Complexe ketens maken de hightech industrie van Nederland tot wat ze is, maar ze kunnen de sector ook kraken. Zo komen er heel wat dreigingen op de ketens af, van hoge loonkosten tot handelsoorlogen. Daarom moeten de bedrijven in die ketens beter leren samenwerken. Iets waar brancheverenigingen FPT-VIMAG en NEVAT hard op inzetten.
‘Als toeleveranciers vast blijven houden aan een eilandbenadering en puur concurrerend denken, laten we kansen liggen’
Samen hebben FPT-VIMAG en NEVAT recht van spreken wanneer het gaat over ketens. FPT-VIMAG vertegenwoordigt fabrikanten en importeurs van machines, gereedschappen en diensten voor de metaalindustrie, en leveranciers van automatiserings- en besturingssystemen. NEVAT is dan weer het netwerk van toeleveranciers van de metaalverwerkende maakindustrie.
‘Waar FPT-VIMAG zorgt voor de technologie, maakt NEVAT daadwerkelijk de zaken’, vat Ires Veerman, branchemanager van FPT-VIMAG en NEVAT, het samen. ‘We vertegenwoordigen zo een belangrijk deel van de metaalbewerkende maakketen in de Benelux. Dat bevat bijvoorbeeld de hightech, zij zijn een van de belangrijkste industrietakken in onze verenigingen.’
Uniek aan sectoren als de Nederlandse hightech is dat ze diep vertakte en complexe aanvoerketens hebben. Dat zorgt voor voordelen, maar de ketens ervaren ook bedreigingen. ‘Door de verscheidenheid aan bedrijven zijn we flexibel, slagen we erin om in kleine series te produceren en kunnen we snel opschalen’, vertelt Veerman. ‘Dat is een groot voordeel. Tegelijk zitten we met problemen, zoals een tekort aan arbeidskrachten, hoge loonkosten, hoge energieprijzen en versnippering binnen de keten. Dat laatste kan leiden tot hogere productiekosten. We moeten daarom beter leren samenwerken.’
Eilandbenadering
FPT-VIMAG en NEVAT willen samen die versnippering tegengaan. ‘De klassieke scheiding tussen klant en toeleverancier maakt steeds vaker plaats voor hechte samenwerking binnen de keten’, vertelt Corné van Opdorp, voorzitter van NEVAT en ook managing director van BOZ Group. ‘In een toekomstgerichte fabriek is het cruciaal dat systemen en processen naadloos met elkaar communiceren en dat data gedeeld worden. Als toeleveranciers vast blijven houden aan een eilandbenadering en puur concurrerend denken, laten we kansen liggen.’
‘Internationale spanningen versterken het belang van sterke ketens’
Dat bevestigt Eddo Cammeraat, voorzitter van FPT-VIMAG en eigenaar van Laagland B.V. en De Graaf Aandrijvingen B.V. ‘Verticale samenwerking zal de komende jaren nog intensiever moeten worden. We moeten alle beschikbare kennis inzetten voor het verder optimaliseren van de maakprocessen. Dit is een continue transformatie, het zal altijd weer slimmer moeten worden.’
‘De kennis die bij de verschillende bedrijven zit, moet worden gedeeld’, voegt Veerman toe. ‘We moeten een kijkje nemen bij elkaar in de keuken. Zo kunnen we efficiëntere processen inrichten. Waar vroeger veel afstand zat tussen partijen, is het vandaag onze rol als brancheverenigingen om die te verkleinen.’
Dat betekent dus dat bedrijven moeten samenwerken met andere bedrijven, die misschien hun concurrenten zijn. Zorgt dat voor scepticisme? ‘We zien inderdaad soms weerstand’, bevestigt Veerman. ‘Dit is een andere manier van werken, die afwijkt van hoe het in het verleden was. Maar als we niet veranderen, dan lopen we het risico dat grote industrieën, zoals de hightech, weggaan uit Nederland. We hebben dus geen keuze.’
Een van de manieren waarop FPT-VIMAG en NEVAT dat willen bereiken is door het ontwikkelen van een routeplanner. Hier brengen ze de keten in kaart en helpen ze om stroeve punten aan te pakken. ‘In de semicon doen we iets soortgelijks’, vertelt Veerman. ‘Met onze leden brengen we het productieproces in kaart, van toeleverancier tot eindproducent. Op basis van die informatie stellen we verbetervoorstellen op, met suggesties om bijvoorbeeld betere doorlooptijden te creëren. Zo’n routeplanner helpt bedrijven om van een tunnelvisie af te stappen.’
ASML
‘We moeten zorgen dat de verbinding tussen NEVAT- en FPT-VIMAG-leden sterker wordt’, stelt Veerman. ‘Samen met ASML gaan we in gesprek over hoe onze keten in elkaar zit. Dit is noodzakelijk om de productie in Nederland te behouden, wordt ook door ASML bevestigd.’
Er komt zo verandering in de ketens van Nederland. Bedrijven zien steeds meer de voordelen van samenwerking in. Tegelijk overtuigen grote spelers, zoals ASML, hun keten om beter te integreren. ‘Je merkt dat er meer openheid komt bij bedrijven’, bevestigt Veerman. ‘Dat moet ook wanneer een partij zoals ASML druk begint te zetten. ASML is een belangrijk bedrijf in Nederland. Bijna iedereen in de toeleveringsketen is wel direct of indirect bij hen betrokken. Als zij zeggen dat je moet samenwerken, dan doe je dat ook.’

Link magazine juli/augustus 2025. Thema: Investment, private equity en overnames. Cover Robin Knoops oprichter Inreda Diabetic. Lees het artikel digital of vraag exemplaar op bij mireille.vanginkel@linkmagazine.nl
Digitalisering is daarnaast een belangrijke factor om samenwerking te versterken in de keten. ‘Partijen die al verder staan qua digitalisering en automatisering, werken meestal goed met elkaar samen’, stelt Veerman. ‘Ze kijken al bij elkaar in de keuken. In de fabriek van de toekomst zullen er minder mensen werken. Tegelijk moeten we machines en stromen beter opvolgen. We moeten dus meer digitaliseren en zaken verbinden.’
Krachten bundelen
Als Nederland wil concurreren met andere plekken op aarde, dan zal het haar ketens met andere woorden moeten versterken. ‘Als we een voorsprong in de globale markt willen behouden dan zullen we het innovatiepotentieel in de ketens actief moeten versterken’, meent Cammeraat. ‘Dit kan alleen door intensieve samenwerking op basis van onderling vertrouwen en onderlinge openheid.’
Maar wat met de huidige geopolitieke spanningen en handelsoorlogen? Zorgen die voor problemen bij de Nederlandse ketens? ‘Die spanningen onderstrepen het belang van een sterke, gezamenlijke stem richting Den Haag en Brussel’, stelt van Opdorp. ‘Als industrie moeten we ervoor zorgen dat strategische thema’s zoals technologische autonomie en een gelijk speelveld op de politieke agenda komen. Door onze leden hierin actief te betrekken en de krachten te bundelen, ook met FME, kunnen we beter inspelen op internationale ontwikkelingen en de weerbaarheid van onze maakketens vergroten.’
‘Internationale spanningen versterken het belang van sterke ketens’, besluit Veerman. ‘Enerzijds moeten we natuurlijk onze afhankelijkheden onder de loep nemen. We moeten ketens slimmer organiseren. Tegelijk maken deze problemen ons bewust van de noodzaak van sterke lokale ketens. Dat we kritieke technologieën hier kunnen produceren, is cruciaal. We moeten daarom de krachten met elkaar bundelen, in Nederland maar ook in Europa.’