De Nederlandse industrie heeft in het eerste kwartaal van 2026 2,3 procent meer omzet geboekt dan een jaar eerder. Die groei kwam volledig uit het buitenland. Op de thuismarkt stond de omzet juist onder druk, terwijl ook de afzetprijzen gemiddeld daalden.

De omzet van de Nederlandse industrie lag in het eerste kwartaal van 2026 2,3 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Volgens het CBS kwam die stijging vooral door een hogere afzet, terwijl de prijzen gemiddeld 1,2 procent lager lagen dan een jaar eerder.
Vooral buitenlandse afnemers zorgden voor groei. De exportomzet steeg met 4 procent, ondanks een prijsdaling van 1,9 procent. De binnenlandse industriële omzet daalde daarentegen met 0,5 procent. Daarmee blijft de internationale markt voorlopig de belangrijkste groeimotor voor de industrie.
De sterkste omzetgroei was zichtbaar bij raffinaderijen en de chemische industrie. Die branche zette 7,3 procent meer om dan een jaar eerder. Binnen die groep sprong vooral de aardolie-industrie eruit, met een omzetstijging van ruim 43 procent. Dat kwam met name door stevige prijsstijgingen in maart. In andere deelbranches, zoals chemie en kunststofverwerking, stond de omzet juist onder druk.
Ook de elektrotechnische en machine-industrie liet opnieuw groei zien. De omzet lag daar 5,1 procent hoger dan in het eerste kwartaal van 2025, terwijl de prijzen vrijwel stabiel bleven. Daarmee bevestigt de sector opnieuw zijn relatief sterke positie binnen de Nederlandse maakindustrie.

De voedings- en genotmiddelenindustrie kende juist de grootste terugval. Daar daalde de omzet met 4,3 procent, vooral als gevolg van lagere afzetprijzen.
Tegelijkertijd lijkt het sentiment in de industrie voorzichtig positief te blijven. Per saldo geven meer ondernemers aan dat de waarde van hun orderontvangst is gestegen dan gedaald. Ook verwachten meer bedrijven in het tweede kwartaal een omzettoename dan een daling, al is dat optimisme minder sterk dan eind vorig jaar.
Opvallend is verder dat ondernemers naast het tekort aan personeel opnieuw vooral wijzen op onvoldoende vraag als belangrijkste belemmering voor hun bedrijfsvoering. Ruim een kwart noemt de teruglopende vraag als grootste uitdaging, nipt gevolgd door het tekort aan arbeidskrachten.

Het aantal faillissementen lag in het eerste kwartaal lager dan een jaar eerder. In totaal gingen 73 industriële bedrijven failliet, elf minder dan in dezelfde periode van 2025.
