ALEXANDER: Het digitale gat in Den Haag

0

In het kabinet-Jetten is Willemijn Aerdts benoemd als staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit. Dat klinkt als een logische stap, in een wereld waarin alles digitaal wordt. Bedrijven draaien op software, ketens op data en verdienmodellen op platforms. Maar tegelijk wringt het. Want hoe fundamenteler digitalisering wordt, hoe vreemder het is dat het bestuurlijk nog steeds ergens onder hangt. En dat er geen volwaardig Ministerie van Digitale Zaken is.

Dat zie je meteen als je kijkt waar digitalisering allemaal landt. Cybersecurity is de verantwoordelijkheid van Justitie en Veiligheid, digitale overheid van Binnenlandse Zaken, innovatie van Economische Zaken, en onderwijs van OCW. Ondertussen lopen de vraagstukken dwars door al die domeinen heen. Iedereen gaat er een beetje over, niemand echt. Ook het energiesysteem raakt meerdere ministeries, maar daar is wel duidelijk wie de regie voert: EZK. Bij digitalisering ontbreekt die helderheid.

De reflex is om dat op te lossen met overleg. Taskforces, Kamercommissies, coördinatoren. Maar overleg vervangt geen verantwoordelijkheid. In Den Haag klinkt geregeld dat een apart Ministerie van Digitale Zaken zou leiden tot bestuurlijke wildgroei. Maar zonder iemand die kan doorpakken – een minister dus – lopen we het risico dat besluiten blijven hangen tussen ministeries, die allemaal een deelbelang hebben. En ondertussen racen de technologische ontwikkelingen door.

We behandelen digitalisering anders dan andere systeemdomeinen. Voor infrastructuur en waterstaat vinden we het vanzelfsprekend dat er een minister verantwoordelijk is. Voor landbouw hetzelfde. Terwijl de digitale infrastructuur inmiddels net zo bepalend is voor het functioneren van de economie en samenleving. Zonder cloud, netwerken en data-uitwisseling komt productie stil te liggen, vallen ketens uit elkaar en hapert de dienstverlening van de overheid. De systemen waarop bedrijven draaien zijn geen ondersteunende laag meer, maar de basis. Wie daar geen duidelijke regie op organiseert, laat een van de belangrijkste fundamenten van de economie onbemand.

Daar komt nog iets bij. De systemen waarop bedrijven draaien, staan zelden binnen de landsgrenzen. Data worden opgeslagen in Amerikaanse clouds, software draait op platforms die buiten Europa worden ontwikkeld en beheerd. Dat maakt de vraag wie daar toegang toe heeft en onder welke voorwaarden, direct relevant voor de economie, de veiligheid en zelfs de soevereiniteit. Zonder politieke regie blijft die afhankelijkheid versnipperd en impliciet, terwijl de consequenties zich pas laten zien als het misgaat. In landen als Duitsland en Griekenland is digitalisering inmiddels op ministerieel niveau georganiseerd.

Een staatssecretaris helpt om het onderwerp op de agenda te krijgen. Maar het verandert niets aan de structuur. De focus blijft liggen op de digitale economie, terwijl de echte vraag breder is: hoe organiseren we een digitale samenleving die veilig, weerbaar en concurrerend is. Dat vraagt om samenhang, en dus een minister. Zonder minister blijft digitalisering iets waar we over praten, in plaats van iets wat we daadwerkelijk organiseren. In feite is de vraag dus niet of digitalisering belangrijk genoeg is voor een eigen ministerie. De vraag is hoe lang we het ons nog kunnen veroorloven om te doen alsof dat niet zo is.

Share.

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Geverifieerd door ExactMetrics