 3D-printers voor zijn klanten, die bijvoorbeeld onderdelen van gemakkelijk tien meter kunnen printen. Maar daar stopt het werk niet. ‘We bieden een totaaloplossing’, vertelt Janssen. ‘We blijven niet enkel bij het 3D-printen, maar voegen ook andere processen toe. Een robotarm kan bijvoorbeeld een printkop afzetten, en op zijn beurt een freesmotor oppakken. Zo automatiseren we zoveel mogelijk van het proces. Onze klanten kopen een machine die precies voor hen geoptimaliseerd is.’
CEAD levert dus machines op maat voor zijn klanten. Dat doet het vanuit een modulaire filosofie. ‘Dat is belangrijk, want onze klanten lopen stevig uiteen’, vertelt Janssen. ‘BMW is een klant. Dat gaat over onderdelen van vier of vijf meter in lengte. Maar we hebben evengoed klanten die bootrompen printen, met onderdelen van meer dan tien meter.’
Iteraties
CEAD bestaat ondertussen al meer dan tien jaar. Het bedrijf ontstond toen Janssen en medeoprichter Maarten Logtenberg nog studenten waren aan de TU Delft. Het oorspronkelijke idee achter CEAD was om maatwerkmachines te bouwen voor klanten die procesautomatisering nodig hadden, maar dat concept veranderde sindsdien meermaals. ‘Er zijn heel wat jaren en iteraties overheen gegaan’, vertelt Janssen. ‘Alle stappen klinken achteraf gezien vrij logisch. Maar als ik eerlijk ben, zijn we door enkele moeilijke periodes gegaan.’
‘Bedrijven willen steeds vaker lokaal produceren; onze producten passen daar perfect in’
In 2014 begon CEAD in een garagebox dichtbij de universiteit. ‘We konden heen en weer pendelen tussen de lessen door. We hebben heel wat colleges overgeslagen’, lacht Janssen. ‘Uiteindelijk werd de garagebox te klein. Toen zijn we naar Rotterdam verhuisd, zonder af te studeren.’ Enkele jaren later keerde het tweetal terug naar Delft, waar tot vandaag het hoofdkwartier zich bevindt. Daar voelen ze zich thuis, dichtbij de universiteit en technisch talent, van ingenieurs tot technisch geschoolde arbeiders.
De focus op grote 3D-printers kwam er niet vanzelf. ‘Na drie jaar kwam die realisatie er’, blikt Janssen terug. ‘We waren toen bezig met een groot project voor een bedrijf dat oliefilters maakt voor de auto-industrie. Zij vroegen ons om dat te automatiseren. We waren in een vergevorderd stadium, met allerhande concepten. Toen we de machineaanbieding deden, moest het bedrijf plots de opdracht uitstellen. We realiseerden ons dat het salesproces heel risicovol is wanneer je geen specialist bent in dat veld. Dat was geen duurzaam businessmodel.’ Dus werd duidelijk dat CEAD zich moest specialiseren.
Bijna fataal
‘We hebben toen een aantal opties verkend’, gaat Janssen verder. ‘We hadden bijvoorbeeld kennis in luchtfilters opgebouwd, dat was één optie. Maar we waren al een tijdje bezig met 3D-printen, en dat met grote onderdelen doen was een interessant probleem. We bezaten de kennis en het was iets waarvoor we een passie hadden. Er kwam ook heel snel vraag uit de markt. We haalden met deze nieuwe focus onmiddellijk opdrachten binnen. Toen realiseerden we ons dat dit de juiste focus was.’
Maar zelfs na die keuze moest het idee achter het bedrijf verder worden aangescherpt. ‘Eén project werd bijna het einde van CEAD’, vertelt Janssen. ‘We hebben eens de grootste 3D-printer van Europa ontwikkeld. Dat deden we voor twee klanten, die ons de fondsen voorschoten. Toch kwamen we in geldproblemen. We hebben toen op het laatste moment een investering kunnen binnenhalen, naast een subsidie van de Europese Commissie, na drie keer het dossier indienen. Daarmee hebben we toch de machine kunnen lanceren.’
Eens gelanceerd dook er echter een nieuw probleem op. ‘De machine was niet flexibel genoeg’, vertelt Janssen. ‘Slechts zeer weinig bedrijven konden gebruikmaken van zo’n grote 3D-printer. Sommige spelers zoeken namelijk printers voor relatief kleinere onderdelen, denk maar aan die in auto’s, terwijl anderen grotere machines nodig hebben, zoals die voor de productie van schepen. Je ontwerp moet dus flexibel zijn. Dat was een belangrijke les voor ons. In plaats van een groot megaproject heb je een flexibel en modulair ontwerp nodig, dat in verschillende sectoren aan de slag kan.’
Groei

Link magazine april/mei 2025.
Thema: Snel innoveren en de effectiviteit van r&d .Vraag exemplaar op bij mireille.vanginkel@linkmagazine.nl
Daarmee vond CEAD zijn product-marktfit, en zit het al enkele jaren in een groeifase. Dat toont zich ook in de cijfers die het bedrijf neerlegt. ‘Ons team bestaat uit zo’n honderd mensen’, vertelt Janssen. ‘In 2019 is de groei ingezet. Toen haalden we iets minder dan een miljoen euro aan omzet. Nu zitten we ruim boven de tien miljoen euro. We staan klaar om door te stomen. We kunnen de markt voor grote onderdelen echt veranderen.’
Voorlopig heeft CEAD slechts eenmaal extern kapitaal opgehaald: tijdens het project voor de grootste 3D-printer in Europa. Betekent deze nieuwe groei dat er een kapitaalronde op de planning staat? ‘Tot nu toe groeiden we vooral op eigen middelen’, antwoordt Janssen. ‘Misschien komt daar in de toekomst een einde aan. We moeten altijd onze aanpak kritisch onder de loep nemen. Maar voorlopig zijn er geen concrete plannen voor een kapitaalronde.’
3D-printcrisis
Ondertussen bevindt de 3D-printmarkt zich in moeilijk vaarwater. De industriële crisis in Europa heeft impact op 3D-printspelers. ‘3D-printen is al lang geen eengemaakte markt meer’, vertelt Janssen. ‘Het segment van medische 3D-printing heeft andere dynamieken dan manufacturing. Die laatste zit nu vast, en daar zien wij ook de gevolgen van. Tegelijk krijgt Europa te maken met concurrentie uit China, en daarbovenop een handelsoorlog met de VS. Toch zien we ook kansen opduiken.’
Voor een bedrijf als CEAD kan deze crisis namelijk ook voordelen opleveren. ‘Bedrijven willen steeds vaker lokaal produceren’, weet Janssen. ‘Onze producten passen daar perfect in. Daar zullen namelijk meer machines en meer automatisering voor nodig zijn. Zo kunnen bedrijven dure arbeidskosten vermijden en on-demand produceren. De wereld is erg onzeker vandaag. Dat zorgt voor uitdagingen, maar ook voor kansen.’
