Oprichter Robin Koops heeft met zijn bedrijf Inreda Diabetic heel wat hordes moeten nemen om een kunstalvleesklier voor suikerpatiënten te ontwikkelen en naar de markt te krijgen. De laatste stap is nu opschaling van de productie van het kastje en de bijbehorende disposables. Opnieuw een uitdaging want Nederlandse investeerders houden de hand op de knip.

Robin Koops Inreda diabetic ©foto eric brinkhorst
- ‘Buitenlandse investeerders kijken veel meer naar de mogelijkheden en kansen.’
- ‘Het subsidiesysteem levelt niet met de snelheid van innovatieve bedrijven.’
- ‘De zeventig mensen die hier werken, hebben aardig wat productiekennis.’
- Het extra enthousiasme voor de Inreda AP moet investeerders over de streep trekken.
‘Nederlandse investeerders zijn totaal niet ondernemend’
‘Kapitaalschieters in Nederland zijn avers van risico’s en daardoor dreigen Nederlandse bedrijven naar het buitenland te vertrekken.’ Inreda-oprichter en -directeur Robin Koops windt er bepaald geen doekjes om als hij over het nationale investeringsklimaat begint. ‘Het is goed voor start-ups; voor de eerste vijf à tien jaar is het allemaal prima op orde met allerhande subsidies en regelingen. Maar daarna, als een bedrijf in de fase komt waarin het geïnvesteerde geld kan worden terugverdiend, gaat de rem erop.’ Het extra kapitaal dat dan nodig is, bijvoorbeeld om productielijnen op te zetten zoals Inreda Diabetic doet voor zijn kunstalvleesklier, komt niet vrij. ‘Het is geen kwestie van niet kunnen, maar niet willen’, benadrukt Koops. ‘De ambtenaren bij Nederlandse investeringshuizen zoals Invest-NL leggen alle mogelijke risico’s op een weegschaaltje. Ze wikken en wegen, maar uiteindelijk blijven ze op hun geld zitten. Buitenlandse investeerders kijken veel meer naar de mogelijkheden en kansen, terwijl er hier in Nederland enorm wordt ingezoomd op de kleinste risico’s; totaal niet ondernemend.’
Ook van Europese subsidies heeft Koops geen hoge pet op. ‘Je moet sowieso geluk hebben om door de ballotage heen te komen. Het is ons gelukt, maar daarna verliep het allemaal heel traag. Voordat onze aanvraag helemaal was goedgekeurd, waren we twee jaar verder. Toen waren we al klaar met de ontwikkeling waarvoor we de subsidie hadden aangevraagd.’ Hij ziet wel dat het systeem langzaamaan verbetert. ‘Maar het is nog altijd te traag, het levelt niet met de snelheid van innovatieve bedrijven. Investeerders zouden in dat gat kunnen duiken, maar dat doen ze dus niet. Het lijkt soms wel of ze bang zijn om een investering te doen die niet succesvol gaat zijn. Maar ze moeten juist risico’s durven nemen en het geld dat ze wellicht verliezen compenseren met investeringen die wel floreren.’
Een hak gezet
Na ruim twee decennia ontwikkelen en uitgebreid testen zit Inreda in de fase waarin het de productie van zijn bihormonale kunstalvleesklier (zie kader) moet gaan opschalen. Oorspronkelijk was het idee dat het systeem al dit jaar in het basispakket van verzekeraars zou zijn opgenomen. Toen Link Magazine Koops zo’n twee jaar geleden sprak, verhaalde hij nog over een ‘tijdelijke uitdaging’ in de glucagontoevoer. Dat is de afgelopen jaren echter uitgegroeid tot een complete leverstop van de Europese monopolist Novo Nordisk.
Koops tast in het duister waarom de farmagigant het kleine bedrijfje uit Goor een hak probeert te zetten. ‘Misschien is het qua omzet niet interessant genoeg’, oppert hij. ‘Of wellicht komt het doordat Novo Nordisk zijn insuline aan andere fabrikanten van insulinepompen levert, en een belang heeft in die bedrijven. Maar uiteindelijk schieten ze zichzelf in de voet.’ Want Koops zou Koops niet zijn als de ondernemer van een zwakte geen sterkte zou maken. ‘We hebben het zelf opgelost door glucagon van buiten Europa te halen. Uiteraard een variant die hier wordt geregistreerd. Onze studies zijn daardoor enigszins vertraagd, maar niet gestagneerd.’ En Inreda bouwt nu aan een eigen productiefaciliteit voor glucagon in Zuid-Europa. ‘Voor ons een mooie nieuwe businesscase’, glimlacht Koops.

Inreda Diabetic ©foto eric brinkhorst
Eigen productie
De vertraging vanwege de glucagonlevering maakt dat Inreda zijn systemen nu pas in september 2026 op de markt kan introduceren. De ontwikkelaars zitten echter niet op hun handen. ‘De disposables rondom het systeem – infusiesets, cartridges, sensoren – kopen we in. Dat zijn we nu aan het omzetten naar eigen producten, zodat we eind volgend jaar alles in eigen beheer kunnen produceren, als legal manufacturer, op onze eigen spuitgietmachines’, vertelt Koops. Een heel andere productie-uitdaging dan de hightech kunstalvleesklier die Inreda in Goor maakt. ‘Zeker, het is heel andere business, maar biedt ons ook technische voordelen. Bij die koopdelen moesten we namelijk compromissen sluiten. Dat hoeft nu niet meer. En de zeventig mensen die hier werken, hebben aardig wat productiekennis.’
‘Als je te zuinig investeert, moet je straks nee verkopen’
Het is een afweging die Koops eigenlijk niet wil maken, maar de vraag is nu: hoe groot kunnen de productielijnen worden? ‘Je kunt bij wijze van spreken een miljoen investeren in een fabriek die per jaar een miljoen producten aflevert, maar als je er twee miljoen insteekt, kun je er misschien tien miljoen maken’, rekent hij voor. ‘Als je te zuinig investeert, moet je straks dus nee verkopen. Bij andere bedrijven heb ik dat al fout zien gaan. Maar we weten uit onderzoek dat als nieuwe medische systemen in Duitsland op de markt komen, de aantallen binnen twee jaar makkelijk naar 15.000 patiënten oplopen. En dat betekent miljoenen infusiesets en cartridges. En dan heb je het nog niet eens over andere grote landen of andere werelddelen waar ze dit systeem heel graag willen hebben.’
Een kilo wortels
Koops denkt bij voorkeur groot, maar ook hier loopt hij aan tegen de onwil van Nederlandse investeerders. ‘Het zijn boekhouders met een kruideniersmentaliteit. Als je denkt dat je morgen vijf wortels kunt verkopen, moet je er niet drie inslaan zodat je binnen de veilige marge blijft. Nee, koop een kilo en haal het maximale uit de markt. Bij die investeringsorganen zitten mensen die heel goed op de winkel kunnen passen, maar niet aan een tweede winkel denken, want dat kost geld.’
Inreda heeft de kapitaalschieters wel nodig, want het kan niet langer toe met het private geld van mensen die het project een warm hart toedragen, en met de inkomsten die het nu al genereert vanuit de testpool van de huidige tweehonderd gebruikers. ‘Voor de groeistap die we nu moeten zetten, hebben we 10 tot 15 miljoen euro nodig’, zegt Koops. ‘Dan zijn we self supporting en kunnen we genoeg opnieuw investeren vanuit onze opbrengsten.’ Een overzichtelijk bedrag voor kapitaalschieters, vindt Koops, die het vergelijkt met een Amerikaanse concullega waar al een half miljard aan investeringsgeld is stukgeslagen. ‘En die heeft gewoon een monohormonale pomp op de markt gebracht, niet eens een bihormonale pomp zoals wij.’
Vertrouwen
Voor diabetespatiënten is dat laatste een wereld van verschil. Dat blijkt onder meer uit de publicatie vorig jaar in het toonaangevende medische magazine The Lancet. ‘Binnenkort verschijnt er een nieuw onderzoek dat aantoont dat slechts een beperkt deel van de diabetespatiënten in Nederland hun twee belangrijkste behandeldoelstellingen halen: een goede gemiddelde glucosewaarde en weinig uitschieters buiten het gezonde doelgebied. Met ons systeem ligt dat op 99,5 procent’, weet Koops.

Link magazine juli/augustus 2025. Thema: Investment, private equity en overnames. Cover Robin Knoops oprichter Inreda Diabetic. Lees het artikel digital of vraag exemplaar op bij mireille.vanginkel@linkmagazine.nl
Niet raar dus dat steeds meer geïnteresseerde artsen aankloppen in Goor met de vraag wanneer ze de Inreda AP kunnen inzetten. De afgelopen jaren zijn bovendien heel wat alternatieve oplossingen gestrand, omdat ze toch niet zo goed bleken te werken. Het extra enthousiasme voor de Inreda AP moet investeerders over de streep trekken, vindt Koops. ‘Ja, we zijn misschien de luis in de pels van grote farmaceuten, maar ook slim en snel. Zonder strijd geen overwinning, dus ik hoop dat investeerders – in Nederland of daarbuiten – snel vertrouwen gaan krijgen in ons project en willen bijdragen om de ziekte te bestrijden.’
Behouden voor Nederland
Ondanks zijn kritiek op het investeringsklimaat houdt Inreda zeer bewust vast aan een thuishaven in Nederland. ‘Dat we geld uit het buitenland moeten invliegen, is prima. Maar de basis moet echt hier blijven; dat is enorm belangrijk. Laten we een gevoel van trots houden op de disruptieve technologie die we hier in eigen land ontwikkelen en die ook voor het land proberen te behouden’, aldus Koops.‘We zijn al geen productieland meer, hebben veel over de grens gegooid omdat dat goedkoper en beter zou zijn, maar inmiddels zitten we aan de zuigfles van China en andere productielanden. In de huidige tijd vinden we dat ineens heel vervelend omdat we allerlei invoerrechten moeten betalen. Maar het begint eerder, op het moment dat je als Nederland nieuwe technologieën en innovaties naar het buitenland laat vertrekken.’
Twee pompjes, één systeem
De alvleesklier van mensen met diabetes maakt geen of te weinig insuline aan, waardoor hun bloedsuikerwaarden niet binnen de gezonde marges blijven. Omdat een te hoog of te laag bloedsuikergehalte ernstige gevolgen voor de gezondheid heeft, spoten suikerpatiënten vroeger een paar keer per dag met een injectienaald insuline in hun lichaam. Tegenwoordig reguleren pompjes de toediening. Dat werkt beter, maar het is nog altijd behoorlijk omslachtig om het precies goed te doen omdat er met heel wat relevante factoren rekening moet worden gehouden.
Inreda ontwikkelde daarom de Inreda AP, een bihormonaal volledig closed-loop systeem dat het ‘gedoe’ terugbrengt tot ongeveer een kwartiertje per dag. ‘Het systeem bevat twee pompjes: eentje voor insuline en eentje voor glucagon’, legt oprichter Robin Koops uit. Insuline verlaagt de bloedsuiker, glucagon verhoogt die. ‘De Inreda AP kan net als een auto gas geven én remmen.’